Basankusu op de kaart van Midden-Afrika (bron: Expedia Maps)
Basankusu situeert zich op 1° ten Noorden van de Evenaar, in de streek van de Mongo-stam. De stad is gelegen aan de Lulonga-rivier, aan de samenvloeiing van de bijrivieren Lopori en Maringa. De missiepost biedt een mooi uitzicht door zijn weelderige palmbomengroei en zijn brede rood-limonieten lanen. Naast de post van de zusters, met klooster, meisjesscholen, boerderij enz., is er ook die van Mill Hill met de huizen van de missionarissen, catechisten, enz, de jongensscholen, voorts de residentie van de inlandse bisschop en de HH. Petrus en Paulus-kathedraal.
De naam Basankusu is een samentrekking van "basa ba nkoso". "Basa" is de meervoudsvorm van 'basi' (= jong, kleintje). "Nkusu" is de meervoudsvorm van 'nkoso' (= pagegaai). Basankusu betekent dus letterlijk "jongen van de pagegaaien". Inderdaad, papegaaien bouwen hier vanouds hun nest hoog in de onbereikbare top van de vele hoge bomen in de omgeving. Bij het ochtendgloren trekken ze schreeuwend het binnenland in en vliegen tegen de avond terug naar hun nest om er te overnachten.
de mooie laan tussen het zusterklooster en de kathedraal
1. kloostergebouw (nu generalaat) 2. metropolitane kostschool (nu noviciaat) 3. lagere school (18 lokalen) 4. internaat lagere school (nu lokaaal "Mama Katoliko"/2 bureau's / 6 lagere school lokalen 4a. 3 kleuterklassen
5. gebouwencomplex Soeurs 5a. kindertehuis (nu hoofdklooster "Soeurs Thérésiennes") 6. boerderij/washuis "Soeurs Thérésiennes"
luchtfoto van de missie van de zusters van Basankusu (1952)
grondplan van de missiepost van de Zusters OLV-ten-Bunderen in Basankusu (1954)
De eerste groep van 5 missiezusters, die begin 1927 in Basankusu aankomt, verricht er, onder de dynamische leiding van Moeder Marie-Jeanne Alderweireldt, echt pionierswerk, met name op het domein van onderwijs en van gezondheidszorg. Maar om echt te kunnen doorgroeien hebben ze dringend versterking nodig uit het vaderland. En die komt er.
de zusters Martiale en Eudoxie hebben zich bij de 5 pioniers gevoegd.
Op 9 december 1928 arriveert de tweede lichting, met Zr. Martiale Adriaen en Zr. Eudoxie Brouckmans. Tussen 1928 en 1939 zijn er vanuit Antwerpen 9 afvaarten van de Congoboot, die in totaal 16 bijkomende zusters van "ten Bunderen" overbrengen. Het missiewerk van de 5 pioniers in Basankusu wordt nu systematisch uitgebouwd en berust op 4 grote pijlers: onderwijs, gezondheidzorg, sociale zorg en pastoraal werk.
onderwijs
de ploeg van onderwijszusters in 1936
catechumenaat voor vrouwen
De eerste groep missiezusters start al in 1928 met het catechumenaat voor vrouwen, zoals de Mill Hill Fathers al jarenlang in al hun missieposten doen voor de mannen. Maar dat godsdienstonderricht aan doopleerlingen heeft aanvankelijk plaats in een bouwvallig huis, en vervolgens in een gebouwtje van de boerderij. In maart 1930 betrekken de zowat 50 vrouwelijke catechumenen een gloednieuw stenen verblijf bij de zustermissie. Het omvat een klaslokaal, 2 keukens en 2 slaapzalen voor de meisjes die te ver van school wonen en niet kunnen intrekken bij familieleden.
