|
|
![]() "erweetpotagie..." De zusters van het Gasthuis Ten Bunderen leggen zich in de eerste plaats toe op caritatief werk. Vanaf Kerstmis tot Pasen bieden ze onderdak aan vermoeide bedevaarders en behoeftige reizigers en voorzien ze, volgens de kloosterkroniek "Jaer-boek" (1781) van spijs (erwtenstamppot), drank (bier), een bussel hout om zich te warmen bij het haardvuur, en rust- en slaapgelegenheid. "met insicht van te logeeren de arme pelgrims die reysden naer de heylige landen, te weten den tyd van kerstavont tot paesschen...Sy voorsagen die arme pelgrims in dien tyd van twee (later vier) bedden, en gaven voor spyse erweetpotagie, bierken ende eenen busch om te warmen" ![]() "bierken..." De kruiden uit de moestuin worden niet enkel gebruikt bij het bereiden van het eten, maar ook maken de zusters er zalfjes en andere medicamenten van. Hiermee kunnen de zieke mensen uit de omgeving worden geholpen. Arme mensen die aan de poort om eten komen bedelen, worden door de kloosterlingen geholpen. ![]() "ende eenen busch om te warmen" Over de opvang van de vermoeide pelgrims zegt de Regel, die door bisschop Willem Fillastre van Doornik in 1473 is uitgevaardigd: "zy zullen den aermen blidelic ontfangen ende antieren (= behandelen) niet spelers dronckaerts noch jonghe gawelose ghesellen noch lichte wyfs, zy zullen zyn simpel van zeden ende reyn van woorden" ![]() De zusters van het gasthuis van Doornik op ziekenbezoek (14de eeuwse miniatuur, O.L.Vrouw-kathedraal van Doornik) Tijdens de zomermaanden, tussen Pasen en Kerstmis, worden er geen pelgrims opgevangen. Men mag veronderstellen dat de zusters, zoals in andere passantentehuizen o.m. van Belle (het huidige Bailleul) en Doornik, zich in die periode toeleggen op het bezoeken en verzorgen van zieken in de buurt. ![]() een middeleeuwse pelgrim. Houtgravure (1494)
|