|
|
![]() In de wijde omgeving van "de Tuimelare" strekten zich de meeste landerijen uit van de zusters, met 1. De Gasthuis-hoeve en 2. De Bunderkruis-hoeve (de Ferraris-kaart, 1774)
1269 - 1578 - Tijdens het ruim 3 eeuwen durend verblijf in het "Gasthuis ten Bunderen" in Moorslede groeien de bezittingen van de zusters, o.m. akkers, weiden en bossen, geleidelijk aan. Een document, dat dagtekent van 1390, spreekt van in totaal "XVI bunre lands", dat is ongeveer 16 ha. Het is niet bekend hoe uitgestrekt de bijhorende eigendommen van het klooster zijn bij de definitieve vlucht van de zusters in 1578. 1578 - 1785 - Tijdens hun verblijf in de steden Rijsel en St.-Omer (1578 - 1587) en later in Ieper (1587 - 1785) blijven de zusters de eigenaressen van de landerijen, die ze in de omgeving van Moorslede (Tuimelarehoek) maar ook elders in West-Vlaanderen in de loop der eeuwen verwierven. Maar de opbrengst ervan is maar mager, want door de aanhoudende godsdienstoorlogen, tot ver in de 17de eeuw, liggen vele gronden braak ofwel worden de gewassen vertrappeld door voorbijtrekkende legers. ![]() "Maison du S. Bondre" op een kaart van de Franse cartograaf G. Lisle (1711) Ten Bunderen is de mannelijke St.-Bondre geworden!!! 1672 - Het klooster in Ieper doet een een officiële "declaratie" (= goederenaangifte) bij de Raad van Vlaanderen. In deze vrij gedetailleerde inventaris (de oudste ons bekende!!) van alle eigendommen is er o.m. sprake van 8 ha landbouwgrond bij de "Gasthuis-hoeve" 11 hectaren bij de "Bunderkruis-hoeve", 4 hectaren bij de "Ten Ackere-hoeve" in Ledegem, 3 hectaren leengrond in "'t Hof ter Leckene" (een Rumbeekse Heerlijkheid), een weide van ruim 2 ha in Roeselare, ruim 1 ha weiden en landbouwgronden in Dadizele en enkele tientallen hectaren bos in Moorslede, Ledegem en Rumbeke. 1781 - Op bevel van de Oostenrijkse keizer Jozef II maken de zusters van Coninckxdaele in Ieper opnieuw een officiêle inventaris van hun onroerende goederen. maar daaruit valt niet te achterhalen op welk moment de opgesomde landerijen in hun bezit kwamen. ![]() 1783 - Het klooster van de zusters in Ieper wordt door Jozef II afgeschaft en alle eigendommen gaan naar de Staat. De jaarlijkse opbrengst van de landbouwgronden en bossen in o.m. Moorslede, Rumbeke (Beitem), Ledegem en Dadizele - voor in totaal 3.916 florijnen! - komt voortaan terecht in de Religiekas in Brussel. De "Gasthuis-hoeve" beslaat dan 80 gemeten (= haast 27 hectaren), inclusief de bijhorende landbouwgronden, weiden, vijvers en bossen in Moorslede en Rumbeke (Beitem). De "Bunderkruis-hoeve" bezit 42 gemeten (= zo'n 14 hectaren), grotendeels op het grondgebied van Moorslede en voor een klein stuk op Ledegem. ![]() Beitem "plaatse". Rechts Sinnesaels-kapel, aan de overkant van de Ten Bunderenstraat 1795 – 1815 - Tijdens het Frans Bewind worden de uitgestrekte akkers, bossen en weiden van het "ten Bunderen-Coninckxdaele"-klooster verbeurd verklaard en als "Nationale Domeinen" openbaar verkocht in Brugge. In Beitem (Rumbeke) alléén al strekken die gronden zich uit van de wijk "De Meerlaan" tot tegen Dadizele, aan weerszijden van de Meensesteenweg. Pieter-Jozef Muylle, uitbater van de barriere-herberg "De Meerlaan" en (onder Napoleon) meier van Rumbeke, wordt schatrijk en de op één (de kasteelheer van Rumbeke) na grootste grootgrondbezitter van Rumbeke door de aankoop van zeer veel van die verbeurdverklaarde gronden van het "Ten Bunderen"-klooster: in 1797 en in 1810 uitgestrekte akkerlanden in Beitem. ![]() de St.-Godelievekerk van Beitem voor WO I, op vroegere grond van "ten Bunderen"
![]() de pastorie en patronage van Beitem in de 19de eeuw
![]() de onderpastorij van Beitem in de 19de eeuw 1865 - Bierbrouwer en grootgrondbezitter Charles Beheyt (een vermogende kleinzoon van P.-J. Muylle), schenkt proost Henri-Armand Desmedt een stuk grond, dat ooit aan de zusters van "Ten Bunderen" toebehoorde, waarop in 1866 de eerste kerk van Beitem wordt gebouwd. Ernaast verrijzen, aan de linkerkant de pastorie en een patronaatszaal, aan de rechterkant een huis voor de onderpastoor. Het is naar de familienaam van deze weldoener Beheydt dat de woonwijk rond de nieuwe kerk Beheythem (later Beythem en tenslotte Beitem) wordt genoemd. Volledigheidshalve moet worden vermeld dat weldoener Beheyt, door de oprichting van de kerk (1866), zijn omliggende bouwgronden sterk in waarde ziet stijgen. ![]() de St.-Lodewijksschool voor de 1ste Wereldoorlog 1879 - Louis Leyn (1829-1910), een rijke lijnwaadfabricant, schepen en armendis-meester in Rumbeke, schiet het nodige geld voor om nabij de kerk - ook op een voormalig stuk grond van "Ten Bunderen" - een woonhuis voor de Zusters van Vincentius a Paolo uit Rumbeke te betalen plus een schoolgebouw, die, naar de voornaam van de milde weldoener, de St.-Lodewijksschool wordt genoemd. ![]() de dorpskern van Beitem eind 19de eeuw, gebouwd op vroegere gronden van Ten Bunderen!!
|