|
|
![]() Begintekst van St.-Augustinus' regel (vertaling in het Middelnederlands), voor het gasthuis ten Bunderen (1473)
de ontstaansperiodeDe levenswijze van de bewoonsters van het Gasthuis ten Bunderen in de beginperiode is in de kloosterkronieken ("Jaer-boek" van 1781) uiterst beknopt samengevat. De 3 à 4 "deugdzame vrouwen" van het Gasthuis leven in gemeenschap: "hun t'samen vervoegt, in godvruchtigheyt, ende Liefde tot hunnen Even naesten". Ze dragen een religieuze kledij: "wesende in hare religieuse kleideren. Ze zijn evenwel niet formeel onderworpen aan de kloostergeloften of aan een specifieke kloosterregel: "sonder formeelen regel, niet gebonden synde aen de religieuse beloften, gelyk sommige andere religieusen hospitalieren leven". In de praktijk leven ze dus vrijwillig, zonder enige verplichting, volgens de drie klassieke evangelische raden van gehoorzaamheid, armoede en kuisheid.Voor de goede gang van zaken en om orde te handhaven binnen de zelfs beperkte gemeenschap is een van de leden "meesteresse" (= overste), die aansprakelijk is voor de goederen tegenover het kerkelijk en wereldlijk gezag. We mogen geredelijk veronderstellen dat de gasthuis-bewoonsters zich hielden aan een bepaalde dagorde en aan een soort van intern reglement. Aanvankelijk gaan de zusters regelmatig, namelijk elke zondag en op de verplichte feestdagen (ongeveer 50 per jaar in die tijd) te voet, dwars door de bossen, via de huidige Knaagstreepstraat of Gentstraat, naar de St.-Martinuskerk in Moorslede (al een parochie in 1188!) om er de H. Mis bij te wonen. Vanaf 1330 beschikken de zusters over een eigen kapel en kapelanij, waarin ze terecht kunnen voor het bijwonen van de Eucharistie en voor persoonlijk of gemeenschappelijk gebed. de regel en statuten van 1473![]() bisschop Fillastre, kanselier van de Orde van het Gulden Vlies, overhandigt zijn boek over de geschiedenis van de Orde aan Karel de Stoute (miniatuur, omstreeks 1480) Op 20 mei 1473, 3 maanden voor zijn dood, legt Willem Fillastre, de bisschop van Doornik (1460-1473), kloosterstatuten op aan de "Hospitaliere Zusters" van Ten Bunderen, en tegelijk aan de hospitalen van Menen en Wervik. Daarmee zijn de Gasthuis-vrouwen officiëel door de kerk-hiërarchie aanvaard als kloosterlingen, hoewel in de praktijk wellicht niet zoveel verandert, en ze gewoon voortdoen wat ze feitelijk al lang naleven. De inhoud van de statuten is geïnspireerd door de Regel van de H. Augustinus (354-430), kerkvader en bisschop van Hippo Regius, geschreven rond het jaar 397. Augustinus' Regel bevat enkel de algemene beginselen van het religieuze leven mee, die bovendien deels gebonden zijn aan tijd (de 4de eeuw na Christus) en plaats (het bisdom Hippo in Noord-Afrika). Daarom geeft de bisschop, ter concrete invulling van de Regel, ook Statuten, die een pakket aanvullende praktische voorschriften (uitvoeringsbesluiten!) omvatten in verband met de kledij, de dagindeling, de beleving van de kloostergeloften, het gebed, de huisvesting, de rol van de meesteresse, de huisvesting e.d., aangepast aan de omstandigheden van tijd en plaats. Enerzijds leunen deze statuten en gewoonten van de Gasthuis-zusters aan bij de Regel van de H. Augustinus. Anderzijds zijn ze sterk beïnvloed door leefregels van vroegere hospitalen. Vergelijkend onderzoek brengt aan het licht dat er een chronologische lijn loopt vanaf
![]() openingspagina van de Vlaamse vertaling (1473) van de statuten van Mgr Fillastre voor Ten Bunderen De oorspronkelijke Latijnse tekst van de regel en statuten is verloren gegaan. Wél is de Middelnederlandse vertaling ervan - in een zeer mooi kalligrafisch middeleeuws schrift - die verscheen op 22 mei 1473, bewaard gebleven... door een vreemd toeval. In 1935 krijgt het klooster in Moorslede het document zomaar in handen van de weduwe van de Heer van Ruymbeke uit Oostveld (Oedelem). Het is niet bekend hoe ze in het bezit kwam ervan. Het gaat om een aantal perkamenten bladen met teksten in gotisch schrift en rode hoofdletters, keurig gebonden in een versierde bruine lederen kaft. ![]() monnik aan het werk in een sciptorium. Miniatuur van Jean Miélot (einde 15de eeuw) uit "Miracles de Nostre Dame". (Rijsel, kathedraalschat) De tekst van het manuscript is ondertekend door een zekere de Muelenare. Polydoor Claeys van "de Zonnebeekse Heemvrienden", gaf in 2009 een renteboek (daterend van 1500) uit van de dis van Zonnebeke, onder de titel "Raekt de Kerkcke van Zunnebeke". In zijn inleiding schrijft de auteur dat dit "Dischboekje" werd geschreven door een zekere monnik Daniël de Muelenare, in het "scriptorium" (schrijfateliër) van de vroegere Augustijnenabdij van Zonnebeke (1072 - 1796). Na vergelijking van de handtekeningen mag men met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid concluderen dat het diezelfde Augustijnermonnik is geweest die, in de 1ste helft van de 16de eeuw (in opdracht en mogelijk tegen betaling), het Middelnederlandse handschrift maakte van de bewaard gebleven (Augustijnse) Regel en Statuten van het Gasthuis ten Bunderen!!! De kerkrekening van Moorslede (1510-11) vermeldt dat pater de Muelenare - scriptor, copiïst en vertaler van het Zonnebeekse scriptorium - betaald werd voor "twee boucken te scrivene" voor de parochie van Moorslede. Waarmee bewezen is dat de monnik de Muelenare - tevens pastoor van Zonnebeke - kennelijk nauwe banden had met Moorslede, inclusief het Gasthuis ten Bunderen aldaar.
de concrete bepalingen in de statuten![]() De oudst bekende afbeelding van de H. Augustinus (Rome, Museum van Lateranen, 6de eeuw)
![]() St.-Augustinus overhandigt zijn regel aan augustijnen en augustinessen (Jan van Scorel, 1520. Fragment van Augustinus-altaarstuk. Jeruzalem, Stefanuskerk) Als gevolg van het Concilie van Trente vaardigt paus Paulus IV in 1559 een grondige kerkelijke herindeling uit: de 5 oude bisdommen in de Nederlanden worden uitgebreid tot 3 aartsbisdommen en 15 bisdommen, waaronder die van Gent, Brugge en Ieper. Het Gasthuis Ten Bunderen in Moorslede hangt niet langer af van het bisdom Doornik, maar behoort voortaan tot het bisdom Ieper en de dekenij Waasten. Maar de Regel en de Statuten van de Doornikse bisschop Fillastre uit 1473 blijven behouden.
|