<!-- Begin
dayName = new Array ("Zondag", "Maandag", "Dinsdag", "Woensdag", "Donderdag", "Vrijdag", "Zaterdag")
monName = new Array ("Januari", "Februari", "Maart", "April", "Mei", "Juni", "Juli", "Augustus", "September", "October", "November", "December")
now = new Date

Jan = new Array
Jan[1] = "God weet wat elk moment van de geschiedenis nodig heeft; Hij weet wat Hij moet geven, toevoegen, wegnemen, uitvegen, versterken, verminderen. Hij die gelijktijdig Schepper en Leider is van de dingen die veranderen."
Jan[2] = "O God, U hebt mij geroepen, nu roep ik U aan. Toen U mij riep, heb ik geluisterd; luister nu naar mij, nu ik U aanroep. Leid mij naar wat U belooft hebt. Voltooi wat U begonnen bent. Onthoud mij uw gunsten niet."
Jan[3] = "Dank aan U, mijn heerlijkheid en mijn eer en mijn vertrouwen, mijn God, dank aan U om uw gaven. Maar behoud die gaven voor ons, want dan zult Gij ons behouden en dan zal vermeerderd en voltooid worden wat Gij ons gegeven hebt en dan zullen wij met U zijn."
Jan[4] = "Wie de waarheid kent, kent dat licht, en wie dat licht kent, kent de eeuwigheid. De liefde kent het. Eeuwige waarheid, ware liefde en geliefde eeuwigheid. Gij zijt mijn God, dag en nacht tracht ik naar U...Door de kracht van uw straling hebt Gij mijn zwakke ogen verblind, en ik ben gaan beven van liefde en ontzetting..."
Jan[5] = "Waar geen afgunst is, heerst eendracht in verscheidenheid."
Jan[6] = "Christus verliet God niet toen Hij naar de aarde ging. En Hij verliet ons niet toen Hij naar God terugging."
Jan[7] = "Doorboord hebt Gij mijn hart met de pijlen van uw liefde, en ik draag uw woorden mee, dwars door mijn hart geboord."
Jan[8] = "Naar grote dingen strekken wij ons uit. Laat ons kleine dingen vasthouden en we zullen groot zijn. Wil je Gods hoogheid vatten? Vat dan eerst Zijn nederigheid. Wees nederig omwille van jezelf, want om jou, niet om Hemzelf, heeft God nederig willen zijn. Let op de boom: om omhoog te groeien zoekt hij eerst de diepte. Hij vestigt zijn wortels in de laagte, om zijn kruin naar de hemel te verheffen."
Jan[9] = "Ik beken het: gemakkelijk werp ik me helemaal in de liefde van mijn meest vertrouwde vrienden, en zonder zorgen rust ik in hun liefde, vooral wanneer ik moe ben van de ergernis van deze wereld. Want ik voel dat God daar is, en in Hem werp ik mij veilig en rust ik veilig. In die zekerheid van de liefde vrees ik ook niet het onzekere van de menselijke broosheid."
Jan[10] = "Hij laat zich aan de ogen zien en Hij laat zich door de handen betasten. En dat is nog niet genoeg, lees maar. Hij roept de Schriften in herinnering. En dat is nog niet genoeg. Hij maakt je geest toegankelijk om te begrijpen wat je leest."
Jan[11] = "Geloof je niet dat Ik je mijn leven zal geven? Ontvang dan als onderpand mijn dood. Laten wij dus thans, nu wij in dit vergankelijk leven zijn, met Christus sterven door een totale verandering van leven. En laten wij met Christus leven door de liefde tot gerechtigheid."
Jan[12] = "God is recht en daarom kan het verdraaide hart het bij Hem niet vinden. Een kromme plank, ook al leg je die op een gelijke vloer, toch ligt ze er niet vast op. Zo kan ook jouw hart, zolang het verkeerd en verdraaid is, niet passen op de rechte grond van God."
Jan[13] = "Ieder van ons verwacht Christus te ontmoeten in de hemel; maar heb aandacht voor Christus die op straat voor jouw deur ligt; heb aandacht voor Christus die honger heeft en kou lijdt, die in nood verkeert en vreemdeling is."
Jan[14] = "Mijn God, zoveel ik kon, zoveel U het mij gegeven hebt, heb ik U gezocht en ernaar verlangd om wat ik geloof te mogen zien. Moge ik niet zo vermoeid raken, dat ik U niet meer zou willen zoeken, maar moge ik steeds vuriger naar uw aanschijn verlangen. Geef mij de kracht U te blijven zoeken; U, die zich wilde laten vinden en mij hoop gegeven hebt, dat ik U steeds meer zal vinden."
Jan[15] = "Laat iedereen doen wat hij of zij kan. Als je iets niet kunt, doe je het toch in degene die het wel kan, wanneer je blij en dankbaar bent dat die ander wel kan wat jij niet kunt. Wie tot minder in staat is, moet een ander die tot meer in staat is, niet afremmen. En wie meer kan, moet een ander die niet zoveel kan, niet opjagen."
Jan[16] = "Verdraag elkaar vol liefde. Je hebt de menselijke beslommeringen opgegeven en je in eenzaamheid afgezonderd, zodat je voor niemand bereikbaar bent. Maar wie bewijs je daarmee een dienst? Zou jij geworden zijn wie je nu bent, indien niemand jou ooit een dienst bewezen had? Je breekt toch ook de brug niet af als je er overheen bent, omdat je volgens je eigen mening vlug genoeg was om er overheen te lopen?"
Jan[17] = "Het katholieke geloof erkent Christus' Godheid en neemt ook zijn mensheid aan; beide staan geschreven, beide zijn waar. Zegt gij dat Christus enkel God is dan weigert gij de medicijn te aanvaarden waardoor gij zijt genezen; zegt gij dat Christus enkel mens is dan weigert gij de macht te aanvaarden waardoor gij zijt geschapen. Houd dus beide vast als gij trouw wilt zijn en katholiek; houd beide vast, neem beide gelovig aan, belijd ook beide trouw. Christus is God en Christus is mens, Hoe is Christus God? Hij is gelijk aan de Vader, Hij is één met de Vader. Hoe is Christus mens? Uit een maagd geboren, heeft Hij de sterfelijkheid van de mens aangetrokken zonder zijn verdorvenheid aan te trekken. "
Jan[18] = "Als het aan mij lag zou ik bij voorkeur elke dag op bepaalde uren, zoals het in goed bestuurde kloosters de regel is, wat handwerk verrichten en de rest van de uren vrij hebben voor geestelijke lezing, gebed of studie van de H. Schrift. Dat zou ik veel liever doen dan dat ik telkens vanwege andermans zaken lastige problemen aan mijn hoofd heb, en wereldse aangelegenheden moet afhandelen met een vonnis of beslechten via bemiddeling."
Jan[19] = "Dank aan U, mijn heerlijkheid en mijn eer en mijn vertrouwen, mijn God, dank aan U om uw gaven. Maar behoud die die gaven voor ons, want dan zult Gij ons behouden en dan zal vermeerderd en voltooid worden wat Gij ons gegeven hebt en dan zullen wij met U zijn."
Jan[20] = "Als ik huiverig word om wat ik voor u ben, dan vind ik troost in wat ik samen met u ben. Voor u ben ik de bisschop, samen met u ben ik christen. Het eerste is een taak, het tweede is een genade; het eerste houdt risico in, het tweede brengt redding."
Jan[21] = "Er zijn vele mensen en slechts één mens; veel mensen en slechts één Christus. Samen met hun Hoofd dat naar de hemel is opgestegen, vormen christenen de ene Christus. Dus niet zo dat Hij één is en wij velen. In Hem, de ene, worden wij, met hoevelen we ook zijn, één werkelijkheid. En dit is de ene mens die werkelijk bestaat: Christus, Hoofd én lichaam."
Jan[22] = "Het enige waar je je om moet bekommeren om goed te leven, is te kiezen voor wat je moet beminnen. Je wilt toch niet zeggen dat jij nooit ergens van houdt? Als je nergens van houdt ben je lui, ben je dood, niet waard om aangekeken te worden, ongelukkig. Bemin. Maar let wel op wat je bemint."
Jan[23] = "Goed en eerlijk leven heeft zijn oorsprong in de liefde voor datgene waar wij van moeten houden, en in de manier waarop wij ervan moeten houden, namelijk God en de naaste. Je voeten zijn je liefde. En je hebt twee voeten nodig, anders ben je lam. En wat zijn die twee voeten? De twee geboden: God liefhebben en de mens naast je. Met dat paar voeten kan je op weg naar God."
Jan[24] = "Gebed is jouw gesprek met God. Als je leest, spreekt God tot jou. Als je bidt, spreek jij tot God."
Jan[25] = "Keer terug naar je hart. En als je gelovig bent, zul je Christus daar vinden. Daar spreekt Hij tot jou. Ik roep luid, maar Hij leert je juist in stilte. Ik spreek met woorden die klinken. Hij spreekt van binnen, door een heilige huiver."
Jan[26] = "Waar moeten we ons in oefenen? In broederlijke liefde. Je kunt tegen mij zeggen: ik heb God nooit gezien. Maar kun je ook tegen me zeggen: ik heb nooit een mens gezien?"
Jan[27] = "Wees er altijd op bedacht dat je God moet beminnen en je naaste. God met heel je hart, heel je ziel en heel je geest beminnen en je naaste als jezelf. Daar moet je altijd mee bezig zijn, het overwegen, er gehoor aan geven, je ernaar richten en het in praktijk brengen. De liefde tot God komt het eerst in de volgorde van geboden, maar de liefde tot de naaste het eerst in het doen."
Jan[28] = "Ben je druk doende met je zaken? Geef je ziel aan God. Of je eet of drinkt, doe alles ter ere van God. Ik zou zelfs durven zeggen: als je slaapt, wijd dan je ziel aan God. Laat je niet wakker maken met het besluit om iets slechts te gaan doen."
Jan[29] = "Verkondig Christus, waar je maar kunt, aan wie je maar kunt, en hoe je maar kunt. Daar heb je geloof voor nodig, geen welsprekendheid. Laat je geloof spreken met je mond, dan spreekt Christus.Je hebt de psalm gehoord: Ik geloof, daarom heb ik gesproken. Het zou ondankbaar zijn tegenover degene die je vol maakt, om te zwijgen. Hoe voller je bent, hoe meer je moet uitschenken."