Simon de catechist met vrouw en kind
's Voormiddags, van 8 tot 11u werken de leerlingen in groepen: helpen in de kloostertuin en bij de was, wegen onderhouden, hout kappen en water aanbrengen voor de keuken, maniok bereiden, enz. Om 12 u krijgen ze godsdienstonderricht van de catechist en om 14 u les van een zuster (ook huishoudelijke en hygiënische vaardigheden aanleren). Daarna zijn ze vrij tot het avondgebed en moeten dan naar binnen tot de ochtendmis. Het catechumenaat duurt ongeveer 4 jaar, tot de vrouwen de noodzakelijke kennis hebben van de christelijke leer en moraal. Dat wordt getest in een eindexamen. Wie slaagt en een goed gedrag heeft krijgt toegang tot het doopsel, de Eerste Communie, het kerkelijk huwelijk, enz. In 1945, na WO II, wordt het catechumenaat stopgezet. Het gebouw wordt aangepast voor de middelbare school (2 klaslokalen) en doet, nog later, dienst als een voorraadmagazijn van de school.
het lager onderwijs
de lagere school
Zr Maria-Josepha Braeckman met enkele leerlingen
De lagere meisjesschool gaat op 15 februari 1927 van start in een voorlopige gebouw, met zowat 100 leerlingen, gespreid over 2 klassen. In 1930 worden nieuwe klaslokalen én een nieuw internaat gebouwd. Voortaan worden de jongens vanaf het 2de studiejaar naar de school van de Mill Hill paters gezonden.
twee gebouwen van het lager onderwijs
Na de zomervakantie van 1931 komen de nieuwe klaslokalen ter beschikking: de meisjes-leerlingen van de 5 studiejaren zijn nu ondergebracht in 18 lokalen. Sinds 1948 staan hulp-monitricen de zusters bij. In 1950 komt er een 6de studiejaar bij. Vanaf 1957 wordt stilaan in het Frans les gegeven.
een klas met inlandse zuster Sr Solange Bombale
In 1959 is het schoolgebouw (met 2 rijen klassen) afgewerkt, zoals het er vandaag nog uitziet. Het aantal leerlingen stijgt in de loop der jaren spectaculair: in 1970 zijn het er 840, in 1985 al om en bij de 1.000, en in 1995 niet minder dan 1.250, gespreid over 23 klaslokalen!
het internaat van de lagere school
Zr Godelieve Deryckere animeert de meisjes van het internaat. De Algemene Overste Carolina Pype (rechts), op visitatiebezoek, kijkt geamuseerd toe (1964)
Aanvankelijk zijn de leerlingen van de lagere school allemaal externen. In 1928 komt er een internaat voor een 12-tal inlandse meisjes, voorlopig gevestigd in een magazijn, later in een vleugel van de nieuwe boerderij. Het aantal internen groeit snel aan: 40 (in 1929) en al ongeveer 120 (in 1932). Ze worden uiteindelijk ondergebracht in een nieuw gebouw met 2 grote slaapzalen, refter, douche, keuken, ziekenzaal, magazijntjes en een slaapkamer voor 2 zusters aan de beide uiteinden. Dat vroegere internaat van de lagere school is nu lokaal voor de "Mama Katoliko" met 2 burelen.
de metropolitane school
Tijdens de Tweede Wereldoorlog openen de missiezusters, op aandringen van de kolonialen, in juni 1943, een dagschool met internaat voor kinderen van blanken (vooral Belgen, maar ook Portugezen, Grieken en Italianen), de zogeheten "metropolitane school". De voertaal is voor alle vakken het Frans. De 2 klaslokalen en de slaapzaal van het internaat zijn ondergebracht in het in 1940 gesloten tehuis voor weeskinderen. Op kosten van de Staat wordt in 1950 een groter internaatsgebouw opgetrokken, dat tevens voldoende ruimte biedt voor de 6 studiejaren van meisjes én jongens. Er is een busdienst ingelegd voor het vervoer van de externen
de metropolitane school
Vanaf 1955 krijgen ook een aantal kinderen van Congolezen (verplegers, ambtenaren, enz) toegang tot de school. Bij het uitbreken van onlusten na het uitroepen van de onafhankelijkheid (1960) blijven de blanke kinderen noodgedwongen weg, omdat ze voor onbepaalde tijd met hun ouders naar België vertrekken. Van dan af staat de school exclusief open voor de kinderen van de Congolese "évolués", en inlandse monitors en monitrices zijn ingeschakeld. De voertaal van de lessen blijft evenwel het Frans, behalve voor het vak Godsdienst, dat in het Lomongo wordt onderwezen. Maar al na één schooljaar sluit de school haar deuren en biedt het gebouw gedurende verscheidene jaren slaapgelegenheid aan enkele zusters en huisvesting aan Lisette Snels, een blanke "Medewerkster van het Apostolaat", lesgeefster in de middelbare school. Vanaf 1975 wordt het aangewend als postulaat en noviciaat voor de pas zelfstandig geworden inlandse zuster-congregatie "Les Soeurs Thérésiennes de Basankusu".
