De Zusters van O.L.V.-ten-Bunderen (vanaf omstreeks het jaar 1269)
Moorslede 1269-1578
Frankrijk 1578-1587
Ieper 1587-1785
Moorslede 1785-2004
Zonnebeke 2004 -
varia

   Zoek op deze site met FreeFind

 

vertaal deze pagina

beluister ClassicFM NL tijdens het surfen, 126 K stereo ('Windows Media Player' vereist)

De bronnen van inkomsten

Ten Bunderen op de kaart 'Comitatus Flandriae' (Gerrit van Schagen, eind 17de eeuw)
Gasthuys Ten Bundre op de kaart "Comitatus Flandriae" (Gerrit van Schagen, eind 17de eeuw)

Voor het eigen onderhoud en voor de gratis opvang van pelgrims en armen mogen de "Zusters Hospitalieren" van het Gasthuis Ten Bunderen beschikken over bepaalde bronnen van inkomsten. Deze kunnen worden opgesplitst in drie categorieën:

  • de eigen bezittingen en erfenissen die de godvruchtige juffrouwen "van Conditie" (= welstellend) zélf overmaakten aan het klooster. Die zijn evenwel niet toereikend om alle lasten en kosten voor een gasthuis te dekken.

  • de opbrengst van de eigen goederen van het gasthuis. Uit 1390, dus uit de beginperiode, dateert een document, met de beschrijving van Vlaanderen's leengoederen onder graaf Filips de Stoute, waarin o.m. staat te lezen: "ene steide, die men heet Bunre, houdende XVI bunre lands". 16 bunders (= ongeveer 16 ha) grond, die hier dus worden toegeschreven aan het Gasthuis.
    1. bebouwde akkers, die graangewassen opleveren
    2. weiden waarop runderen, schapen en geiten grazen. In Roeselare verpachten de zusters de "Bundermeersch", een stuk weide met akker.
    3. bossen, met welluidende namen zoals het "Donkerpitbosch" (zo'n 3 ha), het "Vijverbosch" (bijna 7 ha) en het "Veldt-Bosch", zijn eigendom van het gasthuis.
      • waarvan de volgroeide bomen hout opleveren voor het optrekken en verwarmen van gebouwen en voor het onderhouden en herstellen van wegen
      • waarin tijdens het jachtseizoen wild wordt gevangen

    4. hoeven, die allerlei producten opbrengen.
    5. visrijke vijvers. In de kloosterkroniek lezen we dat de zusters een vijver laten graven op eigen grond langs de huidige Galgestraat.
    6. de eigen moestuin voor groenten en kruiden.
    7. de eigen boomgaard voor het fruit.
    8. het eigen neerhof voor kippen en eieren.
    9. de eigen stal voor het vee (o.a. varkens).

  • het innen van zgn "tienden". Eén van pijlers van de Middeleeuwse feodale samenleving ("Ancien Régime") is het "tiendenstelsel", waarbij de leenman/vrouw één tiende van de inkomsten van een geleend goed in geld of in natura uitkeert aan de Kerk, in latere tijden aan de leenheer/vrouw. Het leenstelsel verdwijnt pas met de Franse Revolutie, aan het einde van de 18de eeuw. Omdat het Gasthuis bovendien zeker sinds 1330 een eigen kapel bezit, mag het speciale tienden heffen, die de kapelaan ten goede komen.

  • giften. In 1523 krijgt het Gasthuis - als liefdadigheidsinstelling - van ene Mevrouw Margriet Metteneye 20 pond, waarmee in totaal zo'n 10 ha leengronden worden aangekocht. Vier jaar later ontvangt de priorin 32 ponden, die worden aangewend voor de aanschaf van 10 hectaren leengrond binnen de Heerlijkheid van Roddestraete (ondergschikt aan de Heerlijkheid van Dadizele), gelegen aan beide zijden van de Heerstraat op het grondgebied van Dadizele.
  • Volgens oude kerkrekeningen van Moorslede (1483-84) wassen en onderhouden de "nunnekins van den hospitale" het linnen van de parochiekerk en ontvangen hiervoor 3 ponden parisis per jaar.

De goederen van het gasthuis groeien langzamerhand aan door

  1. nieuwe cijnsgronden, o.m. binnen de Heerlijkheid "Ten Ackere" op het grondgebied van Ledegem, en in Rumbeke een stuk grond van "het Hof Leckene".
  2. schenkingen
  3. erfenissen en nalatenschappen voor het gasthuis of zijn bewoners
  4. eigen aankopen

middeleeuws landschap (Ruysdael)

Reeds in 1376 bezitten de zusters, 1,5 km meer zuidwaarts, een nu nog steeds bestaande omwalde hoeve, die bekend staat onder de naam "Buunrecruse" of "Bunder-Cruyse". Vanwaar die naam? De boerderij staat aan "de Schoethoek" of "de Schouthoek", even ten westen van een groot kruis op de hoek van de Oude Heirweg en de huidige Breulstraat, met een toegangsweg omzoomd door een dubbele rij indrukwekkende Italiaanse populieren. In 1535 wordt ze ook "'Tbundergoet by den Cruce" genoemd, met circa 18 ha grond, grotendeels in Moorslede en deels in Ledegem.

Het is niet bekend hoe uitgestrekt de bijhorende eigendommen van het klooster zijn bij de definitieve vlucht van de zusters richting Frankrijk tijdens de Beeldenstorm in 1578. Pas veel later, in 1781, zullen de zusters in Ieper verblijvend, een inventaris maken van hun goederen, op bevel van de Oostenrijkse keizer Jozef II. Maar daaruit valt niet te achterhalen op welk moment de opgesomde landerijen en eigendommen in hun bezit kwamen.

Vast staat wél dat het klooster, in het midden van de 16de eeuw, het hele grondgebied van de huidige "Tuimelare-hoek" omvat, met een dubbele kern: het Gasthuis met zijn bossen, weiden en akkers tot in Rumbeke én de Bundercruyce-hoeve, met kouters en weiden tot in Ledegem.

© Copyright 2007- . Alle rechten voorbehouden. Contact: Wim Wylin