Jan[30] = "Roep om zoveel mogelijk mensen te overtuigen, om zoveel mogelijk mensen uit te nodigen... Ik kom in een situatie terecht, niet alleen maar van groot risico, maar van absolute ondergang, als ik mijn mond houd. "
Jan[31] = "Wie denkt dat hij uit zichzelf vrucht draagt, is niet verbonden met de wijnstok, en wie niet in de wijnstok is, is niet in Christus, en wie niet in Christus is, is geen christen."
Feb = new Array
Feb[1] = "God weet wat elk moment van de geschiedenis nodig heeft. Hij weet wat Hij moet geven, toevoegen, wegnemen, uitvegen, versterken, verminderen. Hij die gelijktijdig onveranderlijk Schepper en Leider is van de dingen die veranderen."
Feb[2] = "De ogen gericht te houden op de Heer, is voor ons de actie op de juiste levensweg. Deze actie brandt niet op in pastorale activiteiten en ze verkilt evenmin in rustige contemplatie."
Feb[3] = "Laten we nu dus zingen, niet om te genieten van een onverstoorbare rust, maar om ons zwoegen te verlichten. Doe zoals trekkers onderweg: zing onder het lopen. Verlicht de inspanning door te zingen. Houd niet van getalm, maar zing en trek verder. Verder trekken, wat betekent dat? Maak voortgang, maak voortgang in het goede."
Feb[4] = "Wie zal mij schenken in U te rusten? Wie zal mij schenken dat U in mijn hart komt en het dronken maakt, zodat ik mijn kwade kanten vergeet en dat ene goed omhels dat U voor mij bent? Wat bent U voor mij? Erbarm U over mij zodat ik durf te spreken."
Feb[5] = "Ik hoop dat de liefde je het leven geeft, dat de liefde je voedt, dat de liefde je volmaakt maakt en dat de liefde je kracht geeft."
Feb[6] = "Men kan niet in de waarheid doordringen tenzij door de liefde."
Feb[7] = "Bevraag de prachtige aarde, bevraag de prachtige zee, bevraag de prachtige lucht, bevraag de prachtige hemel, bevraag de sterren, bevraag de zon die de dag met haar helderheid glans geeft...Allen zullen u antwoorden: kijk, wij zijn prachtig. Hun pracht is hun getuige. Wie anders dan de Grote Onveranderlijke Schoonheid heeft deze prachtige veranderlijke dingen gemaakt?"
Feb[8] = "Ik weet hoeveel inspanning het kost om hoogmoedige mensen te overtuigen van de macht der nederigheid."
Feb[9] = "Het einde van het leven maakt een lang zowel als een kort leven tot hetzelfde. Want als de twee levens er allebei niet meer zijn, is het een niet beter, het ander niet slechter, het een niet langer, het ander niet korter."
Feb[10] = "De goede dingen die men tegen zijn wil kan verliezen, bieden niemand veiligheid. Maar de waarheid en de wijsheid verliest niemand tegen zijn wil."
Feb[11] = "Waar komt een levend wezen anders vandaan dan van U, o Heer? Of is er iemand zo bedreven dat hij zichzelf kan maken? Of ontspringt er ook maar ergens anders één ader, waardoor het zijn en het leven in ons binnen stroomt, buiten die daad waardoor Gij ons schept, Heer?"
Feb[12] = "Wij houden van de wereld, maar de Schepper van de wereld moet voorgaan. De wereld is groot, maar de Schepper is groter. De wereld is mooi, maar de Schepper is mooier. De wereld is aantrekkelijk, maar de Schepper is aantrekkelijker."
Feb[13] = "Omdat de Almachtige God oneindig goed is, zou Hij op geen enkele wijze enig kwaad in Zijn werken laten voortbestaan, als Hij niet zo almachtig en goed was om ook uit het kwade het goede te laten ontstaan."
Feb[14] = "God mengt aards geluk met bittere tegenslagen om ons te laten zoeken naar ander geluk, dat niet bedrieglijk zoet is."
Feb[15] = "Houd de wacht, lieve Heer, met degenen die vannacht waken, wachten of wenen, en laat uw engelen de wacht houden over degenen die slapen. O Heer Jezus, geef uw vermoeide kinderen rust."
Feb[16] = "Waar het in het leven eigenlijk om draait, is het helen van het oog van het hart waardoor God te zien is."
Feb[17] = "Als gij uw broeder liefhebt, zuivert dit uw oog, zodat gij God kunt zien. Nu kunt gij God nog niet zien; gij zult hem mogen zien als gij uw naaste bemint."
Feb[18] = "Heer, geef mij de kracht om alles te doen wat Gij van mij verlangt, en verlang dan van mij wat Gij wilt."
Feb[19] = "Het heden van de voorbijgaande dingen is herinnering; dat van de tegenwoordige dingen ervaring, en dat van de toekomstige dingen verwachting."
Feb[20] = "Geduld is de metgezel van wijsheid."
Feb[21] = "Er zijn mensen die met geduld sterven; er zijn ook gehoorzame mensen die met geduld blijven leven."
Feb[22] = "Op de een of andere manier geeft een goed gesprek ons een voldaan gevoel, is het niet vanwege het nut ervan, dan toch zeker vanwege het genoegen dat we eraan beleven wanneer juist de mensen zelf, tussen wie het gesprek wordt gevoerd, zich voor onze ogen bevinden."
Feb[23] = "Wat ik begrijp, dat geloof ik; maar niet alles wat ik geloof, begrijp ik ook. En alles wat ik begrijp, weet ik; niet alles wat ik geloof, weet ik. Maar daarom weet ik nog niet minder hoe nuttig het is om ook veel te geloven wat ik niet weet."
Feb[24] = "Als twee vrienden je vragen om een oordeel te geven in een geschil, doe dat niet, want je zult één vriend verliezen. Maar als twee vreemden komen met hetzelfde verzoek, ga daar dan wel op in: je zult één vriend winnen."
Feb[25] = "Er kan geen twijfel over bestaan dat, wanneer iemand gelukkig wil zijn, hij zich datgene moet verschaffen wat altijd blijvend is en wat hem niet door een wrede slag van het lot kan worden ontnomen."
Feb[26] = "Geen lof is verschuldigd aan hem die simpelweg zijn taak uitvoert."
Feb[27] = "De wil is een beweging van de ziel om, in afwezigheid van elke dwang, iets hetzij niet op te geven hetzij te verwerven."
Feb[28] = "Het geloof zoekt, het verstand vindt. Een mens moet zo verstandig zijn dat hij zoekt naar God."
Feb[29] = "Hij is klein en groot in één: toont Hij zich aan ons als klein, als groot is Hij verborgen. In de schaduw van de dood schuilt de zon van de gerechtigheid, in de smaad van het kruis de Heer der heerlijkheid."

Mar = new Array
Mar[1] = "Niets is aangenamer dan de goddelijke schat te kunnen bestuderen zonder enig rumoer van buiten. Maar preken, overtuigen, berispen, opbouwen, kortom zich om iedereen bekommeren, vraagt enorm veel inspanning. Wie zou niet proberen zich aan zo'n lastige taak te onttrekken? De noden van de Kerk echter en de aanmaning van het Evangelie laten dat niet toe. De blijde boodschap is een oproep om te dienen."
Mar[2] = "Wie het woord van God hoort, moet er zich voor hoeden dat hij het niet met de lippen looft en het door zijn levenswijze veracht."
Mar[3] = "Wat is het leven tenslotte? Het is niet hét leven, het zijn vluchtige ogenblikken, iets wat men niet kan vasthouden, een schaduw van leven."
Mar[4] = "God houdt van ieder van ons alsof er van ons maar één is."
Mar[5] = "Een gift uit liefdadigheid is niet meer dan een teruggeven."
Mar[6] = "Voor God is niets veraf of langdurig. Wil je dat voor jou niets veraf of langdurig is, voeg je dan bij God, want daar zijn duizend jaar als de dag van heden."
Mar[7] = "Het grootste kwaad is lichamelijke pijn."
Mar[8] = "Je moet leeg worden van waar je vol van bent, om vervuld te raken van waar je leeg van bent."
Mar[9] = "De mens maakt reizen om zich te verbazen over de hoogte van de bergen, over de geweldige golven van de zee, over de lange loop van de rivieren, over de uitgestrektheid van de oceaan, over de eeuwige kringloop van de sterren; aan zichzelf gaat hij zonder verbazing voorbij."
Mar[10] = "Volhard trouw in het gebed op de vastgestelde uren en tijden."
Mar[11] = "Wanneer u in psalmen en liederen tot God bidt, moeten de woorden die u uitspreekt ook in uw hart leven. "
Mar[12] = "Hoe soberder een levenswijze, hoe beter zij past bij dienaren van God."
Mar[13] = "Maak geen ruzie, maar als u ruzie hebt, maak er dan zo spoedig mogelijk een einde aan. Anders groeit een klein moment van woede uit tot haat, wordt een splinter een balk en maakt u van uw hart een moordkuil."
Mar[14] = "Als je God aanroept met de bedoeling dat geld tot je komt, of dat een erfenis tot je komt, of dat wereldse waardigheid tot je komt, dan roep je dingen binnen, waarvan je wilt dat ze tot jou komen. Maar dan maak je God tot een knecht van jouw begeerten en niet de verhoorder van je verlangens... Aanroep God als God: bemin God als God."
Mar[15] = "Ga niet als slaven gebukt onder de wet, maar leef als vrije mensen onder de genade."
Mar[16] = "Moeten wij nu altijd op de grond knielen, het lichaam uitgestrekt en de handen opgeheven, omdat ij ons zegt: Bid zonder ophouden? Indien wij alleen dit bidden noemen, dan zie ik niet in dat wij het zonder ophouden kunnen verrichten. Maar er rust in de ziel een ander gebed, een inwendig gebed dat geen einde kent, namelijk het verlangen."
Mar[17] = "Het verkoelen van de liefde is de verstomming van het hart; de vlam van de liefde is het roepen van het hart. Indien uw liefde zonder ophouden brandt, dan roept u ook zonder ophouden; indien u zonder ophouden roept, dan verlangt u ook zonder ophouden."
Mar[18] = "Laten we de persoonlijke belediging achterwege laten; ze zijn een zinloze tijdsverspilling."
Mar[19] = "Ik geniet nu van de rust omdat ik me heb ontdaan van de boeien van overbodige verlangens."
Mar[20] = "Niemand kan men kennen tenzij door vriendschap."
Mar[21] = "Door dikwijls hetzelfde te herhalen, zal er wellicht iets van blijven hangen in de geest van hen die luisteren."
