De Zusters van O.L.V.-ten-Bunderen (vanaf omstreeks het jaar 1269)
Moorslede 1269-1578
Frankrijk 1578-1587
Ieper 1587-1785
Moorslede 1785-2004
Zonnebeke 2004 -
varia

   Zoek op deze site met FreeFind

 

vertaal deze pagina

beluister ClassicFM NL tijdens het surfen, 126 K stereo ('Windows Media Player' vereist)

de regel van de H. Augustinus (1473)

Begintekst van de regel van de H. Augustinus
Begintekst van St.-Augustinus' regel (vertaling in het
Middelnederlands), voor het gasthuis ten Bunderen (1473)

de ontstaansperiode

De levenswijze van de bewoonsters van het Gasthuis ten Bunderen in de beginperiode is in de kloosterkronieken ("Jaer-boek" van 1781) uiterst beknopt samengevat. De 3 à 4 "deugdzame vrouwen" van het Gasthuis leven in gemeenschap: "hun t'samen vervoegt, in godvruchtigheyt, ende Liefde tot hunnen Even naesten". Ze dragen een religieuze kledij: "wesende in hare religieuse kleideren. Ze zijn evenwel niet formeel onderworpen aan de kloostergeloften of aan een specifieke kloosterregel: "sonder formeelen regel, niet gebonden synde aen de religieuse beloften, gelyk sommige andere religieusen hospitalieren leven". In de praktijk leven ze dus vrijwillig, zonder enige verplichting, volgens de drie klassieke evangelische raden van gehoorzaamheid, armoede en kuisheid.

Voor de goede gang van zaken en om orde te handhaven binnen de zelfs beperkte gemeenschap is een van de leden "meesteresse" (= overste), die aansprakelijk is voor de goederen tegenover het kerkelijk en wereldlijk gezag. We mogen geredelijk veronderstellen dat de gasthuis-bewoonsters zich hielden aan een bepaalde dagorde en aan een soort van intern reglement.

Aanvankelijk gaan de zusters regelmatig, namelijk elke zondag en op de verplichte feestdagen (ongeveer 50 per jaar in die tijd) te voet, dwars door de bossen, via de huidige Knaagstreepstraat of Gentstraat, naar de St.-Martinuskerk in Moorslede (al een parochie in 1188!) om er de H. Mis bij te wonen. Vanaf 1330 beschikken de zusters over een eigen kapel en kapelanij, waarin ze terecht kunnen voor het bijwonen van de Eucharistie en voor persoonlijk of gemeenschappelijk gebed.

de regel en statuten van 1473

bisschop Fillastre, kanselier van de Orde van het Gulden Vlies, overhandigt zijn boek over de geschiedenis van de Orde aan Karel de Stoute (miniatuur, omstreeks 1480)
bisschop Fillastre, kanselier van de Orde van het Gulden Vlies,
overhandigt zijn boek over de geschiedenis van de Orde aan Karel de Stoute
(miniatuur, omstreeks 1480)

Op 20 mei 1473, 3 maanden voor zijn dood, legt Willem Fillastre, de bisschop van Doornik (1460-1473), kloosterstatuten op aan de "Hospitaliere Zusters" van Ten Bunderen, en tegelijk aan de hospitalen van Menen en Wervik. Daarmee zijn de Gasthuis-vrouwen officiëel door de kerk-hiërarchie aanvaard als kloosterlingen, hoewel in de praktijk wellicht niet zoveel verandert, en ze gewoon voortdoen wat ze feitelijk al lang naleven.

De inhoud van de statuten is geïnspireerd door de Regel van de H. Augustinus (354-430), kerkvader en bisschop van Hippo Regius, geschreven rond het jaar 397. Augustinus' Regel bevat enkel de algemene beginselen van het religieuze leven mee, die bovendien deels gebonden zijn aan tijd (de 4de eeuw na Christus) en plaats (het bisdom Hippo in Noord-Afrika). Daarom geeft de bisschop, ter concrete invulling van de Regel, ook Statuten, die een pakket aanvullende praktische voorschriften (uitvoeringsbesluiten!) omvatten in verband met de kledij, de dagindeling, de beleving van de kloostergeloften, het gebed, de huisvesting, de rol van de meesteresse, de huisvesting e.d., aangepast aan de omstandigheden van tijd en plaats.