de bewaarschool
Een leken-monitrice en Sr Rose (rechts) op stap met de kleuters
Vanaf 1993 zijn in het vroegere internaatsgebouw 2 klaslokalen vrijmaakt voor een kleuterschool met ongeveer 50 leerlingen. Twee inlandse zusters staan aan het hoofd.
het middelbaar onderwijs
de huishoudschool
de naaiklas in Basankusu
de klas van Mr Marie-Jeanne Alderweireldt
In 1933 start, in het verlengde van het lager onderwijs, een huishoudschool voor meisjes, de zogeheten "Ecole Ménagère Post-Primaire". In het eerste leerjaar zijn meteen 15 leerlingen ingeschreven. In 1934 zijn er al 2 leerjaren, gespreid over 4 klaslokalen. Naast een aantal algemene theoretische vakken krijgen de meisjes praktische lessen inzake hygiëne, voorkomen van ziekten, voeding, kinderverzorging enz. Aan het einde van het tweede leejaar wordt de afgestudeerden een certificaat gegeven. In 1940 is deze post-primaire huishoudschool al bevolkt door 140 leerlingen!
de slaapzaal van het internaat
Vanaf 1948 maakt de "Ecole Ménagère Post-Primaire" plaats voor een heus lager-middelbare huishoudschool ("sixième sélectionnée") met bijhorend internaat, gespreid over 3 leerjaren. De eerste diploma's worden na 3 jaar uitgereikt. In 1952 zorgt het "Fonds du Bien-être Indigène" (F.B.I.), ofwel "Fonds voor Inlands Welzijn"* voor splinternieuwe gebouwen, inclusief modelhuisjes - om er te leren koken en huishouden - en een kleine boerderij. (* Het Fonds is het jaar voordien opgericht door onderwijsminister Wigny, en zal tussen 1948 en 1951 zo'n 168 miljoen BEF investeren in nieuwe schoolgebouwen of in verbouwingen en nieuwe schooluitrustingen).
klas van het 3de middelbaar
Vanaf 1956 is er een volledige middelbare huishoudschool, met pedagogische begeleiding, "Ecole Ménagère Pédagogique" (E.M.P.) genoemd. Deze secundaire school met pedagogische strekking vormt monitricen, die in de missieposten de lagere klassen zullen leiden onder toezicht van de daar onderwijzende missiezusters. Na 3 jaar, in 1959, worden de diploma's uitgereikt aan de eerste lichting afgestudeerde monitrices.
groep schoolmeisjes
Het schooljaar 1971-72 luidt een nieuwe fase in. De huishoudschool evolueert naar een "Ecole Professionelle", een middelbare school voor beroepsonderwijs (Snit en Naad), van het korte type. Na 3 leerjaren, en vanaf 1981 na 4 leerjaren ontvangen de afgestudeerde meisjes een brevet.
Snit en Naad, 4de A (1988)
wiskunde-les in de "oriëntatie-cyclus", met Zr Rolande
een klas met Sr Félicité
Vanaf 1988 wordt deze beroepsschool een volwaardige humaniora ("Humanité Commerciale"), richting "Handel en Administratie", hogere cyclus.
de monitricenschool
ochtendgroet aan de vlag
défilé van de meisjes middelbare school
In 1957 gaan de zusters van start met een "Ecole de Monitrices" , een school voor monitrices, verwant met de normaalschool bij ons. Ze omvat vier leerjaren ("cours court"). In 1961 behalen 7 meisjes hun (officiëel erkend) diploma ("brevet d'aptitude"). Oud-leerlingen van de school onderwijzen sindsdien in de scholen van de missieposten (nu 'parochies' geheten) van het bisdom.
vanaf 1965 breidt de monitricenschool uit tot "Apprentissage Pédagogique Brevet Instituteur" (A.P.P.B.I.), bestaande uit 4 jaar algemeen middelbaar onderwijs, met een bijkomend jaar pedagogie/didactiek, 5 leerjaren dus ("cours long").
