De Zusters van O.L.V.-ten-Bunderen (vanaf omstreeks het jaar 1269)
Moorslede 1269-1578
Frankrijk 1578-1587
Ieper 1587-1785
Moorslede 1785-2004
Zonnebeke 2004 -
varia

   Zoek op deze site met FreeFind

 

vertaal deze pagina

beluister ClassicFM NL tijdens het surfen, 126 K stereo ('Windows Media Player' vereist)

De oorsprong van de naam

fragment van een landmeterskaart (omstreeks 1700)
fragment van een landmeterskaart (omstreeks 1700)

Ten Bunderen

Het woord "Bunderen" was in de Middeleeuwen gewoon de naam van een oppervlaktemaat, met allerlei varianten "bunder", "bunre", "bundre", "bundere", "boenre", "boender", "bonder", "bonre", enz. Het woord "bunder" en zijn varianten was zélf afgeleid van het Germaanse "Bunra", dat op zijn beurt afstamde van het 7de-eeuwse Latijnse woord "bonnarium", "bunuarium" of bonuarium".

Het Latijnse woord "bonnarium" of "bunuarium" ging vermoedelijk terug op het Gallische woord "bodina" (= grens of grensteken), dat in het Oudfrans (misschien via de Middeleeuws Latijnse termen "bunna" of "bonna") verscheen als "bonne" of "bonnier". De oorspronkelijke betekenis van "bonnarium" is dan "plaats met afgesproken grenzen (of grenstekens)".

Volgens sommige etymologen (P.A.F. Van Veen) echter zou het Middeleeuws Latijnse woord "bonnarium" of "bunuarium" afgeleid zijn van het Keltisch, vgl. "bonn", dat in het Iers betekent: grond; vgl. "bound" dat in het Engels wil zeggen: grens.

In Vlaanderen schommelde de oppervlakte van de landmaat "bunder" tussen 0,81 en 1,43 hectare, naargelang van de streek. In Moorslede bijvoorbeeld omvatte één bunder 1,4 ha (= 14,169 m²), en kwam op zijn beurt overeen met 3 "gemeten", of 9 "lijnen" ofwel 900 "roeden". Het Gasthuis ten Bunderen stond dus op een stuk land met een omvang van ongeveer 1 bunder (1,4 ha). Pas in 1820 zal een bunder worden gelijkgesteld met 1 ha en in 1936 worden afgeschaft als officiële oppervlaktemaat.

Gasthuis

Zusters aan het werk in een gasthuis in Parijs. Ets, 16de eeuw
Zusters aan het werk in een gasthuis in Parijs. Ets, 16de eeuw

De woorden "gasthuis" of "hospitaal" doen in deze tijd onwillekeurig denken aan een ziekenhuis. Maar in de Middeleeuwen betekende de naam "hospitaal" (afgeleid van het Latijn "hospitium") zoveel als: oord waar de christelijke deugd van gastvrijheid werd uitgeoefend. Een hospitaal kon een ziekenhuis zijn maar evenzeer een opvangtehuis voor noodlijdenden, waar passanten, dwz. voorbijtrekkende pelgrims, kruisvaarders of hulpbehoevende reizigers, gratis en tijdelijk kost en onderdak kregen aangeboden. Vandaar de veelgebruikte naam "passantengasthuis".

kaart met de grote bedevaartswegen naar Santiago de Compostela
kaart met de grote middeleeuwse pelgrimswegen naar Compostela

Al op het Concilie van Aken (816) - belegd door de Karolingische keizer Karel de Grote - werd de aanwezige bisschoppen opgelegd om op eigen kosten gasthuizen op te richten langs de grote handelswegen en bedevaartsroutes. Die verplichting gold ook voor de deelnemende bisschoppen uit onze streken, nl die van Doornik, Terwaan en Kamerijk.

Deze gasthuizen, ook hospitalen genoemd, moesten een tijdelijk onderkomen en mondvoorraad geven aan de talrijke pelgrims, die in de Middeleeuwen te voet trekken naar het graf van Petrus in Rome, naar het H. Graf in Jeruzalem, naar het Duitse Keulen (waar de relieken werden vereerd van de H. Driekoningen) en vooral naar St.-Jacob van Compostela (in Spanje), of naar een van de vele andere bedevaartsoordsoorden waar relieken van populaire heiligen werden bewaard. Zo waren er in onze streken gasthuizen in Moorslede, Menen, Wervik, Kortrijk en Rijsel. Het Gasthuis ten Bunderen was ideaal gelegen langs de Oude Heerweg Menen-Roeselare om als toevluchtsoord te dienen voor passerende pelgrims of uitgeputte reizigers.

Gasthuys Ten Bundre op een kaart van Johannes De Ram, 1690
het "Gasthuys Ten Bundre" op een kaart van Johannes de Ram (1690)

© Copyright 2007- . Alle rechten voorbehouden. Contact: Wim Wylin