
de uitbreiding van het Rijk der Franken onder Karel de Grote
De hofmeier Karel Martel, zoon van Pepijn van Herstal, versloeg de oprukkende Muzelmannen in 732 in de slag van Poitiers (Z.-Frankrijk), en trad aan als de eerste van de Karolingische dynastie in het Frankenrijk. Zijn zoon, de hofmeier Pepijn de Korte (741-768), liet zich in 751 door de paus tot koning van het Frankenrijk uitroepen. Maar het was vooral diens zoon, Karel de Grote (768-814), die door vele oorlogen erin slaagde om haast alle verbrokkelde delen van het vroegere uitgestrekte Romeinse rijk te herenigen. In het jaar 800 werd hij door de paus tot keizer gekroond van het nieuwe Heilige Roomse Rijk. Het zwaartepunt ervan verplaatste zich nu naar het noorden, m.n. het gebied rond Rijn en Maas (inclusief de Nederlanden), met Aken als hoofplaats.
Helaas waren de opvolgers van Karel de Grote's niet in staat om hun gezag te handhaven en door het Verdrag van Verdun (843) viel het grote rijk weer uiteen en werd opgesplitst in 3 grote delen:

het uiteengevallen Karolingische Rijk na het Verdrag van Verdun (843)

de invallen van de Noormannen in de 9de eeuw
Tot overmaat van ramp werd de versnippering van het Frankische Rijk nog bespoedigd door een nieuwe invasie in de loop van de 9de van 'barbaren', ditmaal de Noormannen uit de Skandinavische gebieden. Deze teisterden aanvankelijk de jonge Westeuropese cultuur, die tijdens de Karolingers in de schaduw van kerken en kloosters was ontloken, maar leverden naderhand een betekenisvolle bijdrage eraan.