Mar[22] = "Men heeft zich van God gemakkelijker een voorstelling gemaakt dan dat men heeft getoond wie Hij is, en Hij bestaat werkelijker dan de voorstelling die men zich van Hem heeft gemaakt."
Mar[23] = "Slechts wie zelf doet wat hij aan anderen voorhoudt en daadwerkelijk het goede voorbeeld geeft, wordt samen met degenen die hij onderricht een plaats voor de Heer."
Mar[24] = "Indien er in de H. Schrift niets anders over de liefde stond dan dit éne woord van de heilige Geest 'God is liefde', dan zou dat ruimschoots voldoende zijn en hoefden we verder niets te zoeken."
Mar[25] = "Zwijgt u, zwijg dan uit liefde. Spreekt u, spreek dan uit liefde. Wijst u op fouten, doe het uit liefde. Ontziet u iemand, doe het uit liefde. Draag liefde in uw hart, want uit liefde kan niets anders dan goed voortkomen."
Mar[26] = "Heb aandacht voor Christus die op straat ligt, heb aandacht voor Christus die honger heeft, die kou lijdt, die behoeftig is en die vreemdeling is."
Mar[27] = "Wij moeten aangespoord worden te bidden. Want temidden van het vele kwaad en lijden in deze wereld hebben wij geen andere hoop dan biddend aan te kloppen, geen andere hoop dan te geloven en diep in ons hart geprent te houden, dat onze Vader ons niets geeft waarvan Hij niet weet dat het ons ten goede komt."
Mar[28] = "Het was menselijk zich te vergissen, het is duivels uit hartstocht bij zijn vergissing te blijven."
Mar[29] = "Neem de vreemdeling gastvrij op; ook jij bent onderweg. Want wij zijn allen ballingen en nog ver van het vaderland waarheen onze tocht moet voeren."
Mar[30] = "Op alle mogelijke kennisterreinen en ook op het vlak van de H. Schrift is er veel meer dat ik niet weet dan dat ik wel weet."
Mar[31] = "Bemin en u mag gerust zijn. Bent u bang iemand kwaad te doen? Wie zou iemand van wie hij houdt, kwaad kunnen doen? Bemin, en u kunt niets anders dan goed doen."

Apr = new Array
Apr[1] = "Place quote here"
Apr[2] = "Place quote here"
Apr[3] = "Place quote here"
Apr[4] = "Place quote here"
Apr[5] = "Place quote here"
Apr[6] = "Place quote here"
Apr[7] = "Place quote here"
Apr[8] = "Place quote here"
Apr[9] = "Ik beken het, gemakkelijk werp ik me helemaal in de liefde van vrienden, en zonder zorgen rust ik in haar, vooral wanneer ik moe ben van de ergernis van deze wereld. Want ik voel dat God daar is, en in Hem werp ik me veilig en rust ik veilig. Wat ik van mijn gevoelens en gedachten toevertrouw aan een trouwe vriend die vervuld is van de christelijke liefde, vertrouw ik niet toe aan een mens, maar aan God, want die mens verblijft in God en is trouw door God."
Apr[10] = "Place quote here"
Apr[11] = "Place quote here"
Apr[12] = "Place quote here"
Apr[13] = "Place quote here"
Apr[14] = "Place quote here"
Apr[15] = "Place quote here"
Apr[16] = "Place quote here"
Apr[17] = "Place quote here"
Apr[18] = "Place quote here"
Apr[19] = "Place quote here"
Apr[20] = "Place quote here"
Apr[21] = "Place quote here"
Apr[22] = "Place quote here"
Apr[23] = "Place quote here"
Apr[24] = "Place quote here"
Apr[25] = "Place quote here"
Apr[26] = "Place quote here"
Apr[27] = "Place quote here"
Apr[28] = "Het verlangen bidt altijd, ook al zwijgt de tong. Als je altijd verlangt, dan bid je altijd. Want wanneer slaapt ons gebed? Het slaapt alleen maar als ons verlangen verkoelt."
Apr[29] = "Waar het over het beoefenen van barmhartigheid gaat, blijkt duidelijk dat iemand die zijn naaste liefheeft niemand als een vreemde mag beschouwen."
Apr[30] = "In de stilte klinkt iets van boven, niet in onze oren, maar in onze geest. Wie dit gezang hoort, krijgt bij het rumoer dat het lichaam maakt, een afkeer van heel dit menselijk leven als een tumult dat verhindert die aangename, onvergelijkbare en onuitsprekelijke klank van boven te horen."

May = new Array
May[1] = "Als wij ons hart tot God verheffen, is dat hart Zijn altaar."
May[2] = "Ik zou niet zijn, als ik niet in U was, uit wie alles, door wie alles, in wie alles geschapen is? Bevatten hemel en aarde U dan, omdat Gij ze vervult? Of vervult Gij ze en blijft er dan nog over, omdat ze U niet bevatten?"
May[3] = "Gij hebt ons naar U toe geschapen, en rusteloos is ons hart totdat het rust vindt in U."
May[4] = "Mijn God, Gij hebt mij geschapen, en Gij hebt mij niet vergeten, toen ik U vergeten was. Gij zijt mij, voordat ik U inriep, reeds voor geweest, en met velerlei stemmen hebt Gij herhaaldelijk aangedrongen, omdat Gij wilde dat ik U uit de verte horen zou en mij tot U bekeren zou, en dat ik U die mij riep, in zou roepen."
May[5] = "Wie is Hij die zowel de dingen om te beschouwen als de toeschouwer zelf gemaakt heeft? Wie is hij toch? Als je op God lijkt, kom je Hem heel dicht naderbij. Zie hoe de Heer wil dat wij dichter bij Hem komen. Eerst doet Hij ons op Zich gelijken, om ons in staat te stellen tot Hem te naderen."
May[6] = "Laten wij God tot ons spreken door de lezing van Zijn woord; laten wij tot Hem spreken door onze gebeden. Als wij in gehoorzaamheid naar zijn woorden luisteren, woont Hij in ons, Hij om wie wij vragen."
May[7] = "Gij, God, antwoordt duidelijk, maar niet allen horen U duidelijk. Allen raadplegen U over hetgeen ze willen, maar ze krijgen niet altijd te horen wat zij willen. Uw beste dienaar is degene die er niet zozeer op uit is van U te horen wat hij of zij wil, maar veeleer dat te willen wat men van U hoort."
May[8] = "Velen roepen in, maar zij roepen U, God, niet in. Je roept God in, wanneer je God in je binnen roept. Want dit is Hem inroepen: Hem in jezelf binnenroepen, Hem op een bepaalde manier in de woning van je hart uitnodigen."
May[9] = "Wanneer je God alleen binnenroept om winst te maken, dan maak je God tot een loopjongen van jouw winstbejag. Wil je God inroepen? Roep hem dan voor niets anders (gratis) in. Want als voor jou God zelf niet voldoende is, wat van al wat Hij gemaakt heeft, zal je dan wél voldoen?"
May[10] = "Je kunt niet bidden met geloof als je geen geloof hebt. Dus van Gods gaven geef je aan God. God ontvangt van jou wat Hij je gegeven heeft."
May[11] = "Laat Christus in je hart wonen. Laat Zijn zalving in je hart zijn. Anders, wanneer er geen bron is om het te laven, zal je dorstende hart omkomen in eenzaamheid."
May[12] = "Laat heb ik U lief gekregen, o schoonheid, zo oud en zo nieuw, laat heb ik U lief gekregen! En Gij waart binnen en ik was buiten, en daar zocht ik U en ik rende, wanstaltig als ik was, op de schone dingen af die door U gemaakt zijn. Gij waart bij mij en ik niet bij U. Ik werd ver van U gehouden door dingen die niet bestaan zouden hebben, als ze niet in U bestaan hadden."
May[13] = "Hoe zoek ik dus naar U, Heer? Want wanneer ik naar U, mijn God, zoek, dan zoek ik het gelukkige leven. Ik wil U zoeken om te maken dat mijn ziel leeft, want mijn lichaam leeft van mijn ziel, mijn ziel van U. Hoe zoek ik dus het gelukkige leven? Ik heb het pas, als ik kan zeggen: 'Genoeg! Het is hier!' "
May[14] = "Waar heb ik U dus gevonden, zodat ik U leerde kennen? Want voordat ik U leerde kennen, waart Gij nog niet in mijn geheugen. Waar heb ik U dus gevonden, zodat ik U leerde kennen? Waar anders dan in U, boven mij?"
May[15] = "Werp je weg in Zijn armen, en wees niet bang: Hij zal zich niet terugtrekken, zodat je komt te vallen. Werp je weg, onbezorgd: Hij zal je opvangen en genezen."
May[16] = "Als je denkt van God iets te hebben begrepen, dan heeft dat wat je begrijpt, in ieder geval niets met God van doen."
May[17] = "Denk niet dat je God in woorden kunt vatten, maar weet wel dat God liefde is en dat God, als wij elkaar liefhebben, in ons oplicht: liefde is God."
May[18] = "De tijden zijn op zich niet goed of slecht. Wij zijn de tijden: zoals wij zijn, zo zijn de tijden. Wij maken zelf de tijden, goede tijden of slechte tijden."
May[19] = "Gij hebt ons zo geschapen dat wij naar U toe willen gaan, en ons hart is rusteloos, totdat het rust vindt in U."
May[20] = "Een vriend is iemand die alles van je weet en die toch van je houdt."
May[21] = "Voor God is niets veraf of langdurig. Wil je, dat voor jou niets veraf of langdurig is, voeg je dan bij God, want daar zijn duizend jaar als de dag van heden."
May[22] = "Als je van het Evangelie overneemt wat je bevalt, dan geloof je meer aan jezelf dan aan het Evangelie."
May[23] = "Ik zag met het oog van mijn ziel het Licht dat nooit verandert. Wie de Waarheid kent, kent dat Licht, en wie het kent, kent de eeuwigheid. "
May[24] = "De meeste mensen lijken op wat zij liefhebben. Het enige waar ze zich in hun leven zorgen over hoeven te maken, is dus het juiste voorwerp van hun liefde te kiezen. Vindt u het dan gek als iemand die Christus liefheeft en die Christus wil volgen, zichzelf verloochent door Hem te beminnen? Als mensen immers verloren gaan door zichzelf te beminnen, dan hervinden zij zich door zichzelf te verloochenen."
May[25] = "De weg van de vrijheid is de weg van de liefde. Bemin en doe dan wat je wilt. (Latijn: Ama et fac quod vis)"
May[26] = "Minacht uzelf niet, mannen: de Zoon van God heeft de gestalte van een man aangenomen. Minacht uzelf niet, vrouwen: de Zoon van God werd geboren uit een vrouw. Maar verlies u niet in het lichamelijke, want in de Zoon van God zijn we man noch vrouw."