Enerzijds leunen deze statuten en gewoonten van de Gasthuis-zusters aan bij de Regel van de H. Augustinus. Anderzijds zijn ze sterk beïnvloed door leefregels van vroegere hospitalen. Vergelijkend onderzoek brengt aan het licht dat er een chronologische lijn loopt vanaf

    kaart van het oude en nieuwe Jeruzalem (Charles Wilson, 1865)
    Het St.-Janshospitaal ten zuiden van de H. Grafkerk
    kaart van het oude en nieuwe Jeruzalem (Charles Wilson, 1865)

  1. de statuten van de Hospitaalbroeders (voorlopers van de Ridders van Malta) van het St.Janshospitaal in Jeruzalem (1125-1153) voor de verzorging van pelgrims en kruisvaarders.

    het Comtesse-hospitaal in Rijsel
    het Comtesse-hospitaal in Rijsel (ets, 1845)

  2. het Comtesse-hospitaal in Rijsel (1250), gesticht door de gravin van Vlaanderen, Margareta van Constantinopel.

    Het St. Jacobshospitaal van Doornik verdween in 1670
    Het St. Jacobshospitaal van Doornik verdween in 1670
    De 13de eeuwse St.-Jacobskerk, die ook pelgrims opving, is wél bewaard gebleven

  3. het St. Jacobshospitaal in Doornik (1319)

    het O.L.Vrouwhospitaal in Kortrijk
    het O.L.Vrouwhospitaal in Kortrijk

  4. het O.-L.-Vrouwhospitaal van Kortrijk (1430)

    Het St.-Janshospitaal aan het marktplein de Steenakker in Wervik (ansichtkaart, 19de e.)
    het St.-Janshospitaal aan het marktplein de Steenakker in Wervik (ansichtkaart, 19de e.)

    De inmiddels verdwenen kapel van het St.-Jorishospitaal in de Rijselstraat in Menen
    De inmiddels verdwenen kapel van het St.-Jorishospitaal, links van het "pensionnat
    St.-Georges
    ", in de Rijselstraat in Menen (postkaart, begin van de 20ste eeuw).

  5. tot aan de statuten van het Ten Bunderen-hospitaal (1473), die op hun beurt grote overeenkomst vertonen met die van het St.-Janshospitaal in Wervik (1473) en het reeds in 1053 gestichte St.-Jorishospitaal in Menen (1473).

openingspagina van de Vlaamse vertaling van de kloosterstatuten uit 1473
openingspagina van de Vlaamse vertaling (1473) van
de statuten van Mgr Fillastre voor Ten Bunderen

De oorspronkelijke Latijnse tekst van de regel en statuten is verloren gegaan. Wél is de Middelnederlandse vertaling ervan - in een zeer mooi kalligrafisch middeleeuws schrift - die verscheen op 22 mei 1473, bewaard gebleven... door een vreemd toeval. In 1935 krijgt het klooster in Moorslede het document zomaar in handen van de weduwe van de Heer van Ruymbeke uit Oostveld (Oedelem). Het is niet bekend hoe ze in het bezit kwam ervan. Het gaat om een aantal perkamenten bladen met teksten in gotisch schrift en rode hoofdletters, keurig gebonden in een versierde bruine lederen kaft.

monnik aan het werk in een sciptorium. Miniatuur van Jean Miélot (einde 15de eeuw) uit 'Miracles de Nostre Dame'. (Rijsel, kathedraalschat)
monnik aan het werk in een sciptorium. Miniatuur van Jean Miélot (einde 15de eeuw)
uit "Miracles de Nostre Dame". (Rijsel, kathedraalschat)

De tekst van het manuscript is ondertekend door een zekere de Muelenare. Polydoor Claeys van "de Zonnebeekse Heemvrienden", gaf in 2009 een renteboek (daterend van 1500) uit van de dis van Zonnebeke, onder de titel "Raekt de Kerkcke van Zunnebeke". In zijn inleiding schrijft de auteur dat dit "Dischboekje" werd geschreven door een zekere monnik Daniël de Muelenare, in het "scriptorium" (schrijfateliër) van de vroegere Augustijnenabdij van Zonnebeke (1072 - 1796). Na vergelijking van de handtekeningen mag men met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid concluderen dat het diezelfde Augustijnermonnik is geweest die, in de 1ste helft van de 16de eeuw (in opdracht en mogelijk tegen betaling), het Middelnederlandse handschrift maakte van de bewaard gebleven (Augustijnse) Regel en Statuten van het Gasthuis ten Bunderen!!! De kerkrekening van Moorslede (1510-11) vermeldt dat pater de Muelenare - scriptor, copiïst en vertaler van het Zonnebeekse scriptorium - betaald werd voor "twee boucken te scrivene" voor de parochie van Moorslede. Waarmee bewezen is dat de monnik de Muelenare - tevens pastoor van Zonnebeke - kennelijk nauwe banden had met Moorslede, inclusief het Gasthuis ten Bunderen aldaar.

