(vanaf omstreeks 1269) |
|
|
de pre-koloniale tijd (15de eeuw - 1885)de 15de eeuw - Vanaf het einde van de Middeleeuwen, nog voor de komst van de Europeanen, bevinden zich op het grondgebied van het huidige Congo enige inheemse koninkrijken, waarvan dat van Kongo, Kuba, Luba en Lunda de bekendste zijn. ![]() inscripties door Diego Cão aan de monding van de Congostroom 1482 - De Portugees Diego Cão ontdekt de monding van de Congostroom en neemt hem voor zijn land in bezit. De Portugezen stellen tot de 19de eeuw belang in het machtige koninkrijk Kongo, met een bevolking van 2 miljoen mensen, dat zich uitstrekt over het noorden van Angola, het westen van het huidige Congo en rondom de meren Kisale en Upemba in centraal Katanga (nu Shaba). ![]() een konvooi Congolese slaven de 16de eeuw - Het koninkrijk Kongo vormt het centrum van een intensieve handel in ivoor. Hiermee nauw samenhangend ontwikkelt zich in de kusstreken de slavenhandel, waar Europese kooplui bij betrokken zijn, via Kongolese tussenpersonen. Deze handelsactiviteiten bewerken economische voorspoed maar ook bloedige stammen-oorlogen en uiteindelijk de demografische en culturele ondergang van het koninkrijk. ![]() de Arabische slavenhandelaars Tippo-Tip an Msiri de 19de eeuw - Vanaf het midden van de eeuw verdwijnt de Atlantische slavenhandel en er komen Arabische slavenhandelaars in de plaats: Tippo-Tip in het oosten van Congo en ten westen van het Tanganikameer en prins Msiri in het zuidelijke deel van Kongo. ![]() onthaal van een ontdekkingsreiziger in een Congolees dorp Vanaf de tweede helft van deze eeuw komt de verkenning door Europese ontdekkingsreizigers van het Congolese binnenland goed op gang, vanuit de Afrikaanse Oostkust en de Boven-Nijl. In 1832 ontdekken de Portugezen Monteiro en Gamitto de Lualaba rivier. In 1857 bereiken de Britten Burton en Speke het Tanganikameer. De Schot David Livingstone verkent vanaf 1866 de streek ten westen van datzelfde meer. De Engelse marine-officier Cameron ontdekt in 1875 de bovenlopen van de Lomami en de Kasai. Beslissend is de tocht van de grote Engelse ontdekkingsreiziger Henry Morton Stanley die, dwars door het Afrikaanse binnenland, de Lualaba -rivier en vervolgens de Congostroom afvaart om in 1877 - na 999 dagen! - de monding ervan aan de Atlantische Oceaan te bereiken. ![]() Leopold II spreekt de Internationale Aardrijkskundige Conferentie toe (1876) 1876 - Deze ontdekkingsreizen wekken in Europa de belangstelling voor Centraal Afrika ("het donkere continent"), m.n. van de Belgische koning Leopold II. Deze roept een "Internationale Aardrijkskundige Conferentie" bijeen in Brussel, waaraan geologen, Afrika-reizigers en ook politici uit 7 West-Europese landen deelnemen. Er wordt een "Association Internationale Africaine" (A.I.A.) in het leven geroepen, met hoofdzetel in Brussel en met nationale comité's, om "Afrika te openen voor de beschaving en te bevrijden van de slavenhandel". Geen van de deelnemende landen is bereid er veel geld in te steken. Leopold II en het belgisch Comité organiseren en financieren de daaropvolgende jaren een vijftal expedities. ![]() de ontdekkingsreiziger Henry Morton Stanley 1877 - Leopold II neemt Stanley, die een expeditie naar de Kongostroom gaat ondernemen, in dienst. Hij doopt de A.I.A. om tot "Comité d'Etudes du Haut-Congo" (C.E.H.C.), die Stanley's onderneming zal financieren. 1881 - Stanley gaat stroomopwaarts op de linkeroever van de Congostroom en bereikt de "Stanley Pool", waar hij Leopoldstad opricht, niet ver van Kinshasa (toen nog een vissersdorpje!). ![]() de door Leopold II ontworpen vlag, die Stanley in elk dorp plant 1882 - Het "Comité d'Etudes du Haut-Congo" wordt vervangen door de "Association Internationale du Congo" (A.I.C.), persoonlijk voorgezeten door Leopold II. In december bereikt Stanley de "Stanley watervallen" (toekomstige Stanleystad). Op zijn traject sluit hij met ruim 450 stamhoofden (plaatselijke chefs) een contract, waarbij deze de soevereiniteit over hun gebieden aan de Association afstonden. Overal wapperde de blauwe vlag met gouden ster. Leopold II's Onafhankelijke Congostaat (1885-1908)![]() de Conferentie van Berlijn (1884-85) 1884-85 - Op de Conferentie van Berlijn, waar afgevaardigden van 14 Europese landen onderhandelen over de verdeling van de koloniale gebieden in Afrika, wordt de "Association Internationale du Congo" (A.I.C.) opgericht. De "Akte van Berlijn" erkent