May[27] = "Men is een goed eind gevorderd in de kennis over God wanneer men, voordat men weet wie Hij wel is, eerst weet wat Hij niet is."
May[28] = "Waarheid komt niet tot ons uit de duisternis, maar uit de Zon."
May[29] = "Geloof is aannemen wat wij niet zien, en de beloning voor geloof is zien wat wij aannemen."
May[30] = "Hoevelen die binnen de Kerk zijn, zijn daar buiten. En hoevelen die er buiten zijn, zijn binnen."
May[31] = "Wij mogen niet te snel blij zijn met woorden van mensen die beweren te geloven. Kijk eerst eens hoe zij daadwerkelijk leven."

Jun = new Array
Jun[1] = "Heb lief en God zal je tegemoet komen. Heb lief en Hij zal in je wonen. De Heer is dichtbij. Maak je in het geheel geen zorgen. Waarom laat je je meeslepen door wat je gedachten je voorspiegelen en zeg je: Wie is God? Alles wat jij kunt bedenken, is Hij niet. Maar om je toch enig idee te geven: God is liefde."
Jun[2] = "Gij waart dieper in mij dan mijn diepste binnenste, en hoger dan mijn hoogste top."
Jun[3] = "Men kan niet tot de waarheid doordringen tenzij door de liefde."
Jun[4] = "De mens ziet zichzelf nooit zoals hij is, maar slechts de weg, die voor hem ligt, en ook deze slechts op korte afstand. Als hij verder vooruit wil zien komt hij op dwaalwegen."
Jun[5] = "In de liefde is een arme rijk; zonder liefde is iedere rijke arm."
Jun[6] = "Gij hebt ons gezocht opdat wij U zouden zoeken."
Jun[7] = "Ga niet uit je zelf vandaan; richt je naar het binnenste, want in de innerlijke mens huist de waarheid."
Jun[8] = "Men moet zoeken om te vinden, en als men gevonden heeft, moet men verder zoeken."
Jun[9] = "De menselijke ziel heeft 2 krachten: een actieve en een contemplatieve; door de ene gaat men vooruit, door de andere bereikt men zijn doel."
Jun[10] = "Ik geloof, omdat het tegen mijn verstand ingaat. Deed het dat niet, dan had ik het geloof niet nodig, maar zou mijn verstand volstaan."
Jun[11] = "Wat de mens gelukkig maakt, komt niet van hemzelf, maar van iets dat hem overstijgt."
Jun[12] = "Wat je in anderen wilt ontsteken, moet in jezelf branden."
Jun[13] = "Maak jezelf niet wijs dat alles in orde is als je aandachtig luistert naar het woord van de Heer, zonder het ook werkelijk te beleven. Als je er niet naar luistert en er geen aandacht aan schenkt, bouw je niets op. Maar als je ernaar luistert, zonder het in daden om te zetten, bouw je slechts een ruïne."
Jun[14] = "Bid alsof alles afhangt van God. Werk alsof alles afhangt van jou."
Jun[15] = "Men verwerft de wijsheid niet door haar toe te juichen, maar door beginselvast ernaar te leven."
Jun[16] = "Het is beter te hebben liefgehad en verlies te lijden, dan helemaal niet te hebben liefgehad."
Jun[17] = "Onrustig is ons hart, totdat het rust vindt in U."
Jun[18] = "Ik weet wat tijd is, maar wanneer mensen mij erom vragen, is alles weg en kan ik geen antwoord geven. Ik weet wat liefde is, maar als je mij vraagt 'wat is liefde?' sta ik sprakeloos  en kan ik geen antwoord geven. Ik weet wat God is, maar als je ernaar vraagt, weet ik niet wat ik moet zeggen. "
Jun[19] = "Laten wij zoeken om Hem te vinden, laten wij zoeken na Hem gevonden te hebben. Om Hem te vinden moet men zoeken, omdat Hij verborgen is; na het vinden moet men verder zoeken, omdat Hij onmetelijk is."
Jun[20] = "Ik heb dikwijls in menselijke gedragingen kunnen vaststellen dat, wanneer mensen hun seksualiteit onderdrukken, hebzucht in de plaats daarvan schijnt te komen."
Jun[21] = "Liefde is niets anders dan het geluk van de ander te zoeken en geen enkel ander resultaat verwachten dan juist het geluk van de ander."
Jun[22] = "Het is een heel wonderlijke zaak hoe God woont in mensen die Hem nog niet kennen, en niet woont in mensen die Hem wél kennen."
Jun[23] = "Het geloof heeft zijn eigen ogen waardoor het op een of andere manier ziet dat, wat het nog niet ziet, toch waar is."
Jun[24] = "De Kerk is onze moeder, en daarom moeten wij haar blijven liefhebben. Zelfs wanneer zij een hoer geworden is, moeten wij haar nog liefhebben en meewerken aan haar herstel."
Jun[25] = "Van het Laatste Oordeel gaat een waarschuwing uit opdat de mens zich voor zonden behoedt en niet verloren gaat. Maar wie zich van zijn schuld, onvolmaaktheid en hulpbehoevendheid bewust is en hoopt op Gods genade hoeft dat Oordeel niet te vrezen."
Jun[26] = "Geef mij Uzelf, mijn God. Geef Uzelf aan mij terug. Zie, ik heb U lief, en als het te weinig is, laat mij dan sterker beminnen. Ik kan niet meten hoeveel liefde er nog in mij ontbreekt, hoeveel er nog nodig is totdat mijn leven door U wordt omhelsd en verborgen is 'in het geheim van Uw gezicht' (Ps. 30,21). Dit alles weet ik, dat het los van U slecht is met mij, niet alleen buiten mij, maar ook in mij, en dat voor mij alle overvloed die niet mijn God is, slechts gebrek is."
Jun[27] = "Waar wachten we nog op? Waarom laten we de hoop op deze wereld niet varen en wijden we ons niet helemaal aan de zoektocht naar God en naar het volmaakt gelukkig leven?"
Jun[28] = "God geeft Zijn liefde in ons hart, zodat wij de weg van de waarheid kunnen liefhebben. Liefde is dus niet een vrije keuze, maar zij wordt gegeven door de Heilige Geest, Die wij hebben ontvangen."
Jun[29] = "Hoogmoed is zonde. Een zonde die ontstaat als we op onszelf vertrouwen. Als we onszelf in het middelpunt van ons leven plaatsen."
Jun[30] = "De genade wordt ons niet gegeven, omdat wij goede werken gedaan hebben, maar zodat wij goede werken kunnen gaan doen. Niet omdat wij ons aan de Wet hebben gehouden, maar zodat wij ons aan de Wet kunnen gaan houden."
Jul = new Array
Jul[1] = "Genees mijn oren en open ze. Geef dat ik Uw woorden mag horen. Genees mijn ogen en open ze. Geef dat ik Uw aanwijzingen mag zien. Neem de dwaasheid van mij weg, zodat ik U zal herkennen. Zeg mij waar ik op moet letten om U te zien. Dan zal ik alles doen wat U mij opdraagt."
Jul[2] = "De dood is als liefde wanneer hij komt. Je kunt de dood niet weerstaan, tot wat voor kunstgrepen of geneesmiddelen je ook je toevlucht neemt. Wie als sterveling is geboren, kan het geweld van de dood niet vermijden. Zo kan de wereld ook niets doen tegen het geweld van de liefde. Zoals de dood uiterst gewelddadig is in het wegrukken, zo is de liefde uiterst krachtig in het redden."
Jul[3] = "Christus, Gods Zoon, is het vaderland waar we heengaan. Christus, de Mensenzoon, is de weg waarlangs wij gaan. Tot Hem gaan wij, door Hem gaan wij. Waarom zijn wij dan bang om te verdwalen?"
Jul[4] = "Zij die God zoeken om er op aarde voordeel uit te halen, zoeken God niet, maar het aardse. Ze dienen God uit slaafse angst, niet uit vrije liefde. Zo wordt God niet gediend. Alleen wat je liefhebt, kan je dienen."
Jul[5] = "Op God moeten al onze verlangens gericht zijn. Hem zullen wij eeuwig aanschouwen. Hem zullen wij liefhebben en onze liefde zal niet uitgeput raken. Hem zullen wij loven en wij zullen niet moe worden."
Jul[6] = "Waar heb ik U dus gevonden, zodat ik bekend met U raakte? Want U was natuurlijk nog niet in mijn geheugen voordat ik U had leren kennen. Waar heb U dan gevonden, waar raakte ik bekend met U, waar anders dan boven mij? Toch kan je daar nergens van een plaats spreken. Wij komen daar en gaan weer weg, maar nergens gaat het om een plaats. Waarheid, iedereen raadpleegt U naar believen, maar wat men hoort is niet naar ieders believen. Uw beste dienaar is de mens die niet zozeer beoogt te horen wat hij wenst, maar die van U wil horen wat U te zeggen hebt. "
Jul[7] = "Wat ook je beeld van God is, Hij is het niet. Wat je met je gedachten zou kunnen vatten, Hij is het niet. Want als Hij het zelf zou zijn, dan zou je Hem met je gedachten niet kunnen vatten. Maar om je iets van een voorsmaak aan te reiken: God is liefde."
Jul[8] = "Ogen verlieven zich in schone, wisselende vormen, in mooie en stralende kleuren. Maar zij moeten mijn ziel niet bevangen, God moet mijn ziel bevangen. God die al deze dingen inderdaad zeer fraai heeft gemaakt. Toch moeten zij niet mijn goed zijn, maar Hijzelf."
Jul[9] = "Hij die de nederigheid onderwijst, is niet gekomen om zijn eigen wil te doen, maar de wil van Hem die Heem gezonden heeft. Laten we tot Hem gaan, laten we bij Hem binnengaan, laten we deel worden van zijn lichaam opdat ook wij niet onze wil doen, maar de wil van God."
Jul[10] = "Als de ziel afwezig raakt, hebben de vensters van het lichaam niemand die door hen heen kijkt, ook al staan de luiken open. De ogen staan open, de oren zijn geopend: als de bewoner, namelijk de ziel, ontbreekt, wat baten dan open luiken?"
Jul[11] = "Wat het vlees doet leven, stamt niet uit het vlees, maar komt van boven het vlees. Zo is het ook met de mens: wat hem gelukkig doet leven, komt niet uit hemzelf voort, maar stamt van boven de mens. En dat geldt niet alleen voor de mens, maar zelfs voor elke andere hemelse kracht of macht."
