
algemeen zicht op het middendeel van de kapel
beeldhouwwerk
In de muur van het koor is een zeldzaam hooggotisch wandtabernakel ingebouwd uit het begin van de 16de eeuw. Fraaie versieringen met 4 figuren en aan de bouwkunst ontleende motieven.
meubilair
Bij de herstellingswerken in 1717 werd wat meubilair aangekocht:
- een houten hoogaltaar met een eenvoudig tabernakel
- een gestoelte in eikenhout met 2 zitjes (16de eeuw)
- 2 zijaltaren
Tijdens restauratiewerken werd in 1952 een modern altaar in travertinmarmer geplaatst, geleverd door het huis R. Peeters, naar een ontwerp van Michel Viérin. Het tabernakel, van dezelfde ontwerper, werd vervaardigd door de firma Bastiaensens-Panis. Het was een gift van Louis Van Eyck.
Na de liturgische vernieuwingen van het Tweede Vaticaans Concilie (1962-65) werd een tweede houten altaar geplaatst en een lezenaar, ontworpen door Hugo Trappeniers en uitgevoerd door schrijnwerker-koster René Stuyck. Graaf Charles-Antoine de Liedekerke schonk het hout.
Eind 1997 kreeg de kapel een nieuw Content-orgeltje van Nederlandse oorsprong.
houtsculptuur
Het interieur van de kapel is verfraaid met twee barokbeelden van de H. Verona en O.L.Vrouw met het Kind, wellicht van de hand van een zekere Floris Bonnet, die tijdens de herstellingwerken in 1717 "eenige figueren en bancken" maakte.
In 1838 werd in de Veronakapel een kruisweg aangebracht. De tekeningen zijn van de Parijzenaar J. Carot.
glasramen
Tijdens de restauratiewerken tussen 1951 en 1953 plaatste de eersterangkunstenaar Michel Martens, in 1952, in het koor een glasraam dat het H. Kruis voorstelt en in de noordelijke beuk een glasraam dat de legende van de H. Verona uitbeeldt. Niet iedereen was overtuigd dat de dure moderne ramen pasten in een romaanse kapel. Maar ze zijn prachtig met hun diepe, gloedvolle kleuren die een wat geheimzinnig licht verspreiden in het oude gebouw. De ramen werden in 1961 hersteld door de kunstenaar, en nog eens in 2001 o. m. door een Eeklose kunstenaar Hans Brysse, leerling van M. Martens.
In het jubeljaar 2000 bracht H. Brysse, na enig gemor van de administratie voor Monumenten en Landschappen, in de N-W hoek van het schip een nieuw glasraam aan, met een oud Keltisch motief "de weg naar het licht", sinds eeuwen het symbool van Christus. Het initiatief ging uit van pastoor Michel Verbeeck.
muurschilderingen
Het gebouw is in de loop van de tijd zo sterk verbouwd dat van de Middeleeuwse muurschilderingen weinig is overgebleven. Men weet dat de muren binnen destijds bepleisterd, gewit en beschilderd waren. In 1656 zag de jezuïet Papebrochius, student in Leuven, in de schilderingen op de wanden van de ker taferelen uit het leven van de legendarische Verona, zoals de wonderbare aankondiging van haar begrafenis en de overbrenging van haar stoffelijk overschot. Hij meldde dat aan zijn Brusselse confraters, de Bollandisten, schrijvers van de "Acta Sanctorum", de wetenschappelijk-kritische studie van de heiligenlevens. De Bollandisten bleken erg sceptisch te staan tegenover dit Verona-verhaal. De dekenale visitatie van december 1733 vermeldt eveneens muurschilderingen. Fragmenten van deze muurschilderingen zijn ontdekt tijdens de restauratiewerken in 1951 onder leiding van professor R. L. Lemaire. Op een pijler tussen de hoofd- en zuidelijke zijbeuk stonden nog resten van een oud opschrift en een tekening. Alles is opnieuw overdekt met een laag witkalk. Boven de muur tussen schip en toren, kan men nog, nu volledig onherkenbaar, sporen zien van een vroegere schildering. De volksoverlevering sprak eertijds van "een Laatste Oordeel". De datering van al deze fragmenten is onbekend.