plechtig de "Etat Indépendant Congolais" E.I.C.) als een soevereine staat, rechtstreeks toegewezen aan de Belgische koning Leopold II (zelfs niet aanwezig op de Conferentie!). Het Belgisch parlement, allerminst enthoesiast, verleent aan Leopold de (grondwettelijk vereiste) toestemming om als staatshoofd op te treden van de "Onafhankelijke Congostaat" ook "Congo Vrijstaat" genoemd (opgericht bij het Dekreet van 29 mei 1885). Niet zonder moeilijkheden verkrijgt Leopold II in de daaropvolgende jaren financiële steun van het parlement. ![]() koning Leopold II Koning Leopold tracht, tegen de "Akte van Berlijn" (die de vrijhandel oplegde) in, de handel in "zijn" Congo te monopoliseren. Door een dekreet (1885) wordt alle "ongebruikte grond" eigendom van de Staat, van de souvereine vorst dus. De protesten hiertegen leiden tot de opdeling van Congo Vrijstaat in 2 economische zones:
![]() opslagplaats in Antwerpen van Congolees ivoor In de beginjaren draait de handel vooral rond ivoor. Groepen jagers stropen heel Congo af en richten een ware slachting aan onder het olifanten-bestand. De naar Europa overgebrachte ivoren slagtanden worden gebruikt voor de productie van kunstgebitten, pianotoetsen, biljartballen, sieraden, tafelgerei enz. Dat is een goeie zaak voor de Antwerpse haven: in1890 bedraagt de ivoor-import 30.000 kg, in 1901 al 5,1 miljoen kg! ![]() arbeiders aan de spoorlijn Matadi-Leopoldstad 1890 - Om de onbevaarbare Congostroom (met zijn talloze stroomversnellingen en watervallen) tussen Matadi en Leopoldstaat te vermijden wordt, onder leiding van de zakenman Albert Thys, 8 jaar lang gewerkt aan de aanleg van een 385 km lange parallel lopende spoorlijn, die een zware tol aan duizenden mensenlevens eist: volgens de overlevering 1 Congolese dode per dwarsligger, en 1 Europese dode per telegraafpaal! ![]() in werkelijkheid was de rubberoogst véél minder idyllisch dan op dit Liebig-verzamelprentje De uitvinding van de opblaasbare rubberband door de Brit John Dunlop in 1887 komt voor Leopold II en zijn consessie-bedrijven als een geschenk uit de hemel. Op de wereldmarkt is er vanaf 1890 een gigantische vraag naar rubber, voor de productie van auto- en fietsbanden, isolatiematerialen, potloodgommen e.d. De plots felbegeerde rubber vindt men in de wilde rubberlianen in grote delen van het Equatoriaal regenwoud, dat bijna de helft van het Congolese grondgebied bedekt. Natuurlijke rubber wordt algauw de voornaamste bron van inkomsten: in 1891 produceert Congo 82.000 kg, in 1900 is dat haast 6 miljoen kg! De totale winst van de rubberwinning groeit tussen 1890-1904 met een factor 96! ![]() rubberoogst in het oerwoud Er zijn namelijk weinig produktiekosten mee gemoeid: enkel het internationaal transport, en verder géén investeringen voor aanplantingen, investeringen, werktuigen, bemesting, enz. De rubberoogst is puur handenarbeid, dwangmatig verricht door de inlanders. De rubbertapper in het oerwoud kerft met een mes in de rubberliaan, vangt de wit-grijze brij (latex) op in een emmer of in een pot in aardewerk, laat het stroopachtige goedje stollen en drogen, en draagt het, soms over een heel lange afstand, in een mand op het hoofd naar het centrale inzamelpunt, bij de woning van de Europese agent van de rubbermaatschappij. ![]() inzamelplaats van wild rubber De ongebreidelde jacht naar zoveel mogelijk winst in de rubberoogst leidt fataal tot terreur, tot massale uitbuiting en tot weerzinwekkende misbruiken. De koning krijgt daar niets van te zien, want hij zet nooit een voet in Congo. De dorpelingen worden totaal willekeurig opgeëist en gedwongen om te werken als rubbertappers. Ze krijgen een schamel loon, meestal in natura (een kledingstuk, kralen, zout, mes, enz.). Officieel kan van de Congolezen max. 40 u (dwang)arbeid per maand worden geeist, in werkelijkheid stoort niemand zich aan die beperking. De maatschappijen leggen de dorpen officiële productie-quota op, bijv. 3 à 4 kg gedroogde rubber per volwassene, per 2 weken. Maar in werkelijkheid bedragen die minima vaak véél meer. ![]() rubbertappers met hun leeggemaakte mand bij een inzamelplaats Om zoveel mogelijk rubber en dus grove winst binnen te halen schrikken de handelaars er niet voor terug om de meest onmenselijke en gruwelijke terreur-methoden toe te passen. De plaatselijke staatsambtenaren sluiten de ogen, sommige laten zich door de maatschappij gewillig omkopen met premies of steekpenningen. Hoe hoger