Jul[12] = "Wij spreken over God. Is het dan verwonderlijk, dat je het niet begrijpt? Als je het immers begrijpt, is het God niet. Beter dan de stoutmoedige aanspraak op kennis, is in dat geval de vrome bekentenis van onwetendheid. Het is al een grote gelukzaligheid God een heel klein beetje te bereiken met je geest. Hem begrijpen is echter geheel onmogelijk."
Jul[13] = "Wil je in de tempel bidden? Bid dan zachtjes, voor jezelf. Maar zorg dat je eerst een tempel van God bent. Want iedereen die in Zijn tempel bidt, zal Hij verhoren."
Jul[14] = "Ik beken, ik werp me gemakkelijk geheel in de armen van dierbaren en familieleden, vooral als ik moe ben van de verleidingen van de wereld. Ik voel immers dat God daar is. Wanneer ik voel dat het vuur van de christelijke liefde in iemand brandt en diegene daardoor een trouwe vriend van mij is geworden, dan zijn al mijn overwegingen en gedachten die ik aan hem toevertrouw niet aan een mens toevertrouwd, maar aan Hem in wie die vriend blijft, juist om zo'n vriend te kunnen zijn."
Jul[15] = "Als je me zou vragen 'Laat mij degene zien die ik moet liefhebben', wat moet ik dan anders antwoorden dan wat Johannes zei: 'Niemand heeft ooit God gezien'. Maar opdat je nu niet denkt dat het zien van God een mens geheel vreemd is, zegt hij: 'God is liefde en wie blijft in de liefde, blijft in God'. Begin dus met je naaste lief te hebben."
Jul[16] = "Wat wil ik? Waar verlang ik naar? Wat hoop ik? Waarom zeg ik dit? Waarom zit ik hier? Waarom leef ik? Waarom anders dan om zover te komen dat wij allemaal met Christus leven? Daar verlang ik naar, dat is mijn eer, dat is mijn roem, dat is mijn vreugde, dat maakt mij rijk."
Jul[17] = "Als we op de juiste manier liefhebben, geloven en hopen we ongetwijfeld ook op de juiste manier. Maar als we niet liefhebben, dan heeft ons geloof geen inhoud."
Jul[18] = "Waar de liefde van God ontbreekt, regeren de begeerte en de angst."
Jul[19] = "De basis van een goed leven is een echt geloof. De beloning voor zo'n leven is het eeuwig leven. Het echte geloof houdt in: geloven wat je nog niet ziet. De beloning voor zo'n geloof is: zien wat je gelooft."
Jul[20] = "Je moet niet met veel woorden bij God aankomen, alsof je met je woorden God iets wil duidelijk maken. Je hebt geen breedsprakerigheid, maar vroomheid nodig als je bidt. Want je Vader weet wat je nodig hebt, voordat je Hem erom vraagt."
Jul[21] = "Kijk eens naar alles wat geschapen is en ga dan op zoek naar de Schepper. Bekijk wat je kunt zien en zoek Hem, die je niet ziet. Laat wat je ziet jou het geloof geven in Hem, die je niet ziet."
Jul[22] = "Heb de Kerk lief, blijf bij de Kerk, wees zélf de Kerk."
Jul[23] = "Waarom twijfelen zwakke mensen eraan of ze ooit met God zullen leven? Er is iets gebeurd dat veel ongelooflijker is: God is voor de mensheid gestorven."
Jul[24] = "Wanneer je bidt, moet je niet iets aan God vragen buiten Hem om, maar vraag om Hem zelf. Hij zal je verhoren en terwijl jij nog aan het bidden bent, zal Hij zeggen: 'Zie, hier ben Ik'."
Jul[25] = "Ons leven is een pelgrimstocht die niet zonder gevaren kan zijn. Want onderweg worden wij gevormd door de beproevingen die ons te wachten staan. En ook leert niemand zichzelf beter kennen, dan wanneer hij beproefd wordt."
Jul[26] = "We streven naar grootse dingen, maar laten we eerst nietige dingen op ons nemen. Dan zullen we groots zijn."
Jul[27] = "Wanneer je Gods weg wilt bewandelen, laat dan ook aan de mensen zien dat je op God vertrouwt. Schaam je daar niet voor. Waar het hart vol van is, daar loopt de mond van over."
Jul[28] = "Zeg mij, wie lijdt er niet in deze wereld? Een arme mens lijdt omdat hij hard moet werken, een rijke mens lijdt in zijn gedachten. Een arme mens wil hebben wat hij niet heeft, een rijke mens is bang om te verliezen wat hij heeft en wil hebben wat hij nog niet heeft en dus lijdt hij nog meer."
Jul[29] = "De liefde kan niet zonder de hoop. De hoop kan niet zonder de liefde. En ze kunnen allebei niet zonder het geloof."
Jul[30] = "Sommige mensen komen tot geloof en andere niet. Het geloof is niet bij iedereen te vinden. Maar wie geloof heeft, gelooft door genade. Gelovigen moeten zich niet op de borst slaan: het geloof is een geschenk van God."
Jul[31] = "Is de gewone gang van zaken in de natuur niet wonderlijk? De hele schepping is vol wonderen. Maar doordat we eraan gewend zijn, zeggen ze ons niets meer!"

Aug = new Array
Aug[1] = "De gerechtigheid van de farizeeën hield in dat zij wel mooie dingen zeggen, maar het niet doen. Jouw gerechtigheid moet groter zijn dan die van de schriftgeleerden en de farizeeën. Je moet alleen goede dingen zeggen, maar ook goed leven."
Aug[2] = "Wij krijgen nog tijd om te leven, wij zijn nog niet dood, wij leven nog en wij zijn nog niet geoordeeld. Laten wij, zolang wij leven, doet wat de Vader, die onze rechter zal zijn, ons opdraagt. Laten wij vergeving vragen aan onze broeders en zusters, die wij mischien ergens mee hebben gekwetst, die wij misschien ergens mee hebben beledigd, tegen wie wij misschien hebben gezondigd."
Aug[3] = "Leef zo: blijf niet stilstaan, sla geen acht op het heden, maar hoop op de toekomst. Laat het tijdelijke voor u vervagen, laat het eeuwige voor u stralen."
Aug[4] = "Gelukkig leven is blij zijn met de waarheid. En dat betekent gelukkig zijn in U, want U bent de waarheid, God. U, mijn God, bent mijn licht en het heil van mijn aangezicht."
Aug[5] = "De mens wordt gelukkig als hij in zijn hart het geluk leert kennen dat eeuwig blijft. Het is het eeuwig Leven, dat de mens tot leven wekt. Het is de volmaakte Wijsheid, die de mens wijs maakt. Het is het Licht dat altijd schijnt, dat de mens verlicht."
Aug[6] = "Waar is de dood? Zoek hem bij Christus. De dood is niet meer. Hij is er geweest en hij is in Christus gestorven. O Leven, Dood van de dood! Houd moed, de dood zal ook in ons sterven. Wat nu al is gebeurd in het Hoofd, zal ook in de ledematen gebeuren: ook in ons zal de dood sterven!"
Aug[7] = "Je begint met geloven en je eindigt met zien."
Aug[8] = "Het is beter te hebben liefgehad en verlies te lijden, dan helemaal niet te hebben liefgehad."
Aug[9] = "God zal het einde zijn van al ons verlangen. Hem zullen wij eeuwig aanschouwen. Hem zullen wij liefhebben zonder dat onze liefde uitgeput raakt. Hem zullen wij loven zonder moe te worden."
Aug[10] = "Hij die goed doet is vrij, ook al is hij een slaaf; hij die kwaad doet is een slaaf, ook al is hij een koning."
Aug[11] = "Heel ons leven is een oefening in verlangen. Degene die verlangt naar God, die bidt. Uw verlangen is uw gebed. Als u onophoudelijk verlangt, dan bidt U ook onophoudelijk."
Aug[12] = "In dit ellendig leven komt het dikwijls voor, dat we geloven dat iemand onze vriend is, terwijl hij in werkelijkheid vijand is; en dat iemand van wie we menen dat hij onze vijand is, vriend is."
Aug[13] = "Men kan beter te doen hebben met iemand die vlug kwaad wordt, maar het meteen weer goed maakt, zodra hij beseft dat hij een ander onrecht heeft aangedaan, dan met iemand die minder opvliegend is, maar er moeilijk toe overgaat zijn verontschuldigingen aan te bieden."
Aug[14] = "Probeer niet door uw kleding in de smaak te vallen, maar door uw levenshouding."
Aug[15] = "Men moet niet kijken naar wat iemand doet, maar waarom iemand iets doet... Want ook wanneer bij een andere goed uitpakt wat u niet met een oprechte en zuivere bedoeling doet, wordt u aangerekend waarom u het hebt gedaan, niet hoe het uitpakt bij een andere."
Aug[16] = "Het is belangrijker om God in je hart te hebben dan goud in je geldbuidel."
Aug[17] = "Volmaakter kan een mens niet zijn dan hij die zijn eigen onvolmaaktheden ontdekt."
Aug[18] = "Hoe ziet liefde eruit? Zij heeft handen om anderen te helpen. Zij heeft voeten waarmee ze zich haast naar de armen en behoeftigen. Zij heeft ogen die lijden zien en de nood. Zij heeft oren die het zuchten en de droefheid horen. Zo ziet liefde eruit."
Aug[19] = "Zij die God zoeken om aardse weldaden, zoeken niet God maar die weldaden. Daarom, omdat God groter en beter bevonden wordt dan alle dingen, moet Hij meer bemind worden dan alle dingen."
Aug[20] = "Totale onthouding is gemakkelijker dan beheerste matigheid."
Aug[21] = "De wereld is een boek. Wie niet reist, leest slechts één bladzijde."
Aug[22] = "God zorgt voor de wind, de mens moet de zeilen van zijn boot hijsen."
Aug[23] = "Er zijn omstandigheden waarin het is toegestaan de waarheid te verzwijgen; maar haar door een leugen te verraden, nooit!"
Aug[24] = "Iets is niet noodzakelijkerwijs verkeerd omdat het slecht onder woorden is gebracht. En iets wat in prachtige woorden is uitgesproken is daarom niet noodzakelijkerwijs goed."
