Waarom grepen de lekenbroeders- en zusters in de middeleeuwse hospitalen en gasthuizen zo vanzelfsprekend naar de kloosterregel van de H. Augustinus? Voor deze spontane voorkeur zijn volgende redenen aan te geven
De H.-Augustinus, die zélf zijn hele leven sukkelde met een wankele gezondheid, volgde van zeer nabij de ontwikkelingen van de medische wetenschap in zijn tijd. Hij was het die, als eerste, een "xenodocium" oprichtte, een gasthuis "avant la lettre" met broeders en zusters die zich bekommerden om passanten, reizigers en zieken.
Zijn kloosterregel, die bol staat van geneeskundige woorden en overwegingen, is het gemakkelijkst toepasbaar op de zorg voor zieken en armen. In tegenstelling tot de regel van de Benedictijnen (Cluny) of van de Cisterciënzers (Ter Duinen, Koksijde) is die van Augustinus uiterst begaan met gezondheidsproblemen.
De barmhartige Samaritaan (V. Van Gogh)
Augustinus geeft slechts algemene, soms zeer vage richtlijnen, met weinig concrete en uitgesponnen voorschriften. Precies daardoor kan elk gasthuis gemakkelijk zijn eigen klemtonen leggen, zich aanpassen aan de plaatselijke behoeften, aan de maatschappelijke omstandigheden en aan de specifieke caritatieve doelstellingen van elke afzonderlijke kloostercommunauteit.
In het gedachtengoed en in de regel van Augustinus staat de liefde ("de Coninginne van alle andere deughden") centraal: de liefde tot God en die tot de naaste. De dienst aan de evennaaste is de enige manier om God daadwerkelijk te beminnen. Augustinus verwijst in dat verband naar de parabel over de Barmhartige Samaritaan, die een onbekende reiziger langs de weg opneemt en laat verzorgen.
het laatste Oordeel romaans tympaan, kathedraal van St.-Lazare, Autun (12de eeuw)
Het verhaal over het Laatste Oordeel in het evangelie van Mattheus, hoofdstuk 25, vers 31-46 is volgens Augustinus de sleutelpassage van het hele Nieuwe testament. Mattheus schrijft hoe Christus op de Dag des oordeels aan de rechtvaardigen het eeuwig leven schenkt. Wie zijn de rechtvaardigen, die een plaats verdienen aan Gods rechterhand? Degenen die zich bekommeren om het lot van de noodlijdende medemens. Jezus' uitspraak "Alles wat je voor één van de minsten der Mijnen hebt gedaan, heb je voor Mij gedaan" is hét fundament van het christelijk geloof, want "het geloof in God zonder de werken is dood". Wat zijn die 7 werken (van barmhartigheid)? 1) de hongerigen spijzen, 2) de dorstigen laven, 3) de naakten kleden, 4) de doden begraven, 5) de gevangenen bezoeken, 6) de zieken verzorgen, 7) de vreemdelingen herbergen.
"Ik had honger en jullie hebben Me te eten gegeven, Ik had dorst en jullie hebben me te drinken gegeven, Ik was vreemdeling en jullie hebben Me opgenomen, Ik was naakt en jullie hebben Me gekleed, Ik was gevangen en jullie hebben Me bezocht".
De regel van Augustinus is zodanig uitgewerkt dat hij optimaal ten goede komt aan de armen, behoeftigen en zieken. Daarom beleven de zusters en broeders de drie klassieke kloostergeloften niet in functie van God, maar van de armen.
hospitaalzusters die de werken van barmhartigheid beoefenen
eensgezind wonen in éénzelfde huis is de hoeksteen. Dat huis is een "Gods-huis", waar God zelf zich aandient in de persoon van de armen, zieken of hulpbehoevenden. De armen zijn hier geen uitgestotenen of paria's zoals de lepralijders, integendeel, ze zijn de echte Heren van het Huis, dat hun eigendom is tijdens hun verblijf. (gelofte van gehoorzaamheid)
de goederen van het huis behoren toe aan de armen en niet aan de broeders en zusters (gelofte van armoede).
de broeders en zusters stellen zich helemaal ter beschikking van de armen, zonder financiële zorgen voor de gezinsleden (gelofte van zuiverheid)
Het is een absolute regel dat de Heren, de armen en zieken, altijd éérst worden bediend. Niemand mag voor hen eten. De zieken moeten overvloedig te eten en te drinken krijgen, zelfs al blijft er maar weinig of niets over voor henzelf.
Over de zieken moet altijd worden gewaakt, dag en nacht. Nooit mag een zieke - vooral een zwaarzieke - zich in de steek gelaten voelen of zich alleen voelen.
de Heilige Augustinus
De regel van Augustinus legt, naast het belang van gemeenschappelijk gebed en gemeenschapsleven, vooral de nadruk op de naastenliefde en de verbreiding van het geloof. Veel kloosterordes en congregaties bij ons hebben de regel van Augustinus als leidraad. Een kleine greep uit de overvloed: de paters Augustijnen (OSB), de reguliere kanunniken, de Premonstratenzers (Norbertijnen ), de Assumptionisten, de Kruisheren, de Dominicanen, de Servieten, de broeders Alexianen, de Piaristen. Bij de vrouwen: de Augustinessen-monialen (slotzusters), de Kanunnikessen van het Heilig Graf, de Ursulinnen, de Kanunnikessen van Sint-Augustinus, de Visitandinnen van Franciscus van Sales, de Zusters van de H.-Monica, de Rita-zusters, de Zwartzusters, de Birgittinessen enz.