de produktie, hoe hoger de premie... ![]() Weermacht-soldaten bewaken geketende rubber-arbeiders De concessie-bedrijven worden geholpen door het plaatselijk garnizoen van de "Force Publique" (Weermacht). Deze politiemacht (in totaal ruim 19.000 inlandse soldaten, gespreid over bijna 400 garnizoenen, met overal een blanke huurling-officier aan het hoofd) werd door Leopold II in 1888 officiëel in het leven geroepen om de orde te handhaven, maar in werkelijkheid om - door het terrorizeren van de bevolking - ervoor te zorgen dat de opgelegde rubberquota worden gehaald. De soldaten en prive-milities van de maatschappijen houden de discipline erin met de meest onmenselijke methodes:
![]() lijfstraf: geseling met de bullepees
![]() De rubberexport percentages. Die zijn het hoogst in 1901 En wat gebeurt er met de lucratieve opbrengst van de rubber? De aandeelhouders van de privé-concessie-bedrijven steken de reusachtige winsten op zak. Het geld van koning Leopold II wordt niet gebruikt in Congo zélf, bijv. voor infrastuctuurwerken of voor verhoging van de levenstandaard. Volgens ruwe schattingen van de historicus Jules Marchal zou de koning zowat 1 miljard euro (in huidige muntwaarde) hebben opgestreken. ![]() het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika in Tervuren Hij wendt dat fortuin aan voor allerlei ambitieuze urbanistische en architectonische projecten zoals: de triomfboog van het Halfeeuwfeestpaleis in Brussel, het domein van het Koloniaal Museum in Tervuren, de Wellington-renbaan en de Promenade in Oostende, het koninklijk Domein in Raversijde, de uitbreiding van het kasteel van Laken, een kasteel in Mont-Boron bij Nice voor zijn 16-jarige minnares Blanche Delacroix, barones de Vaughan, enz. enz.
1900 - Vanaf 1900 zwelt de kritiek aan tegen het in Congo gevoerde uitbuitingsbeleid, niet alleen in België maar ook en vooral in het buitenland. De grote gangmaker van dat protest is de Britse journalist Edmund Dene Morel, oprichter van de "Congo Reform Association" (1904) en auteur van het geruchtmakende boek "Red Rubber". In zijn eigen geïllustreerde weekblad "West African Mail" en tevens in kranten en tijdschriften over de hele westerse wereld publiceert Morel ononderbroken anonieme getuigenissen van ambtenaren en bloedstollende verhalen van protestantse zendelingen over gruweldaden, dwangarbeid en moordpartijen, die gepaard gaan met de rubberoogst in Congo. Tijdens zijn anti-Congo kruistocht houdt de onvermoeibare Morel talloze toespraken met, als bezwarend bewijsmateriaal, "lichtbeelden" (gemaakt met het pas uitgevonden draagbare "Kodak"-fototoestel) van uitgeteerde rubberslaven, geselingen, uitgehongerde dragers, kinderen met afgehakte handen, platgebrande dorpen, gegijzelde en verkrachte vrouwen enz. Congo lijkt wel op één immens werkkamp, een goelag "avant la lettre".
Ook bekende schrijvers gaan in de aanval tegen de Congo-gruwelen. Joseph Conrad beschrijft in zijn novelle "Heart of Darkness" (1902) wat hij noemt "de verachtelijkste worsteling om buit die ooit de geschiedenis van het menselijk wezen heeft besmeurd", Mark Twain publiceert een striemend pamflet "King Leopold's Soliloquy" (1904) en Arthur Conan Doyle schokt de publieke opinie met "The Crime in the Congo" (1909). De campagne tegen de stelselmatige en gewelddadige uitbuiting van Congo wekt wereldwijd politieke beroering. In België brengt de oppositie, bij monde van de socialistische voorman Emile Vandervelde, verhitte parlementsdebatten op gang. De Britse regering geeft consul Roger Casement de opdracht om ter plekke een onderzoek in te stellen. Diens rapport (1904) over wat hij noemt "het grootste kerkhof te wereld" laat geen twijfel bestaan over de juistheid van Morel's aanklachten. ![]() De Internationale Onderzoekscommissie in Basankusu (1905) 1904 - Om de gemoederen te sussen stuurt Leopold II een internationale onderzoekscommissie naar Congo. Het rapport van de commissie bevestigt de wereldkundig gemaakte gruweldaden en misbruiken in de ivoor- en rubberhandel tegenover de inheemse bevolking. De koning treft enige maatregelen, wat de oppositie doet luwen, maar niet uitschakelt. ![]() "Free Congo in the rubber Coils" Spotprent in het Britse satirisch blad "Punch" (1907) 1906 - Het imago van België is zware schade toegebracht. De overname van Congo door de Staat is niet langer uit te stellen. Op 3 juni laat Leopold weten dat hij tot soevereiniteitsoverdracht bereid is, mits een belangrijke geldsom én het behoud van het kroondomein. 