Aug[25] = "Alle mensen zijn lampen omdat ze aangestoken maar ook gedoofd kunnen worden. Die lampen geven licht, tenminste wanneer ze wijs zijn en oplaaien door de geest. Want als ze gebrand hebben, maar zijn uitgegaan, dan stinken ze zelfs. De dienaren van God blijven echter goede lampen omdat ze branden op de olie van Zijn barmhartigheid en niet op eigen kracht. De genade van God, die gratis is, dat is immers de olie van de lampen."
Aug[27] = "Mijn hele verlangen is God en de ziel te kennen. - Niets anders? - Neen, niets anders."
Aug[28] = "Alleen de liefhebbende deelneming biedt het middel de mensen te verstaan."
Aug[29] = "Begrafenissen zijn veeleer een troost voor de levenden dan dat ze de doden tot iets dienen."
Aug[30] = "Bij wijsheid hoort het doorgronden met het intellect van wat eeuwig is; bij kennis het rationeel begrijpen van wat tijdelijk is."
Aug[31] = "De aalmoes is slechts een teruggeven."

Sep = new Array
Sep[1] = "De deugd is het juiste gebruik van de vrije wil."
Sep[2] = "Er zijn mensen, die vol geduld sterven, maar er zijn ook gehoorzame mensen, die met geduld blijven leven."
Sep[3] = "God dienen is de ware vrijheid."
Sep[4] = "In elke bewondering steekt een huiveren."
Sep[5] = "De aarde is vol barmhartigheid, omdat ze vol ellende en pijn is, maar in het hemelrijk is geen barmhartigheid, want daar is geen pijn."
Sep[6] = "Waar geen afgunst is, heerst eendracht in verscheidenheid."
Sep[7] = "Geloof is om te geloven wat je niet ziet, de beloning van dit geloof is om te zien wat je gelooft. "
Sep[8] = "Zoek uit hoeveel God je heeft gegeven en neem wat je nodig hebt, de rest is nodig voor de anderen."
Sep[9] = "Het grootste kwaad is lichamelijke pijn."
Sep[10] = "De volmaaktheid van een mens bestaat erin om zijn eigen onvolkomenheden uit te zoeken."
Sep[11] = "God heeft zout in onze monden gelegd, opdat wij naar Hem zouden dorsten."
Sep[12] = "Liefde is de schoonheid van de ziel"
Sep[13] = "Hoevelen die binnen de kerk zijn, zijn daar buiten. En hoevelen die er buiten zijn, zijn binnen."
Sep[14] = "Place quote here"
Sep[15] = "Place quote here"
Sep[16] = "Beluister altijd ook de andere kant."
Sep[17] = "Ik wens dat mijn vrienden me missen zolang ik hen mis."
Sep[18] = "Als 2 vrienden je vragen om te oordelen over hun onderling dispuut, doet dat niet, want je verliest een vriend; wanneer echter 2 vreemden je hetzelfde vragen, ga er wel op in, want je wint er een vriend bij."
Sep[19] = "Wonderen zijn niet in strijd met de natuur, maar enkel met onze beperkte kennis van de natuur."
Sep[20] = "Dit is de volmaaktheid van de mens: dat hij zijn onvolmaaktheden onderkent."
Sep[21] = "Wat is de tijd? Zolang niemand me dat vraagt, weet ik wat het is. Wanneer iemand mij vraagt om het uit te leggen, dan weet ik het niet meer."
Sep[22] = "Schoonheid is een geschenk van God. Maar een goed mens moet niet denken dat het een groot goed is, want ook zondaars krijgen schoonheid van God."
Sep[23] = "Waarvan ik leef, daar spreek ik van. Waarvan ik zelf besta, dat deel ik uit."
Sep[24] = "Niet tot geestelijken, niet tot priesters en bisschoppen sprak de apostel toen hij zei: gij zijt nu de ledematen van Christus. Dat zei hij tot het volk, tot de gelovigen, tot de christenen."
Sep[25] = "Het is zo gemakkelijk overdag de Heer te prijzen, als alles goed gaat, maar in de nacht der ziel, als alles tegenvalt zijn handen opheffen en de Heer prijzen, wie doet dat?"
Sep[26] = "Ik kijk omhoog naar de hemel, naar de schoonheid der sterren; ik bewonder de straling van de zon die volstaat voor het zaaien van de dag, de maan die ons troost in het nachtelijk duister; wonderbaar is dit alles, lofwaardig is het, of liever het is verbazingwekkend, en ik bewonder het, loof het, maar ik dorst naar Hem die dit alles gemaakt heeft!"
Sep[27] = "Bid om het gelukzalig leven. Wat is dat, het gelukzalig leven? Doen wat gij wilt? Neen. Bestaat het in het willen doen van behoorlijke dingen? Neen, ook dat is het niet. Het is zelfs niet de zorg voor het welzijn van uw familie of enig ander tijdelijk welzijn. De eigenlijke zaligheid hangt niet af van dit alles. Waarom bidt gij niet zoals er geschreven staat: om één ding heb ik gebeden: dat ik moge wonen in het huis van mijn God. Dat is de gelukzaligheid."
Sep[28] = "Zorg ervoor dat de zon niet ondergaat als je nog boos bent, maar maak het goed. Zo voorkom je dat de Zon der Gerechtigheid ondergaat in je hart."
Sep[29] = "Alle mensen - of ze nu hoog of laag van aanzien zijn, of ze ontwikkeld of onontwikkeld zijn, of ze rijk of arm zijn, niemand uitgezonderd - hebben toegang tot Gods genade. Om die genade te krijgen, heeft een mens die zich heel wat verbeeldt geen voorrang op een nederig mens die niets weet, niets heeft of niets voorstelt."
Sep[30] = "Je moet jezelf niets aanmatigen waarop je als mens geen aanspraak kunt maken. Alleen God kan in iemands hart kijken. Een mens mag daar niet over oordelen, behalve over datgene wat zichtbaar is."
Oct = new Array
Oct[1] = "Elke arbeider die belangeloos in Gods wijngaard werkt, zal door die akker gevoed worden."
Oct[2] = "Hoe kan er sprake zijn van echt geluk, als je niet weet hoe lang het duurt en er niet op kunt vertrouwen dat het eeuwig blijft?"
Oct[3] = "Een mens is oprecht van hart, als hij God looft in de dingen die hij begrijpt en God geen dwaasheid toeschrijft in de dingen die hij niet begrijpt."
Oct[4] = "Ik snak naar de Schepper van alles. Naar Hem honger ik, naar Hem dorst ik, tegen Hem zeg ik: Bij U is de bron van het leven."
Oct[5] = "Als jij, ondanaks je zonden, beweert dat je niets hebt misdaan, dan stel je voor God niets voor en zul je niets van Hem ontvangen."
Oct[6] = "Christus heeft gebeden om ons te leren bidden. Hij heeft geleden om ons te leren lijden. Hij is opgestaan om ons te leren vertrouwen op de opstanding uit de doden."
Oct[7] = "Wanneer je bidt, moet je niet iets aan God vragen buiten Hem om, maar vraag om Hem zelf. Hij zal je verhoren en terwijl jij nog aan het bidden bent, zal Hij zeggen: Zie, hier ben Ik."
Oct[8] = "Geloof en je zult leven, ook al ben je gestorven. Als je niet gelooft, ben je dood, ook al leef je nog."
Oct[9] = "Je hart opheffen tot God wil zeggen dat je je toevlucht zoekt bij Hem. Je hart opheffen, maar niet tot Hem, dat is hoogmoed."
Oct[10] = "In God woont de volkomen en volmaakte eeuwigheid. Geen mens kan dat bevatten, geen pen kan dat beschrijven."
Oct[11] = "Houd voor waar wat nog niet zichtbaar is. Je moet blijven geloven in de dingen die je niet ziet. Dan hoef je je niet te schamen, wanneer je het daadwerkelijk ziet."
Oct[12] = "Mogen de golven u als uw hart un verwarring is, niet overspoelen. En omdat we mensen zijn, hoeven we, als ons gemoed door windstoten aan het wankelen wordt gebracht, toch niet te wanhopen? Laten we Christus wakker maken, om op een kalme zee te kunnen varen en in het vaderland aan te komen."
Oct[13] = "Vriendschap is willen geven aan hen die we liefhebben. Maar wat, als men niets heeft om te geven? Dat is niet erg; welwillendheid alleen is genoeg voor iemand die bemint."
Oct[14] = "Er is maar één leven en dat is het gelukkige leven. En het gelukkige leven kan alleen maar eeuwig zijn, een leven waar goede dagen zijn, nee, niet veel dagen, maar slechts één dag. We gebruiken het woord dagen omdat wij dat in dit leven zo gewend zijn. Maar die ene dag kent geen morgen en geen avond. Na die dag komt er geen morgen, want er was ook geen gisteren. Die dag, of dagen, en dat leven, het ware leven, ligt voor ons in het verschiet."
Oct[15] = "God heeft alle dingen gemaakt en Hij is niet ver; Want Hij heeft ze niet gemaakt en is daarna heengegaan, maar ze zijn uit Hem en in Hem. En waar is Hij dan? Waar wordt de waarheid geproerfd? Binnen in het hart is Hij, maar het hart is van Hem weggedwaald. Kom terug naar het hart."
Oct[16] = "Degenen in wie de liefde van Christus niet volmaakt is, kunnen wel samen leven, maar zij zijn onaangenaam, lastig, oproerig, stoken in hun ontevredenheid anderen op, en zijn er steeds op uit iets ongunstigs van anderen te kunnen zeggen. Zo zijn vele zusters en broeders in het klooster: ze leven slechts schijnbaar en materieel samen. Maar wie leven echt in eenheid samen? Zij van wie gezegd wordt: zij zijn één van ziel en één van hart op weg naar God."
Oct[17] = "Alleen op grond van liefde zijn de daden van de mensen te onderscheiden. Er gebeuren veel dingen die ogenschijnlijk goed lijken, maar niet voortkomen uit de wortel van de liefde. Ook dorens bloeien. Sommige dingen lijken hard of onvriendelijk, maar zij gebeuren om op te voeden en zijn door de liefde ingegeven. Voor eens en altijd wordt u een kort bevel gegeven: bemin en doe dan wat u wilt."
Oct[18] = "Wanneer je God alleen aanroept om winst te maken, dan maak je God tot een loopjongen van uw winstbejag. Dan heeft God zijn waarde voor u verloren en heb je God gedegradeerd. Wil je God aanroepen? Aanroep Hem dan gratis. Want als God zelf u niet voldoende is, wat van al datgene wat Hij gemaakt heeft, zal u dan wel voldoen?"