het 4de leerjaar Pedagogie, met Zr Rolande
vanaf 1974 wordt de monitricenschool een "Humanité Pédagogique", een volwaardige humaniora, richting pedagogie, voor toekomstige onderwijzeressen. In 1978 worden, na een staatsexamen, de eerste staatsdiploma's uitgereikt. In 1986 telt de school ongeveer 180 leerlingen.
een groep leerlingen (2004)
Halfweg de jaren tachtig zijn er in de middelbare meisjesschool in totaal om en bij de 250 leerlingen tussen de 12 en 20 jaar, waarvan 70 internen. De humaniora heeft een structuur die vergelijkbaar is met het VSO bij ons: een 1ste gemeenschappelijke oriënterende graad van 2 leerjaren "cycle d'orientation"), en daarna een opsplitsing in twee richtingen, "Handel en Administratie" en "Pedagogie", voor elke sectie nog eens 4 leerjaren. Aan het eind van de 6 leerjaren is er een (héél moeilijk!) staatsexamen en volgt de uitreiking van de officiëel diploma's.
een leerlinge van de richting "Handel en Administratie" 3A
De middelbare meisjesschool van de zusters in Basankusu is één van de beste van het land, met goede resultaten bij de staatsexamens: jaarlijks studeren 20 à 30 meisjes af. Dat resultaat is des te merkwaardiger omdat de leerlingen er minder studietijd en moeilijker toegang hebben tot de media (pers, omroep) dan in de steden. Een deel van de afgestudeerden volgt verder universitair onderwijs. Het is de enige middelbare meisjesschool van het bisdom Basankusu. Alle andere middelbare scholen zijn gemengd: ze bestaan overwegend uit jongens; de meisjes vormen er een minderheid en slechts enkelen van hen halen de eindstreep.
gezondheidszorg
interieur van het hospitaal
kindertehuis
Vanaf 1928 beschikken de zusters over een weeshuis waarin ze babies van zieke of gestorven moeders of zwakke boorlingen verzorgen. 's Nachts wordt er in de crèche gewaakt. De zusters stoppen met de opvang van weeskinderen in 1940. Voortaan komen de babies zonder ouders of moeder bij hun familie, of indien nodig, in het hospitaal. Het weeshuis wordt heringericht als klaslokalen en slaapzaal voor de metropolitane school van blanke kinderen.
dispensarium
dagelijkse ziekeverzorging
Sedert de pionierstijd hebben de zusters een eigen dispensarium (= medisch consultatiebureau), inclusief een kleine apotheek, in een bijgebouw van de missiepost. Elke werkdag, voor en na de schooluren, staat een zuster-verpleegster klaar om de vele zieken uit de brede omgeving, die zich aanbieden met o.a. malaria, kinderverlamming, bronchitis, wonden, syphilis, melaatsheid, TBC, slaapziekte, ondervoeding, buikloop en - vooral de laatste jaren - AIDS te verzorgen, de nodige geneesmiddelen toe te dienen of, zo nodig, door te sturen naar het nabijgelegen (staats)hospitaal van Basankusu. Op zaterdagnamiddag is er consulatie van zuigelingen en toekomstige moeders, ook aan huis.
(staats)hospitaal en -materniteit
het hospitaal met zijn 6 paviljoenen (1931)
Eind 1930 komt de Apostolische Afgevaardigde van de H. Stoel Mgr Dellepiane op bezoek in Basankusu en spoort de zusters aan om te werken in het plaatselijke staatshospitaal annex materniteit voor blanken en zwarten. Op dat moment draait het dispensarium van het klooster toch op een zeer laag pitje. Vanaf halfweg juni 1931 gaan Zr Praxedis en Zr Pacifique aan de slag als verpleegsters in het hospitaal, dat bestaat uit 6 paviljoenen (met elk 12 bedden), een operatiegebouw, een sterilisatie- en instrumentenkamer, plus een materniteit, met (tot 1960) afzonderlijke gebouwen voor blanke en zwarte moeders. Een van de zuster is verantwoordelijk van de apotheek. Voortaan volgen de zusters, die bestemd zijn voor de medische zorg, voor hun vertrek, cursussen aan het Instituut voor Tropische Geneeskunde in Antwerpen en lopen 1 maand stage in het hospitaal van Leopoldstad.