1907 - Op 28 november ondertekent de koning de akte van afstand. Belgisch Kongo (1908-1960)![]() Congo Vrijstaat wordt Belgisch Kongo (Staatsblad, 18 okt. 1908) 1908 - Met een flinke meerderheid keurt het parlement op 20 augustus de aanhechting van Congo bij België goed. Op 18 oktober wordt officieel de kolonie "Belgisch Kongo" afgekondigd, samen met de uitvaardiging van een politiek, juridisch en administratief statuut, het zogeheten "Belgisch Koloniaal Handvest", dat gekenmerkt wordt door paternalisme en centralisme. Wanneer Leopold II in 1909 sterft worden zijn aanspraken op het kroondomein ongedaan gemaakt. Tot Wereldoorlog I (1914-18) worden alle voorstellen om de kolonie meer zelfstandigheid te geven radikaal afgewezen. De inlandse bevolking blijft bestaan uit tweederangsburgers, met weinig politieke rechten, ondergeschikt aan hun blanke superieuren. ![]() Kongolese troepen veroveren Tabora op de Duitsers in Oost-Afrika (1916) de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) - In 1914 openen de Duitsers op beperkte schaal vijandelijkheden: ze schenden de neutraliteit door Kivu en het westen van Tanganika binnen te vallen. Kongolese troepen worden gemobiliseerd en nemen deel aan de verovering van de Duitse kolonies: (het huidige) Kameroen (1915–1916) en Oost-Afrika, dwz Rwanda, Urundi, Tanzania (1916–1917). Krachtens het Verdrag van Versailles krijgt België na WO I het mandaat over twee provincies van het voormalig Duits Oost-Afrika: Rwanda en Oeroendi (dit gebied zal op 1 juli 1962 onafhankelijk worden en gesplitst in de staten Rwanda en Burundi). ![]() een van de vele ontginningen van "Union Minière", hier nabij Jadostad na WO I - Belangrijke vernieuwingen worden ingevoerd, die Belgisch Congo tot een van de best uitgeruste Afrikaanse koloniën maken: vormen van indirect bestuur en de uitbouw van het (vooral lager) onderwijs en de gezondheidszorg (dispensaria en hospitalen), grotendeels door mannelijke en vrouwelijke missionarissen. De inheemse bevolking wordt door de overheid tot een progressievere landbouw gebracht, terwijl van Belgische zijde de aanleg van plantages voor de cultuur van rubber, katoen, koffie en palmbomen, alsook de mijnbouw sterke impulsen krijgen. Een aantal spoorwegen, die van vitaal belang zijn voor grondstoffentransport, komt tot stand. De economie (m.n. de mijnbouw in Katanga) wordt gecontroleerd door een kleine groep machtige Belgische ondernemingen, zoals de "Union Miniere du Haut Katanga" (UMHK) en de "Société Forestière et Minière du Congo" (Forminière) met de "Société Générale de Belgique" als invloedrijke financiële holding op de achtergrond. ![]() zicht op een katoenplantage de jaren 30 - De economische crisis onderbreekt de economische opgang, maar niet het educatieve, medische en sociale netwerk, o.m. ziekenhuizen en scholen, waarvoor van begin af aan de missie en zending zich hebben ingespannen. Een sterke trek naar de steden, vnl. Leopoldstad (thans Kinshasa) en Elisabethstad (nu Lubumbashi), begint zich af te tekenen, die de patriarchale samenhang van de inheemse gemeenschappen van weleer ondermijnt. ![]() Blanke officieren leiden Congolees leger naar overwinning tegen de Italianen in Ethiopië de Tweede Wereldoorlog (1940-1945) - Na de capitulatie van het Belgische leger op 28 mei 1940 blijft Congo, onder verantwoordelijkheid van gouverneur-generaal Ryckmans en de minister van Koloniën De Vleeschauwer, aan de zijde van de geallieerden, aan wie het o.a. door levering van grondstoffen (koper, tin, uranium, kobalt, rubber, palmolie enz) kostbare steun verleent. Eenheden van het koloniale leger worden - met sukses - ingezet tegen de Italianen in Ethiopië in de lente van 1941. Vanuit Leopoldstad zendt België radioprogramma's uit naar bezet gebied: het begin van de Wereldomroep. Na WO II - Door de oorlog is de welvaart in de kolonie aanzienlijk verhoogd, niet alleen onder de blanke bevolking - die door immigratie na 1945 snel toeneemt - maar ook onder de inheemse bevolking. Bij deze laatste neemt het schoolbezoek, voortaan ook voor voortgezet onderwijs, toe. Zo ontstaat een kleine intellectuele en maatschappelijke bovenlaag van inlanders ("évolué's"), die een zeker politiek bewustzijn gaat ontwikkelen en, o.a. onder de indruk van de liberalisering van het Franse koloniale beleid, aanstuurt op staatkundige medezeggenschap en op