de concrete bepalingen in de statuten

De oudst bekende afbeelding van de H. Augustinus
De oudst bekende afbeelding van de H. Augustinus
(Rome, Museum van Lateranen, 6de eeuw)

  • Het aantal leden van de communauteit is beperkt tot 4, "een meestresse ende drie zusters", vanuit het beginsel: niet méér zusters dan het klooster zélf kan onderhouden. Om dit maximum te overschrijden is een speciale vergunning ("commissio panis") nodig van de bisschop. Wanneer een meisje wenste in te treden, moet ze dus wachten tot "een brood openvalt", dwz tot er een plaats vrij komt, zoals door het overlijden of door het vertrek van een zuster.
  • Om in het hospitaal aanvaard te worden moet men minimum 16 en maximum 36 jaar zijn.
  • Bij haar intrede krijgt de nieuwelinge tijdens een ceremoniële inkleding haar kloosterhabijt en één van de zusters begeleidt haar één jaar lang tot aan haar "professie", waarop ze plechtig de 3 eeuwige kloostergeloften aflegt van gehoorzaamheid, maagdelijkheid en armoede: "zuverheid, oorsaemheit eendrachticheit ende minne onderlinghe".
  • De zusters staan bij hun intrede hun bezittingen af aan het hospitaal en de priorin beheert de tijdelijke goederen. Ze mogen geen testament maken of bezittingen schenken en ontvangen zonder toestemming van de overste: "...en zullen gheen eyghen hebben, de meestresse zal hebben de handelinghe vanden tidelicken goede".

    zuster in gebed tijdens de H. Mis in de kapel
    zuster in gebed tijdens H. Mis in de kapel

  • Zoals in elk klooster is er het gemeenschappelijk koorgebed, zeven keer per dag: "Onser Vrauwen ghetide zal elke zustere zegghen alle daghe...Die niet en cuenen lezen zullen alle daghe zegghen C (=100) pater noster ende ave maria ghelyc den vii (=7) ghetiden vanden daghe".
  • In de "dormter" (= slaapzaal), waar niet mag worden gesproken, moeten de zusters slapen "zonder bedden up maeltraets zonder plumen en de zonder lynen lynlakenen in harleder hemden...maer zy mueghen alle hebben oorailleiten met plumen".
  • De zusters mogen zich niet zomaar alléén buiten het kloosterdomein begeven of praten met een man: "Zy mueghen huten bevanghe vanden hospitale niet gaen zonder oorlof noch zonder eene andere zustere...Niemant zal eenen man alleene toe spreken ten ware vadere broedere oem of ander eerbaer persoon niet suspect zynde"
  • In de loop van het jaar zijn er perioden van ascese en boete: "Alle vridaghen zullen zy vasten...inschelycx alle daghen in de vastene... In de advent zullen zy vleesch derven ende vasten maendach woensdach vridach ende zaterdach... up den goeden vridach ende onser vrauwe avent half oust zullen zy vasten te borren (=water) ende te brode ende swoensdachs en zullen zy gheentyt (= nooit) vleesch eten binden hospitale
  • Elke week vergaderen de zusters: "Eens te weke zal de meestresse capitele houden met den zusteren om de zaken vanden hospitale te over ziene".
  • Er zijn straffen voorzien voor alle soorten van zonden, bijv. het niet behoorlijk verzorgen van de pelgrims, een andere zuster belasteren of slaan, brieven versturen of ontvangen buiten het medeweten van de priorin, het klooster verlaten zonder religieuze kledij, omgaan met een vreemde man of - de zwaarste zonde - zwanger worden.

St.-Augustinus overhandigt zijn regel. (Jan Van Scorel, 1520)
St.-Augustinus overhandigt zijn regel aan augustijnen en augustinessen
(Jan van Scorel, 1520. Fragment van Augustinus-altaarstuk. Jeruzalem, Stefanuskerk)

Als gevolg van het Concilie van Trente vaardigt paus Paulus IV in 1559 een grondige kerkelijke herindeling uit: de 5 oude bisdommen in de Nederlanden worden uitgebreid tot 3 aartsbisdommen en 15 bisdommen, waaronder die van Gent, Brugge en Ieper. Het Gasthuis Ten Bunderen in Moorslede hangt niet langer af van het bisdom Doornik, maar behoort voortaan tot het bisdom Ieper en de dekenij Waasten. Maar de Regel en de Statuten van de Doornikse bisschop Fillastre uit 1473 blijven behouden.

© Copyright 2007- . Alle rechten voorbehouden. Contact: Wim Wylin