|
|
![]() de kerkelijke hierarchie
het verval in de KerkTijdens de Middeleeuwen zit de Kerk helemaal in de greep van het feodaal stelsel. De clerus vormt een bevoorrechte stand met allerlei privilegies. Dat leidt fataal tot wijdverspreide corruptie en tot misbruiken bij de kerkelijke hiërarchie.
hervorming van het kloosterleven![]() de romaanse kloostergang van de abdij van Senanque De Benedictijnerabdij van Cluny (Bourgondië) is het middelpunt van een machtige hervormingsbeweging in héél West-Europa. Onder haar invloed worden talloze kloosters invloedrijke haarden van religieus, intellectueel, cultureel en artistiek leven. Deze kloosters zijn exempt, dwz ze komen rechtstreeks onder het toezicht van de paus. Zo zijn ze dus niet langer afhankelijk van de plaatselijke wereldlijke machthebbers en bisschoppen. In de periode van de Kruistochten (1096-1270) is er
![]()
semi-religieuze tegenbewegingen van lekenUit reactie tegen de heersende decadentie in de Kerk ontspruit aan de basis en zelfs aan de rand ervan spontaan een brede waaier van semi-religieuze bewegingen. Het gaat om godvruchtige mannen en vrouwen die een alternatieve kloostercultuur uitbouwen waarin gebed, spiritualiteit en vooral radicale naastenliefde ("caritas") centraal staan. Ze trekken zich terug uit de samenleving om een kleine apostolische gemeenschap vormden. Deze gemeenschappen leven in de overtuiging dat zij de enige ware Kerk van Christus vormen, die breekt met het corrupte monastieke leven, met de incompetente, machtsgeile en corrupte hogere en lagere geestelijkheid. Voorbeelden van zo'n gemeenschapsvormen zijn de begijnen, de derde orde van Franciscus, broederschappen, leprozenhuizen, gasthuisgemeenschappen en andere liefdadigheidsinstellingen.
Van een echt kloosterleven is er dus geen sprake. Het gaat om semi-religieuze gemeenschappen, die zich niet verschuilen achter dikke kloostermuren, die geen uiterlijke symbolen van het monnikenbestaan hebben, zoals een uniform kloosterhabijt. Ze onderhouden meestal geen kloosterregel, maar leven slechts enkele praktische afspraken na. De aloude idealen van armoede, kuisheid en gehoorzaamheid dragen ze hoog in het vaandel, maar ze leggen geen formele kloostergeloften af. De meeste semi-religieuze bewegingen kenmerken zich door het verlaten van de familie, door het afstand doen van privé-bezit, door een vlucht uit het gewoel van de wereld (de zgn "fuga mundi"), zoals de kluizenaars uit de eerste christenheid. Maar ze keren de maatschappij niet volledig de rug toe. Ze willen als "broeders en zusters" (de lijdende) Christus navolgen en streven een evangelisch geďnspireerd evenwicht na tussen
de vrouwen nemen het voortouwIn die hele lekenbeweging spelen de vrouwen een prominente rol. Merkwaardig is dat in een niet bepaald vrouw-vriendelijke samenleving, waarin allerlei vooroordelen en discriminatie wijd verspreid zijn en de vrouw ondergschikt is aan de man. Die nieuwe semi-religieuze gemeenschappen nemen, behalve adellijke juffrouwen, ook burgervrouwen, boerenmeisjes en weduwen op. De Derde Orde-bewegingen, de gasthuizen voor pelgrims en de begijnhoven zijn druk bevolkt door vrouwen. Deze vrouwen leggen geen geloften af, leven niet in afzondering, maar zijn wel actief in de omgeving van hun woning en verzorgen arme, oude en zieke mensen.
Toch blijft de vrouw een ondergeschikte rol spelen in de officiële kerkelijke hierarchie. Ze kan bijv. wel "meesteresse" zijn van een gasthuis-communauteit en dus volle verantwoordelijkheid dragen voor het dagelijks reilen en zeilen, de zorg voor de pelgrims, de administratie, het beheer van de materiële goederen enz. Maar de geestelijke leiding blijft het monopolie van mannen. De herderlijke taken - sacramenten toedienen, biecht horen, enz - zijn voorbehouden aan een kapelaan of parochiepriester. Ook in het gevestigde kloosterleven treden vrouwen vanaf de 12de eeuw meer op de voorgrond. Tal van vrouwenkloosters worden gesticht, die zich gedeeltelijk spiegelen aan bestaande mannenkloosters, in het bijzonder de orde van de Benedictijnen en van de Cisterciensers. De bedelorden, zoals de Franciscanen, Augustijnen en Dominicanen, kennen een grote toeloop van vrouwen. In de late Middeleeuwen zijn de vrouwelijke religieuzen groter in aantal dan mannelijke religieuzen!
|
|||||||||||||||||||||