inheemse keuken in het hospitaal (1988)
Zr Marie-Joséphine. Materniteit Basankusu (1955)
Zr Lydwina. Materniteit Basankusu
luxe-kamer in de materniteit (1987)
een ziekenzaal
In het begin verzorgen de zusters in de materniteit enkel de Congolese vrouwen en hun kinderen. Maar weldra verlangen ook de blanke vrouwen de hulp van een religieuze verpleegster. Tot 1990 blijven continu 2 missiezusters aan de slag in het hospitaal. Vanaf 1982 is er ook een inlandse zuster werkzaam. Ze bieden ook hulp aan TBC-lijders en aan melaatsen in hun isolatiekamp van Bokungu. Maar bij het definitieve vertrek van de Belgische zusters in 1996 neemt de Congolese zustercongregatie "Soeurs Thérésiennes" hun werk in het staatshospitaal niet over. Wél is een inheemse religieuze verantwoordelijk voor het medisch centrum en de apotheek van het bisdom.
opleiding tot vroedvrouw
de verloskamer
Vanaf 1955 houdt Moeder Marie-Jeanne zich bezig met de opleiding tot (hulp)vroedvrouw van meisjes, die 3 jaar huishoudschool hebben gevolgd. Het "Fonds du Bien-être Indigène" (F.B.I.), ofwel "Fonds voor het Welzijn van de Inlanders" trekt zelfs voor deze vroedvrouwenschool het zogeheten "wit gebouw" op (afgewerkt in 1957), maar dit zal vanaf de jaren 60 worden gebruikt door de humanioraschool. Tussen 1962 en 1968 nemen de dokter en de zuster-vroedvrouw in de staatsmaterniteit de opleiding over. Deze is gespreid over 2 jaar en omvat zowel theorische lessen als praktijk (stage). De leerlingen verblijven intussen in het internaat, bij de leerlingen van de monitricenschool. Vanaf 1968 is deze opleiding overgeheveld naar een school in Mbandaka.
kinderconsultaties in het binnenland
kinderverpleging in de begintijd in Basankusu
Een tiental jaren lang blijft de consultatie van kinderen en zwangere vrouwen beperkt tot Basankusu. Maar gealarmeerd door de voortdurende daling van het bevolkings- en geboortecijfer dringt Mgr Wantenaar er bij de zusters sterk op aan om deze consultaties uit te breiden tot het binnenland.
startensklaar met de "baby-bus" (BBB!!) naar het binnenland
Vanaf 29 juli 1937 gaan 2 zusters - soms vergezeld van een verpleger - één keer per week met een kleine vrachtauto (een gift van het "Fonds du Bien-être Indigène") op rondreis naar een aantal dorpen, waarvan sommige zelfs 125 km zijn verwijderd. Tijdens deze afmattende tocht langs krakkemikkige wegen, doen ze - op voorhand aangekondigde dagen en uren - de aangeduide vaste 16 posten aan, plus de hulpdispensaria van de Staat in de brousse en in de grote plantages. De zusters wegen en verzorgen zuigelingen, onderzoeken toekomstige moeders en geven medische hulp en de nodige geneesmiddelen aan iedereen die zich aanbiedt. Op deze rondreizende kinderconsultaties worden vooral kinkhoest, bronchitis, mazelen, buikloop, griep, tetanos, ontstoken ogen of luchtwegen, schurft, bloedarmoede, waterpokken en ondervoeding aangetroffen. Elke zuigeling krijgt preventief wat vloeibare quinine toegediend tegen malaria.
distributie van kinderkledij
Deze ambulante en preventieve vorm van gezondheidzorg kent een heel groot sukses in de streek. Tijdens WO II (1940-45) is de dienstverlening gebrekkig wegens een accuut gebrek aan brandstof en geneesmiddelen. Niettemin gaat het geboortecijfer van de Mongo's, die met uitsterven waren bedreigd, voortdurend in stijgende lijn: in 1930 (voor de consultatie in het binnenland) waren er slechts 5 geboorten in de materniteit van Basankusu; in 1951 is dat cijfer opgelopen tot 500, dat is honderd maal méér!! Door het stelselmatig toedienen van geneesmiddelen en vaccinaties begint de strijd tegen de gevaarlijke slaapziekte en malaria al snel vruchten af te werpen.