Oct[19] = "Vraag God dat u elkaar bemint. Bemin alle mensen, ook uw vijanden. Niet omdat zij nu al broeders van u zijn, maar in de hoop dat zij eens uw broeders zullen worden. Vraag God altijd vurig uw medemens te beminnen, onverschillig of die mens uw broeder is of uw vijand die door hem te beminnen uw broeder kan worden."
Oct[20] = "Wat troost ons in deze menselijke samenleving vol dwalingen en verdriet meer dan de ongeveinsde trouw en wederzijdse liefde van ware en goede vrienden."
Oct[21] = "Wie werkelijke rust wenst en werkelijk geluk, moet zijn verwachtingen niet stellen in het weghalen van de sterfelijke en voorbijgaande dingen, maar in het woord van de Heer. Dan zal hij zich hechten aan wat tot in eeuwigheid blijft en zo ook zelf mee tot in eeuwigheid blijven."
Oct[22] = "Gelukkig leven is blij zijn met U, in U en om U. Dat is het en niets anders. Mensen die toch denken dat het iets anders is, jagen een andere soort vreugde na, en niet de ware vreugde. Gelukkig leven is blij zijn met de waarheid. En dat betekent gelukkig zijn in U, want U bent de waarheid, God."
Oct[23] = "De mens koos ervoor God te verlaten, door wie hij geschapen is. God stond hem dit toe, terwijl Hij als het ware zei: Laat de mens Mij maar verlaten en hij zal zichzelf vinden; en zijn ellende zal bewijzen dat hij niets kan zonder Mij."
Oct[24] = "Geef de voorkeur aan de liefde tot God. Want God is eeuwig; en omdat Hij eeuwig is, zult ook u in eeuwigheid blijven als u Hem bemint. Immers zoals men bemint, zo is men ook. Bemint u de aarde, dan bent u aarde. Bemint u God, dan - zou ik het durven zeggen? - bent u God."
Oct[25] = "Heer, heb erbarmen met mij! Ik arme! Zie, ik verheel mijn wonden niet: gij zijt de arts en ik ben ziek; gij zijt barmhartig en ik erbarmelijk...Place quote here"
Oct[26] = "Een echte vriend gebruikt harde woorden. Soms is het immers nodig dat vrienden ruzie maken. Let daarom niet op de zalvende woorden van een vleier en evenmin op de harde woorden van een vriend die ons terechtwijst."
Oct[27] = "Ik zou u willen zeggen dat u geen andere weg baant om de waarheid te bereiken en te verwerven dan de weg die gebaand is door Hem, die als God de zwakheid van onze schreden kent. Deze weg is op de eerste plaats: de nederigheid, op de tweede plaats: de nederigheid; en op de derde plaats: de nederigheid... Zo dikwijls gij mij vraagt naar de gedragslijnen van de christelijke godsdienst, verkies ik niets anders te antwoorden dan: nederigheid."
Oct[28] = "God die altijd schoon is, heeft ons eerst bemind. Hij heeft ons bemind toen we nog lelijk en misvormd waren. Niet om ons lelijk te laten, maar om ons van lelijke tot schone mensen te maken. Hoe zullen wij schone mensen worden? Door Hem te beminnen die steeds schoon blijft. Naarmate de liefde in u groeit, groeit ook de schoonheid, want de liefde is de schoonheid van de ziel."
Oct[29] = "Wees er voor alles van overtuigd dat de liefde geen kleinigheid is, niet iets waar men niets voor hoeft te doen. Men beleeft de liefde niet door wat goedmoedig te zijn. Men beleeft de liefde niet door een houding van slaperigheid en nalatigheid. U mag niet denken dat u iemand in uw omgeving bemint als u hem nooit terechtwijst. Dit geen liefde, maae gemakzucht. De liefde moet vurig zijn; vurig om op fouten te wijzen, om te verbeteren. Bemin nooit de fouten van een persoon, maar wel de persoon zelf, want God heeft de mens gemaakt, maar de fouten worden door de mens gemaakt..."
Oct[30] = "Het verlangen bidt altijd, ook al zwijgt de tong. Als gij altijd verlangt, dan bidt gij altijd. Wanneer slaapt ons gebed? Slechts dan als ons verlangen verkoelt."
Oct[31] = "Hoe beter je zelf bent, hoe meer je de zondaars moet verdragen. Kijk maar naar Jezus. Hij had geen enkele zonde bedreven, toch droeg Hij alle zonden. En die waren beslist niet van Hem. En jij zou het beneden je waardigheid achten de zonden  van anderen te verdragen,  terwijl toch ook je eigen zonden vergeven zijn."

Nov = new Array
Nov[1] = "De doden zijn niet afwezig, zij zijn alleen onzichtbaar."
Nov[2] = "De dood moet geen kwaad geacht worden, als hij het einde is van een goed leven."
Nov[3] = "De ogen van ons gelovig hart zijn als vensters waardoor wij naar Gods schepping kijken."
Nov[4] = "Toch heb ik zoiets lief als een licht, zoiets als een stemgeluid, zoiets als een geur, zoiets als een spijs en zoiets als een omhelzing, wanneer ik mijn God liefheb. Hij is licht en stemgeluid, en geur en spijs en omhelzing van mijn innerlijke mens."
Nov[5] = "Omhels de liefde die God is, en omhels God in liefde. Hoe meer wij genezen van het gezwel van de hoogmoed, des te voller zijn wij van liefde. En van wie anders is hij die vol liefde is, vol dan van God? Hoe vuriger wij God liefhebben, met des te meer zekerheid en helderheid zien wij God."
Nov[6] = "Laten we God beminnen die wij niet kennen, maar in wie wij wel geloven Want het is geen klein beetje kennis, wanneer wij uit deze diepte naar die hoogte als rustpunt komen, als wij kunnen weten wat God niet is, alvorens wij kunnen weten wat God is."
Nov[7] = "God, zich afkeren van U betekent: vallen, en zich keren tot U betekent: opstaan, en blijven in U betekent: op vaste grond staan. Weggaan van U betekent: sterven, terugkeren tot U betekent: herleven, wonen in U betekent: leven. Niemand verliest U zonder bedrogen te zijn. Niemand zoekt U zonder van tevoren geroepen te zijn. Niemand vindt U zonder gezuiverd te zijn."
Nov[8] = "God, U verlaten staat gelijk met te gronde gaan. U verwachten betekent: U beminnen. U zien is U bezitten. God, naar U zet het geloof ons in beweging, op U richt ons de hoop. Met U verenigt ons de liefde. God, door wie wij de vijand bedwingen, tot U richt ik mijn gebed."
Nov[9] = "Heer onze God. Zoveel ik kon, zoveel Gij mij het vermogen gegeven hebt, heb ik U gezocht, en ernaar verlangd te zien wat ik geloof. En veel heb ik nagedacht en gezwoegd. Heer, mijn God, mijn enige hoop, verhoor mij, dat ik niet, vermoeid, U niet meer wil zoeken, maar dat ik steeds vurig naar Uw aanschijn blijf verlangen. Geef mij de kracht U te blijven zoeken."
Nov[10] = "Heer onze God. Voor U staat mijn sterkte, voor U staat mijn zwakheid. Behoed mijn sterkte, genees mijn zwakheid. Voor U staan mijn onwetendheid en mijn kennis. Laat mij daar binnentreden waar Gij U voor mij geopend hebt en neem mij in U op. Open U voor mij als ik daar aanklop, waar Gij U nog verbergt voor mij."
Nov[11] = "Heer onze God. Wanneer wij U bereikt zullen hebben, zal al het vele dat wij gezegd hebben, zonder U te bereiken, voorbij zijn. En Gij alleen zult blijven, alles in allen. En zonder einde zullen wij slechts één naam uitspreken, terwijl wij U loven in één, omdat wij één geworden zijn in U, ene Heer God." 
Nov[12] = "De liefde kent geen vrees. Volmaakte liefde bant iedere vrees uit. Vrees is pijnlijk. Het zondige hart wordt gekweld door het geweten zolang er geen rechtvaardiging plaats vindt. Dat is pijnlijk en die pijn steekt. Dat komt door de vrees. Maar wees niet bang: zodra de liefde er is, geneest zij de wonde van de vrees. De vreze Gods wondt op de wijze van een doktersmes. Ze snijdt de verrotting weg en maakt de wonde groter. Eerst was de wonde minder groot, maar wel gevaarlijker. Uitsnijden doet pijn, maar brengt genezing. En het mes van deze geneesheer laat geen litteken achter. Onderwerp U dus gewillig aan Zijn hand."
Nov[13] = "Wij zijn allen in de boot, de enen als leden van de bemanning, de anderen als passagiers. Nochtans brengt de storm ons allen in gevaar en wacht ons de haven. Hoe kunnen we de rots vermijden waar het schip tegenaan zal varen? De kapitein zelf weet het niet. Er rest ons maar één ding te doen: roepen tot de Heer."
Nov[14] = "Dit is absoluut zeker, broeders en zusters: ofwel zul je de ongerechtigheid uitroeien of zelf door de ongerechtigheid vernietigd worden. Zoek echter niet de ongerechtigheid uit te roeien als iets vreemds buiten jezelf. Kijk naar jezelf, zie war er in jezelf met jou strijdt en wees op je hoede dat je eigen ongerechtigheid je niet overwint."
Nov[15] = "Doorheen het lijden is de Heer overgegaan van de dood naar het leven en heeft Hij voor ons een weg geopend...opdat ook wij zouden overgaan van de dood naar het leven."
Nov[16] = "Nog steeds jaag ik het doel na, ga ik vooruit, trek ik verder, ben ik onderweg. We zijn volmaakte reizigers, maar nog geen volmaakte bezitters. Als reizigers zijn we onderweg. Gij vraagt: verder trekken, wat betekent dat? Om het kort te zeggen: dat betekent vooruitgaan. Trek steeds verder, maak steeds vooruitgang."
Nov[17] = "Christus, die zo'n grote macht had, heeft honger geleden, heeft dorst geleden, is vermoeid geweest, heeft geslapen, is gegrepen en geslagen, is gekruisigd en gedood. Dat is de weg: bewandel de weg der nederigheid, om de tkomen tot de eeuwigheid. Christus, God is het vaderland waarheen wij gaan; Christus, de mens, is de weg waarlangs wij gaan. Het is via Hem dat wij naar Hem gaan."
Nov[18] = "Het gelukkige leven is de vreugde om de waarheid, want dat is hetzelfde als vreugde om U, die de waarheid bent, o God, mijn licht, heil van mijn aangezicht, mijn God. Dit gelukkige leven willen allen; dit leven, dat alleen het gelukkige leven is, willen allen; de vreugde om de waarheid willen allen."