onafhankelijkheid. ![]() gemeenteraadsverkiezingen (1957) als 1ste stap naar politieke inspraak 1957 - Aan die wens wordt enigszins tegemoet gekomen door een bestuurshervorming, die de benoeming van inheemsen in de adviesraden op verschillend niveau mogelijk maakt en verkozen gemeenteraden in de 3 grote steden instelt. Naar aanleiding daarvan tekenen zich politieke partijen af die spoedig volledige onafhankelijkheid eisen, o.m. "Aliance des Bakongo" (Abako), o.l.v. van Joseph Kasavubu en de separatistische Katangese partij Confédération des Associations du Katanga" (Konakat), geleid door Moïse Tshombe en de "Mouvement National Congolais" (MNC), aangevoerd door Patrice Lumumba, die duidelijk een eenheidstaat wil. ![]() ravage na de onlusten van januari 1959 1959 - Na zware onlusten in Leopoldstad op 4 en 5 januari (balans: 300 doden) stelt de Belgische regering verkiezingen in het vooruitizcht voor achtereenvolgens gemeente-, gewestelijke, provinciale en nationale raden in de nabije toekomst, en onafhankelijkheid van héél Congo in een later stadium. Maar de situatie verslechtert. ![]() premier Gaston Eyskens opent de rondetafelconferentie in Brussel 1960 - Op een rondetafelconferentie (20 januari - 20 februari) in Brussel willigt de Belgische regering vrijwel alle eisen van de Congolese afgevaardigden in en opteert voor een Congolese eenheidstaat (strekking Lumumba), dus tegen de federale strekking van Kasavubu en Tsjombe. Zonder tegenstand legt het kabinet de datum voor de onafhankelijkheid van Belgisch Kongo vast op 30 juni 1960, wat Kamer en Senaat in mei goedkeuren. In mei zijn in Belgisch Congo voor het eerste, bij algemeen stemrecht, nationaal wetgevende en provinciale verkiezingen gehouden, waarbij de nationalistische MNC van Patrice Lumumba als sterkste partij uit de bus komt. Na enig touwtrekken tussen Patrice Lumumba en Joseph Kasavubu wordt laatstgenoemde in juni door het parlement tot president verkozen, terwijl zijn rivaal Lumumba eerste minister wordt en een regering samenstelt, waarin vertegenwoordigers van de meeste partijen zijn opgenomen. de onafhankelijke republiek Congo (vanaf 1960)![]() koning Baudewijn kondigt Congo's onafhankelijkheid af. Rechts zit president Kasavubu
I. de burgeroorlog (1960-1965)30 juni 1960 - De soevereiniteit wordt overgedragen aan de Republiek Congo, in aanwezigheid van koning Boudewijn en van vertegenwoordigers van de Belgische regering. Bij deze gelegenheid hekelt premier Lumumba, in een niet-aangekondigde toespraak, fel het Belgische koloniale bestuur. ![]() muitende soldaten: het begin van 5 jaar burgeroorlog Enkele dagen later, op 6 juli, slaan leger en politie aan het muiten. De uittocht van de blanken, die al in 1959 op gang kwam, slaat om in een massale vlucht, waarbij de Belgische regering een luchtbrug inricht, onder bescherming van zo'n 10.000 naar Kongo gezonden soldaten. De regering Lumumba bestempelt dit optreden als een aanslag op de onafhankelijkheid en dient klacht in bij de VN-Veiligheidsraad. Deze vervangt de Belgische troepen door een VN-strijdmacht, samengesteld uit contingenten van Afrikaanse en Aziatische landen, en van Ierland en Zweden. ![]() Moïse Tsjombe Gebruik makend van de algemene verwarring roept de Katangese minister-president, Moïse Tsjombe, op 11 juli de afscheiding uit van zijn provincie (thans Shaba), terwijl hij een politiek van samenwerking met België blijft voeren. De anarchie worden nog aangewakkerd door onderlinge twisten in de centrale regering. Op 5 september wordt premier Lumumba ontslagen door president Kasavubu. Op 14 september voert de stafchef van het leger, Joseph-Désiré Mobutu, een staatsgreep uit. Lumumba, die tracht weg te vluchten uit Leopoldstad, wordt op 1 december onder huisarrest geplaatst. Dit geeft aanleiding tot de vorming van een regering in ballingschap in Stanleystad, geleid door vice-premier Antoine Gizenga van de "Parti Solidaire Africain", de PSA. ![]() ex-premier Patrice Lumumba bij zijn arrestatie 1961 - Op 17 januari wordt Lumumba in onopgehelderde omstandigheden in Katanga terechtgesteld. De Sovjet-Unie en tal van andere landen erkennen de regering-Gizenga. Op een conferentie in Tananarive (thans Antananarivo) op Madagaskar in maart besluiten Tsjombe en andere leiders tot het omzetten van Kongo in een confederatie van zelfstandige staten. Elk centraal gezag lijkt ten onder te gaan, maar nadat het parlement in juli Cyrille Adoela tot minister-president heeft aangewezen, verzoent Gizenga zich met diens regering. 