(vanaf omstreeks 1269) |
|
|
![]() De boodschap aan Maria (Meester van Flémalle) Hoe zag het er binnen uit in het kloosterpand en in het gastenverblijf van "Ten Bunderen"? Daar kunnen we alleen naar gissen. Het interieur moet er min of meer hebben uitgezien zoals dat van landelijke woningen op miniaturen in handschriften of op schilderijen van Vlaamse meesters. Aan de hand van een aantal doeken van Vlaamse Primitieven kunnen we min of meer het interieur, het meubilair, de aankleding, het gereedschap en de gebruiksvoorwerpen van toen reconstrueren. In het kloostergebouw was er ongetwijfeld een woonkamer met een open haard, een voorraad houtspaanders en busseltjes hout, tangen, schuppen en "haardijzers" (= 2 ijzeren staanders op de haard, waarop het houtvuur werd geschikt) en "haardhalen" (= ketting waaraan de ketel boven het vuur hangt). Natuurlijk ontbrak ook hier niet het nodige keukengerei zoals koperen ketels, bak-, stoof- en braadpannen, borden, lepels enzovoort, kortom alles wat nodig was om de opbrengst van het hoenderhof, de moestuin, de jacht en de visvangst te bereiden en op te dienen. In de aanpalende naaikamer herstelden de zusters het linnen en de kleren. Ze sliepen in een open "dormter" (afgeleid van het Latijnse woord "dormitorium", dat slaapvertrek betekent). Behalve het nodig aantal bedden stonden daar wellicht ook grote kisten om er het linnen en de kloosterkledij in op te bergen. ![]() Het Laatste Avondmaal (Dirk Bouts) In het gasthuis voor de pelgrims bevond zich in de ontvangstzaal allicht ook
In het slaapvertrek van het gasthuis stonden aanvankelijk twee, later vier bedden. Die bedden zagen er helemaal niet uit als in deze tijd. Eigenlijk waren het grote kisten, waarin de bedevaarders hun goederen konden opbergen. De bovenkant van die massiefhouten koffers deed dienst als slaapstede" met het nodige beddegoed. Ook daar bevond zich een kaarsbak met waskaarsen en een kaarssnuiter. ![]() de verloochening van Petrus (middeleeuwse miniatuur)
|