Nov[19] = "We kunnen reizen, duizenden kilometers ver. Maar de langste en de verste reis is die naar het eigen hart. Daar, in het diepste van ons hart, spreekt Christus ons liefdevol aan en zegt: Kom en volg Mij."
Nov[20] = "Heer, onze God, onder de schaduw van U vleugels neem ik mijn toevlucht. Licht! Veel te laat heb ik U leren kennen. Een duistere wolk voor mijn ogen belette mij de zon van de rechtvaardigheid te zien en het licht van Uw waarheid. Licht van mijn ogen, open mijn hart voor de oceaan van Uw mildheid. Doe mijn hart ontvlammen."
Nov[21] = "Moge Uw hart mijn hart ontsteken van liefde, Uw liefde. Laat mij niet langer dobberen op de zee van de onverschilligheid. Leid mij naar de haven van het eeuwig geluk. Wij varen op de onmetelijke zee, vaak zwoegend en zuchtend. We aanschouwen U van ver, vol verlangen naar U. We zwoegen, soms met tranen, om een beetje dichter bij U en bij Uw geliefde mensenkinderen te geraken."
Nov[22] = "Gij die de zee en de windenbeveelt en bewoont, kom en wandel op de golven van mijn hart. Wees Gij de richting en de zekerheid van alles wat ik ben. Gij laat mij verdrinken in U, o mijn enige Goede. Ik verlang naar U, Licht van mijn ogen. Moge mijn duisternis en angst U voor mij niet verbergen."
Nov[23] = "Moge mijn ziel, o Heer, toevlucht vinden in de schaduw van Uw vleugels, tegen het verterende vuur van de tijdsgeest, tot ze, geborgen in Uw zoete wezen, lofzingt en vreugdevol uitroept: vredevol mag ik zalig rusten in Uw schoot. "
Nov[24] = "Als de zon schijnt, wordt het licht op aarde. De zon laat de dag aanbreken, maakt de dingen zichtbaar en geeft kleuren glans. Dat is een groot goed en het is een bijzonder geschenk van God aan alle stervelingen. Laten Zijn werken Hem dan loven. Maar als de zon al zo mooi is, bestaat er dan wel iets mooiers dan de Schepper van de zon?"
Nov[25] = "Het zonlicht dringt door tot alles wat aan het licht kan komen, maar het licht dringt niet door tot de dingen die afgesloten zijn. Het licht van de zon kan wel door een raam, maar niet door een muur schijnen. Maar voor het licht van Gods Woord ligt alles open, voor Gods Woord is niets ondoordringbaar."
Nov[26] = "Dank zij het kleine kan je je een voorstelling maken van het grote. Kijk dus naar het aardse en prijs het hemelse."
Nov[27] = "God heeft je boven de dieren gesteld. Hij heeft je naar Zijn beeld gemaakt. Moet je je ogen dan op dezelfde manier gebruiken als de dieren? Alleen om voedsel te zoeken voor je lichaam en niet voor je geest?"
Nov[28] = "God is rijk, God die alles gemaakt heeft: de hemel en de aarde, de zee en de engelen. Datgene wat we zien op aarde en wat we niet zien in de hemel, heeft Hij gemaakt. Toch moeten we niet die rijkdom beminnen, maar Hem die ze heeft geschapen."
Nov[29] = "Het hemelse huis van mijn God is hoog boven mijn ziel. Daar woont Hij, vandaar ziet Hij mij, vandaar heeft Hij mij geschapen, vandaar bestuurt Hij mij, vandaar zorgt Hij voor mij, vandaar spoort Hij mij aan, vandaar roept Hij mij, vandaar wijst Hij mij op de eindbestemming, vandaar leidt Hij mij, vandaar brengt Hij mij waar ik moet zijn."
Nov[30] = "Wij zondigen om twee redenen. Of omdat we nog niet inzien wat we moeten doen, of omdat we niet doen wat er gedaan moet worden. Van die beide is de eerste een zonde uit onwetendheid en de tweede uit zwakheid."

Dec = new Array
Dec[1] = "Place quote here"
Dec[2] = "Place quote here"
Dec[3] = "Place quote here"
Dec[4] = "O, lichtend, heerlijk huis, ik heb uw luister lief gekregen en de woonplaats van de glorie van de Heer, die u gemaakt heeft en bezit. Op mijn tocht in de vreemde smacht ik naar U."
Dec[5] = "Ik heb u geproefd en sindsdien dorst en honger ik naar U. Gij hebt mijn hart geraakt, en het is ontvlamd in verlangen naar uw vrede."
Dec[6] = "U die een kloostergemeenschap vormt, dragen wij op het volgende na te leven. Leef allen één van ziel en één van hart samen en eer in elkaar God, want ieder van u is zijn tempel geworden."
Dec[7] = "Ons leven, die pelgrimstocht, kan niet zonder beproevingen zijn; want onze vooruitgang wordt door middel van beproevingen, die ons te wachten staan, bewerkt, en ook leert niemand beter zichzelf kennen dan in de beproeving en kan niemand worden bekroond zonder overwinning, en kan niemand overwinnen zonder strijd, en kan niemand strijden zonder vijand of beproevingen te hebben doorgemaakt."
Dec[8] = "Binnen in mij was U, ik was buiten, en ik zocht U als een ziende blinde buiten mij, en uitgestort als water liep ik van U weg en liep verloren tussen zoveel schoonheid die niet U is. Toen hebt U geroepen en geschreeuwd, door mijn doofheid bent U heengebroken."
Dec[9] = "Groot zijt Gij, Heer, en zeer te loven. Groot is uw macht en uw wijsheid heeft geen getal. En een mens wil U loven. Gij zet hem aan om er vrede in te vinden U te loven, want Gij hebt ons gemaakt naar U toe, en onrustig is ons hart totdat het rust vindt in U."
Dec[10] = "Onzegbaar is God. Zwijgen? Kon dat maar! Misschien zou zwijgen een gedachte opleveren die recht doet aan het onzegbare. Als je begrijpt wat je wilt zeggen, dan heb je het niet over God. En als je het wel over God hebt, begrijp je het niet. Als je denkt iets van God te begrijpen, dan heeft wat je denkt in elk geval niets met God van doen."
Dec[11] = "Degene die werkt, bidt."
Dec[12] = "Het is beter om wankelend de goede weg te volgen, dan met forse tred de slechte weg."
Dec[13] = "Kon ik U maar belijden, Heer, al wat ik vond in uw Boeken, en de stem van de lofprijzing horen en U drinken en de wonderen van uw wet overdenken, vanaf het begin, waarin Gij de hemel en de aarde gemaakt hebt, tot aan het rijk met U voor eeuwig in de heilige stad. Heer, ontferm U over mij en verhoor mijn verlangen."
Dec[14] = "De deugd is het juiste gebruik van de vrije wil."
Dec[15] = "Alleen de liefhebbende deelneming biedt het middel de mensen te verstaan."
Dec[16] = "Bij wijsheid hoort het doorgronden met het intellect van wat eeuwig is; bij kennis het rationeel begrijpen van wat tijdelijk is."
Dec[17] = "De dood moet niet worden beschouwd als een kwaad, als hij het einde is van een goed leven."
Dec[18] = "De mens ziet zichzelf nooit zoals hij is, maar slechts de weg, die voor hem ligt, en ook deze slechts op korte afstand. Als hij verder vooruit wil zien komt hij op dwaalwegen."
Dec[19] = "Er zijn mensen, die vol geduld sterven, maar er zijn ook gehoorzame mensen, die met geduld blijven leven."
Dec[20] = "Wanneer de gerechtigheid opzij geschoven is, wat zijn koninkrijken anders dan grote roversbenden?"
Dec[21] = "Voor God is niets veraf of langdurig. Wil je, dat voor jou niets veraf of langdurig is, voeg je dan bij God, want daar zijn duizend jaar als de dag van heden."
Dec[22] = "Ga niet uit je zelf vandaan; richt je naar het binnenste, want in de innerlijke mens huist de waarheid."
Dec[23] = "Ik zag met het oog van mijn ziel het Licht dat nooit verandert. Wie de Waarheid kent, kent dat Licht, en wie het kent, kent de eeuwigheid."
Dec[24] = "Christus is geboren. Als God uit de Vader, als mens uit een moeder. Uit de onsterfelijkheid van de Vader, uit de maagdelijkheid van een moeder. Uit de vader zonder moeder, uit een moeder zonder vader. Uit de Vader zonder tijd, uit een moeder zonder zaad. Uit de Vader die het begin van het leven is, uit een moeder die het einde van de dood betekent. Uit de Vader voortkomend ordent Hij iedere dag, uit een moeder voortkomend heiligt Hij deze dag."
Dec[25] = "Als Christus 1.000 maal geboren zou zijn in de stal, maar niet in ons hart, dan was Zijn geboorte waardeloos."
Dec[26] = "God wilde een Zoon van de mensen worden. Hij wilde dat de mensen Gods kinderen zouden worden. Hij is om ons afgedaald. Laten wij ons dan opheffen tot Hem."
Dec[27] = "Hij ligt in een kribbe, maar Hij omvat de wereld. Hij drinkt aan de borst, maar Hij voedt de engelen. Hij wordt in doeken gewikkeld, maar Hij kleedt ons in onsterfelijkheid. Hij wordt gezoogd, maar Hij wordt ook aanbeden. In de herberg kan Hij niet terecht, maar in het hart van de gelovigen bouwt Hij zich een tempel. Opdat de zwakheid krachtig werd, is de kracht zwak geworden."
Dec[28] = "Hij, die de mens geschapen heeft, is mens geworden. Hij werd dus wat Hij geschapen heeft, zodat de mens, die door Hem geschapen was, niet verloren zou gaan."
Dec[29] = "Geduld is de metgezel van wijsheid."
Dec[30] = "De aarde is vol barmhartigheid, omdat ze vol ellende en pijn is, maar in het hemelrijk is geen barmhartigheid, want daar is geen pijn."
Dec[31] = "Uw verlangen is uw gebed; indien u onophoudelijk verlangt, dan bidt u ook onophoudelijk. Moeten wij nu altijd op de grond knielen, het lichaam uitgestrekt en de handen opgeheven, omdat hij ons zegt: Bidt zonder ophouden? Indien wij alleen dit bidden noemen, dan zie ik niet in dat wij het zonder ophouden kunnen verrichten. Maar er rust in de ziel een ander gebed, een inwendig gebed dat geen einde kent, namelijk het verlangen."
//  End -->