1963 - Een VN-troepenmacht onderneemt acties waardoor de afscheidingsbeweging van Katanga en Zuid-Kasai ongedaan wordt gemaakt. Na de massale repatriëringen bevinden zich nog ongeveer 40.000 van de vroegere 110.000 Europeanen in Congo. ![]() paniek bij de blanken die massaal zullen uitwijken 1964 - Tsjombe, in juli aangesteld als opvolger van premier Adoela, slaagt er niet in om een algemene verzoening tot stand te brengen. In grote delen van het oosten en noordoosten zijn er nieuwe opstanden van Lumumba-volgelingen, o.l.v. Pierre Mulélé (waaraan marxistische revolutioneren zoals Che Guevarra en Laurent Kabila deelnemen). Tsjombe rekruteert blanke huursoldaten, die met succes een offensief tegen de rebellen inzetten. Om de blanken te ontzetten, die in het opstandige gebied door de rebellen als gijzelaars worden vastgehouden en met uitmoording worden bedreigd, volgt op 24 november een bevrijding van bijna 2000 Europeanen door een bataljon Belgische parachutisten in Stanleystad (thans Kisangani) in de provincie Kivu, en op andere plaatsen. Daarna verzwakt de opstand. 1965 - Met zijn succesvol optreden tegen de rebellen en door zijn politiek van economisch herstel wekt premier Tsjombe de naijver op van president Kasavubu. In oktober wordt Tsjombe door Kasavubu ontslagen, verbannen (naar Spanje) en vervangen door Evariste Kimba. Maar deze kan in het parlement geen meerderheid vinden. II. het Mobutu-tijdperk (1965-1997)![]() Joseph Mobutu en zijn vrouw 1965 - Na 5 jaren van extreme politieke instabiliteit en chaos onderneemt de stafchef van het leger (nu luitenant-generaal) Joseph Mobutu, op 25 november een nieuwe (door de CIA gesteunde) staatsgreep en eigent zich alle regeringsmachten toe. Hij zet Kasavubu af en roept zichzelf officiëel uit tot president. Het begin van een feitelijke dictatuur die 30 jaar zal duren. 1966 - Op 30 juni verandert de naam van de hoofdstad: Leopoldstad wordt Kinshasa. De titel "Republique Démocratique du Congo-Kinshasa" wordt aangenomen. Deze herbenamingsactie gaat ook nog verder in 1971. 1967 - Mobutu laat een nieuwe grondwet opstellen, waardoor het centraal gezag aanzienlijk wordt versterkt, ten koste van de provinciale besturen. Bij verkiezingen in juni, waarbij de vrouwen voor de eerste maal stemrecht krijgen, wordt de constititutie goedgekeurd. De grondwet verbiedt de politieke partijen en maakt de "Mouvement Populaire de la Révolution" (MPR) tot de enig toegestane politieke groepering. Een aantal politieke tegenstanders (ex-premier Kimba en 3 van zijn ministers) wordt na een schijnproces op Pinksterdag opgehangen. ![]() huurlingenleider kolonel Jean Schramme Maar later gaan 2500 Katangese gendarmes aan het muiten. Blanke huurlingen, misnoegd over het achterwege blijven van betaling, maken zich, onder leiding van Jean Schramme, meester van de stad Bukavu, waar zij pas op 5 november uit verdreven kunnen worden. Deze opstand van de huurlingen geeft weer aanleiding tot excessen tegen Europeanen, voornamelijk Belgen. 1970 - Mobutu haalt het in november bij de eerste presidentsverkiezingen in Congo. Hij is de enige kandidaat van de MPR, de enige toegelaten partij in het land. ![]() de vlag van Zaïre (1971-97) 1971 - De politiek van zaïrisering, onder de naam "retour à l'authenticité" wordt voortgezet. Mobutu lanceert een brede campagne om het Afrikaans bewustzijn van de bevolking te verhogen door alle oorspronkelijk Europese plaats- en eigennamen te Afrikaniseren, om zo de sporen van het koloniale bewind zoveel mogelijk uit te wisselen. Mobutu geeft het voorbeeld: hij noemt zich voortaan "Mobutu Sese Seko Kuku Ngbendu Wa Za Banga". De naam van het land wordt op 27 oktober officieel omgedoopt tot Zaïre. Katanga wordt Shaba, Coquilhatstad wordt Mbandaka, Stanleystad verandert in Kisangani, Elisabetstad heet voortaan Lubumbashi, enz. Er komt een nieuwe munt, de Zaïre, ter vervanging van de Frank. 1973 - De regering Mobutu streeft er tevens naar om op economisch gebied meester in eigen land te worden. De bestaande concessies van gronden en mijnen worden 'gecongoliseerd': de mijnbouwmaatschappij "Union Minière" komt in handen van de "Société Générale Congolaise des Minérales" (Gécomines, later Gécamines). Alle buitenlandse ondernemingen worden in één klap genationaliseerd. Kleine bedrijven in handen van buitenlanders worden verplicht een Zaïrees aan het hoofd te zetten. Maar dit beleid helpt de grote massa armen niet echt vooruit. 