Zr Godelieve Deryckere op "kinderjacht"
Later wordt gebruik gemaakt van een grote zélf aangekochte Ford-camion, in de dagelijkse omgang de "BBB" ("Ba-By-Bus"!!) genoemd, waarop de Mil Hill broeders een overdekte cabine met schuifluiken hebben geplaatst. Deze soliede vrachtwagen is polyvalent:
Bij elke reis worden de zwaar zieken, de aanstaande moeders en weeskinderen erin vervoerd naar het (staats)hospitaal van Basankusu. Ook onderweg worden stervenden, lammen en en gehandicapten opgepikt.
Onderweg worden voorraden fruit, groenten en droge vis gekocht en meegebracht naar de missie.
De camion biedt voldoende ruimte om in de dorpen voedselpakketten van de ouders voor hun dochter in het internaat mee te nemen
Bij het begin van elke grote vakantie kan deze camion de (tientallen!!) internen naar huis brengen en ze, na de vakantie, weer ophalen in de dorpen om ze (met al hun bagage!) afgeladen vol naar de missiepost van Basankusu te voeren.
Later (zeker in 1986) zijn de 2 blanke zusters vergezeld van een zwarte zuster. Helaas moeten deze succesvolle consultaties in het binnenland vanaf 1991 worden stopgezet, wegens een tekort aan personeel en aan brandstof, en door de onbruikbaarheid van de wegen. Wel is er in de brousse een netwerk gebleven van staats-dispensaria, die regelmatig het bezoek krijgen van een dokter (o.m. "Artsen zonder Grenzen") of van een inlandse zuster of verpleger.
hulp aan melaatsen
een lepralijder
Van 1935 af tot 1980 doen de zusters ook aan melaatsenzorg in het lepra-kamp bij het hospitaal. Tijdens hun wekelijkse consultatieronde in het binnenland houden de zusters met hun vrachtwagen halt aan de staatsleprozerie in het dorp Bokungu, op 12 km van Basankusu, om er kledingstukken, voedsel, verbanden, geneesmiddelen en versnaperingen uit te delen aan de enkele tientallen melaatsen. In de loop der jaren is de strijd tegen de lepra stilaan gewonnen: in 1981 verblijven er nog slechts 25 (vrijwel helemaal genezen) ex-patienten in Bokungu. Wanneer tijdens de consultatiereizen of op school symptomen van mogelijke melaatsheid worden vastgesteld sturen de zusters de betrokkene discreet (want op de ziekte rust nog steeds een taboe!) - naar het dispensarium, waar de zuster-verpleegster de vereiste geneesmiddelen geeft.
sociaal werk
In de "Foyer Social", best te omschrijven als een centrum voor sociaal-culturele dienstverlening, leren de zusters volwassen vrouwen de basisvaardigheden aan voor de kinderverzorging en voor de huishouding. Regelmatig worden er kook- en naailessen gegeven.
pastoraal werk
liturgieviering in de kathedraal van Basankusu
Naast het onderwijs en de gezondheidzorg laten de zusters zich in met heel wat pastoraal werk in Basankusu. In de jaren tachtig zijn er in de parochie een tiental basisgemeenschappen met geëngageerde leken, die gebedsdiensten organiseren, catechese-lessen geven ter voorbereiding van doopsel en eerste communie, gezinsgroepen vormen en die diensten leiden voor hulp aan zieken, bejaarden, blinden, gehandicapten en noodlijdenden.
de zusters van Basankusu, n.a.v. de visitatie van Alg. Overste Maria Loeys (1986)
De zusters zijn vertegenwoordigd in de bisschoppelijke en parochiale raad. Ze dragen bij aan de vorming en begeleiding van geëngageerde leken, die verantwoordelijkheid dragen in de basisgemeenschappen van de verscheidene wijken, in de zieken- en gezinspastoraal, in de catechese, in de Caritas-groepen.
Na de Misviering in de kathedraal op 14 juni 1987 dragen leken processiegewijs de H. Communie naar oude en zieke mensen in de wijk, waarvoor ze pastorale verantwoordelijkheid dragen (foto's: Zr Anna-Maria Deketele)
Voorts geven ze bijbelcursussen. Bij hun definitief vertrek in 1996 geven de laatst overgebleven zusters hun pastorale taken door aan geëngageerde leken, en ook aan de Congolese "Soeurs Thérésiennes", een congregatie die door in de jaren zestig door Ten Bunderen werd opgericht en later een zelfstandig leven ging leiden.
zang en dans tijdens een liturgie-viering in de kathedraal van Basankusu