
de achthoekige centrale kern van de slotkapel in Aken (rond 800)
Hoewel in Rome tot keizer gekroond koos Karel de Grote de Duitse stad Aken als de hoofdplaats van zijn rijk, dat zich uitstrekte van de Rijn (Duitsland) tot de Loire (Frankrijk). Hij liet er naast zijn paleis ("palts", afgeleid van het Latijnse woord "palatium"), een centraal opgevatte slotkapel bouwen, naar het model van de Byzantijnse koepelkerk van San Vitale in Ravenna (Italië). Rond de achtzijdige middenkern met opgehoogd koepelgewelf loopt een gang, waarvan de buitenwand op zestienhoekig plan is opgetrokken. Van de overdadige binnenversiering met mozaieken, stucreliëf en wandschilderingen, bleef niets bewaard. De antieke romeinse zuilen van de gaanderij en hun kapitelen werden rechtstreeks vanuit Italië aangevoerd.
 ruïne van St. Maartenskapel (Nijmegen, het Valkhof) |
 interieur van St. Germigny-des-Prés |
 Torhout (reconstructietekening) |
 Brugge, 1ste St. Donaaskerk (grondplan) |
Soortgelijke centraalbouw vond maar weinig navolging. Nog bestaande voorbeelden zijn de absis van de St. Maartenskapel (Valkhof) in Nijmegen en vooral het merkwaardige kerkje van St. Germigny-des-Prés (Frankrijk, Loiret), een kruiskoepelkerkje met absissen aan de vier zijden. In ons land zijn enkel de grondvesten bekend van een centraalbouw in Torhout (West-Vl.) en die van de verdwenen St.-Donaaskerk (900) in Brugge.