1976 - Al na 3 jaar moet president Mobutu deze drastische besluiten grotendeels ongedaan maken, wegens de daling van de produktie en door de toename van de buitenlandse schuld. De voormalige eigenaren krijgen 60% van de aandelen van hun vroeger bedrijf terug. ![]() inzet van VN blauwhelmen om rebellen buiten de landsgrenzen te houden 1977 - Het regime van Mobutu, dat krachtig wordt gesteund door een aantal westerse industrielanden, stuit op toenemende binnenlands verzet. Guerrillatroepen van het Kongolese Nationale Bevrijdingsfront (FLNC), doen vanuit Angola een aanval op de ertsenrijke provincie Shaba (het vroegere Katanga). Deze troepen bestaan hoofdzakelijk uit ex-gendarmes van Tsjombe. Met de steun van VN, en met behulp van troepen uit Frankrijk, Marokko en België lukt het Mobutu om de rebellen te verdrijven. Er volgen grondige zuiveringen in het overheidsapparaat en in de legerleiding. 1978 - In mei trekken opnieuw FNLC-verzetstrijders de provincie Shaba binnen. Ook nu moeten buitenlandse mogendheden ingrijpen en pas na luchtlandingen van Franse en Belgische para's rond Kolwezi kunnen de opstandelingen worden verdreven. Er wordt een inter-Afrikaanse troepenmacht in het ontustig gebied gestationeerd. Het ingrijpen van de westerse landen lokt zware kritiek uit in het Oostblok en Zaïre verbreekt de betrekkingen met de Sovjet-Unie. Onder druk van de westerse landen en na het aanbieden van uitgebreide financiële en militaire hulp, is Mobutu bereid opnieuw betrekkingen met Angola aan te knopen en verdragen te sluiten met Ghana, Senegal en Zambia. ![]() een kleine bovenlaag verrijkt zich, terwijl de grote massa in Zaïre in armoede leeft 1979 - De slechte economische situatie en de steeds weer opduikende geruchten over de slechte behandeling van politieke tegenstanders, de zelfverrijking, de vriendjespolitiek en de grootscheepse corruptie van Mobutu, zijn naaste medewerkers en familie, leiden tot een langzame ineenstorting van het staatsapparaat en tot aanzwellend verzet tegen het regiem. Het persoonlijk bezit van Mobutu wordt geschat op 4 miljard dollar (bewaard in Zwitserse bankkluizen), ongeveer even groot als de buitenlandse schuld van Congo. De schuldenlast loopt zo hoog op dat het IMF en de Wereldbank ingrijpen en volledig 's lands economisch en financieel beleid controleren. 1986 - Mobutu's autocratische bewind blijft in binnen- en buitenland blootstaan aan groeiende kritiek, vanwege schendingen van mensenrechten, corruptie en economisch wanbeleid. Door de ineenstorting van de Sovjetunie wordt Mobutu door de VS niet langer als een bondgenoot beschouwd en is Zaire geen anti-kommunistisch bastion meer in de koude oorlog. Mobutu weet zich echter staande te houden door voortdurende reorganisaties van regering en partij en door behendig politiek laveren. Zo tekent Zaïre een grensverdrag met Zambia en een samenwerkingsovereenkomst met Angola. ![]() zicht op de Zaïresche hoofdstad Kinshasa 1990 - Een demonstratie van studenten op de universiteitscampus van Lubumbashi wordt hardhandig neergeslagen door de presidentiële garde. Zowat 500 betogers zouden zijn omgekomen. Na dit bloedbad schort België zijn hulp aan Congo op (700 ontwikkelingshelpers keren terug) en ziet af van kwijtschelding van oude schulden. Pas in 1992 zal een verzoening tussen beide landen plaatsvinden, die een hervatting van de hulp mogelijk maakt. 1991 - Onder toenemende druk van binnen- en buitenland worden het meerpartijenstelsel heringevoerd. Een "Conférence Nationale Souveraine" (CNS), een "Nationale Conferentie" komt bijeen op 7 augustus, waarin de oppositiepartijen, verenigd in de "Union Sacrée", de Heilige Unie", een nieuwe grondwet gaan voorbereiden. Maar in het hele land groeit de tegenstand tegen Mobutu. In de grote steden heerst volledige anarchie en wordt op grote schaal geplunderd. België en Frankrijk sturen op 25 september troepen om het merendeel van de overgebleven Europeanen te evacueren. Na de onlusten ziet Mobutu zich gedwongen de voorman van de oppositie-partijen, Etienne Tshisekedi, voorzitter van de socialistische UDPS, tot premier te benoemen. Maar de bevoegdheden tussen president (die controle over veiligheidsapparaat en belangrijke ministeries behoudt) en premier zijn niet helder afgebakend, wat verlammend werkt, zodat de bestuurlijke crisis voortduurt. ![]() UDPS-voorzitter Etienne Tshisekedi 1992 - De Nationale Conferentie verzinkt in een moeras van blabla, terwijl Mobutu stevig in het zadel blijft. Begin december sluit de Conferentie haar werkzaamheden af en benoemt een "Haut Conseil Républicain" (HCR), een "Hoge Republikeinse Raad" met wetgevende en controlerende bevoegdheden. Inmiddels verspreidt de anarchie zich verder over het land en slaan in december soldaten op sommige plaatsen aan het muiten en eisen uitbetaling van hun soldij. 