
plattegrond van de abdij van Sankt Gallen, daterend uit de 9de eeuw
Zoals de kerken, burchten en woonhuizen waren de talrijke kloosterpanden uit de karolingische tijd - vooral wat de bovenbouw betreft - voor het merendeel opgetrokken niet uit steen, maar uit hout en klei. Daarvan is niet veel tot ons gekomen omdat die karolingische kloosters in de loop der tijden meer dan eens grondig zijn verbouwd, vernieuwd of gewooon verwoest. Hoe we ons een karolingisch abdij moeten voorstellen, laat de plattegrond van het klooster van Sankt Gallen (Zwitserland) zien, een stuk perkament dat in de vroege 9de eeuw op het eiland Reichenau (Bodensee) werd vervaardigd en in de bibliotheek van het huidige klooster Sankt Gallen wordt bewaard. Deze plattegrond is een van de oudst bewaard gebleven blauwdrukken uit de Middeleeuwen.
Het schema stamde direct af van de Romeinse "villa rustica" (afgezien van de kerk natuurlijk!). De rangschikking van de afzonderlijke gebouwen weerspiegelt het kloosterleven zoals zich dat volgens de Regel van de H. Benedictus had ontwikkeld.
1. verblijf gevolg van voorname gasten 2, 6. stallen en schuren 3. verblijf voor voorname gasten 4. school
5. gebouwen voor de abt 7. vertrek voor het aderlaten 8. artsenkabinet en apotheek 9. kruidentuin 11. portiersgebouw 12. schoolhoofd 13. bibliotheek 14. badhuis en keuken 15. ziekenzaal 16, 30, 34. kruisgangen 17. kloosteringang
|
18. ontvangstzaal 21. bediendenverblijf 22. schapen 23. varkens 24. geiten 25, 37. paarden 26. koeien 27, 35, 43. keukens 28. herberg!! 29. opslagruimten en wijnkelders 31. slaapzaal (verwarmd)
32. sacristie 33. hostiebakkerij 36. school voor de novicen 38. ossen 39. kuiperij
|
40. draaierij 41. voorraadschuur 42. droogplaats voor mout 44. eetzaal 45. badhuis 46. kerkhof
47. brouwerij 48. bakkerij 49. stamper 50. molen 51. handwerklieden 52. dorsvloer 53. korenschuur 54. tuindershuis 55. moestuinen 56. pluimveehouderij
|

maquette van het kloostercomplex van Sankt Gallen, volgens de 9de eeuwse plattegrond
Rond de basilicale abdijkerk zijn een groot aantal kloostergebouwen, hofjes, binnentuinen (kruisgangen) en straten gegroepeerd. De utilitaire gebouwen die rond de kerk lagen, waren voor een klooster onontbeerlijk. Ze waarborgden dat het hele kloostercomplex kon functioneren als een zelfstandig, zichzelf bedruipend ministaatje, een autarchie die zelf kon voorzien in al de materiële en geestelijke behoeften.

de karolingische Torhalle in Lorsch (9de eeuw)
Het geheel was omringd door een muur, onderbroken door een of twee poortgebouwen met portiershuis en aalmoezerij. In Lorsch (Rijnland) is nog het portgebouw bewaard van het plaatselijke klooster, dat dagtekent van het jaar830: het was ooit de ingangshal tot een kloostervoorhof. Het rust op drie arcaden, met een oratorium erboven. De constructie is zeer verzorgd, versierd met een decoratief parement uit polychroom materiaal en verlevendigd door een fries van keperbogen op gecanneleerde pilasters. De zuilen van de benedenverdieping hebben nog mooi bewerkte Korinthische kapitelen.

de kapittelzaal van de St.-Baafsabdij in Gent
De gave overblijfselen van karolingisch kloosters in westelijk Europa zijn op de vingers van één hand te tellen. Naast het hierboven vermelde poortgebouw in het Duitse Lorsch is mogelijk bij ons ook de oostelijke pandmuur van de St.-Baafsabdij in Gent nog karolingisch. De nog bestaande toegangen tot de kapittelzaal zijn pas op het einde van de 12de eeuw uitgebroken. En daaronder zijn drie zeer oude, diep ingegraven boogopeningen zichtbaar die tot een veel oudere kapittelzaal hebben behoord.