
Pinksteren. email uit het Maasland (1150). New York, The Cloisters
De toegepaste kunsttak bij uitstek in het romaanse tijdvak was de edelsmeedkunst. Een zeer oud centrum ervan was Midden-Frankrijk (Clermont, Limoges), waar men reliekhouders met gedreven goudplaten, Byzantijns cellensmeltwerk (email cloisonné), glaswerk en (edel)stenen versierde.

altaarantependium van Bazel (1020). Parijs, Cluny-museum
Maar het was in Duitsland en in Lotharingen, met de vermaarde school van Keulen, dat de edelsmeedkunst haar grootste bloei beleefde. Tot de voornaamste voortbrengselen van de Duitse edelsmeedkunst behoort het gouden altaar-antependium van Bazel, vervaardigd in de abdij van Fulda (1020), nu in het Cluny-Museum in Parijs, met de vijf monumentale gestalten van Christus, engelen en de H. Benedictus.

het schrijn van St.-Godehard (1140). Hildesheim, Dom
Aanvankelijk heerste ook hier de Byzantijnse techniek van het filigraan- en cellensmeltwerk. Maar in de loop van de 12de eeuw gingen de edelsmeden het zogeheten groevensmeltwerk (email champlevé) toepassen: in een dikkere geelkoperen plaat staken ze groeven of verdiepte vlakken uit, waarin ze het kleur-email lieten smelten (groevensmeltwerk). Daardoor bereikten ze een veel vlottere, maar ook klaarder getekende vlakvulling.