1993 - De "Hoge Republikeinse Raad" spant een afzettings-procedure aan tegen president Mobutu wegens hoogverraad. Het hoofddoel van de H. Unie, het afzetten van Mobutu, wordt niet bereikt. Bij opstanden en plunderingen in Kinshasa vallen minstens 1000 doden. In juli raken demonstranten slaags met leger en politie, en hierbij vallen tussen de 4 en 6.000 doden. In oktober wordt het geldwezen gesaneerd met de invoering van een nieuwe munt, de "Nouveau Zaire", gelijk aan 3 miljoen oude Zaire. Mobutu benoemt Faustin Birindwa tot nieuwe eerste minister. Maar Tshisekedi weigert zijn premierschap op te geven en vormt een schaduwkabinet. De politieke verwarring escaleert en Mobutu raakt daardoor internationaal compleet geïsoleerd. ![]() Laurent Monsengwo, aartsbisschop van Kisangani 1994 - Onder de naam "Haut Conseil Républicain" (HCR), de "Hoge Republikeinse Raad", verzamelen zich de rivaliserende krachten van de presidentiële meerderheid en de oppositie, onder het voorzitterschap van de aartsbisschop van Kisangani, Laurent Monsengwo. In juni kiest de HCR, met een geringe meerderheid, Leon Kengo wa Dondo tot premier. Kengo is de leider van de gematigde oppositiepartij URD. Onderhandelingen over de vorming van een regering van nationale eenheid lopen op niets uit. Premier Kengo kondigt een bezuinigingsprogramma af in een poging de inflatie van 8500% per jaar te bedwingen. ![]() stroom Rwandese vluchtelingen richting Oost-Zaïre De burgeroorlog in het naburige Rwanda (waar de Tutsi's aan de macht zijn gekomen) brengt in juli een stroom van zowat 1,5 miljoen Hutu-vluchtelingen op gang naar het oosten van Zaïre. De vluchtelingen leven er in mens-onterende omstandigheden in kampen. ![]() een van de kampen met Rwandese vluchtelingen 1995 - Rwandese Hutu-milities proberen, in samenwerking met Zaïrese Hutu’s, hun positie te consolideren rond de vluchtelingenkampen waarbij duizenden doden vallen en tienduizenden op de vlucht slaan. De verzetsbewegingen verenigen zich in de "Alliance des Forces Démocratiques pour la Libération du Congo-Zaïre" (AFDL). Door de opmars van het rebellenleger, o.l.v. van Laurent-Désiré Kabila, in Oost-Zaïre verliezen de Hutu-milities hun greep op de Rwandese vluchtelingen en zo’n 600.000 Hutu’s keren terug naar Rwanda. ![]() de zieke president Mobutu in de nadagen van zijn 30-jarige dictauur 1996 - Het verblijf van president Mobutu in Lausanne voor een behandeling van prostaatkanker, veroorzaakt in Kinshasa een machtsvacuüm, waarin premier Kengo en de legerleiding tegenstrijdige orders geven. Grote delen van het land, zoals de provincies Shaba, Kasai en Noord- en Zuid-Kivu onttrekken zich aan het centrale gezag. Het gedemoraliseerde, slecht uitgeruste, slecht georganiseerde en slecht betaalde regeringsleger biedt nauwelijks weerstand aan de rebellen, maar zaait wel op zijn terugtocht dood en verderf onder de burgerbevolking. Ten einde raad benoemt president Mobutu Tshisekedi tot premier. Na een week wordt deze vervangen door generaal Bolongo. Wanneer Kabila’s AFDL-rebellen Lubumbashi, de hoofdstad van Shaba en de tweede stad van Zaïre, hebben veroverd, stellen ze Mobutu het ultimatum binnen 3 dagen het land te verlaten, maar de president legt dit naast zich neer. De rebellen van Kabila hervatten hun offensief en veroveren Kananga, de hoofdstad van de provincie West-Kasai, en de mijnstad Kolwezi in Shaba. ![]() rebellenleider Laurent Kabila, opvolger van president Mobutu in 1997
1997 - Na een 3000 km lange overwinningstocht trekken de opstandige troepen van Kabila op 17 mei de hoofdstad Kinshasa binnen. De dag voordien is de doodzieke Mobutu naar het Marokkaanse Rabat gevlucht, waar hij in september in een ziekenhuis overlijdt aan de gevolgen van prostaatkanker. Kabila roept zichzelf uit tot president, schakelt zijn belangrijkste rivalen (o.m. oppositieleider Etienne Tshisekedi) uit en maakt bekend dat Zaïre voortaan "République Démocratique du Congo" (DR Congo) zal heten. ![]() vlag van de DR Congo sinds 1997
|