|
startpagina
geografische situering
reisroute
de geschiedenis
het Steentijdperk
de Romeinse tijd
de Merovingers
de Karolingers
de Middeleeuwen
het verval (XV-XVIII e.)
de Moderne Tijd
beschrijving van de kapel
de plattegrond
de constructie
de versiering
de H. Verona
de H. Verona-legende
de H. Hubertus-legende
de verering
de Verona-wandeling
de merovingische kunst
het tijdskader
de kenmerken
de bouwkunst
de beeldhouwkunst
de miniaturen
het edelsmeedwerk
de karolingische kunst
het tijdskader
de kenmerken
de bouwkunst
- centraalbouw
- basilica-kerken
- crypten
- kloosters
- profane gebouwen
het edelsmeedwerk
de ivoorsnijkunst
de miniaturen
de muurschilderingen
de romaanse kunst
religieuze aspect
het tijdskader
de bouwkunst
- karakteristieken
- de plattegrond
- de constructie
- de versiering
- scholen in Europa
- ons land
- Maaslandgebied
- kenmerken - voorbeelden
- Scheldegebied
- kenmerken
- voorbeelden
- crypten
- kloosters
- profane gebouwen
de beeldhouwkunst
  - portalen
  - timpanen
  - kapitelen
  - bas-reliëfs
  - doopvonten
de houtskulptuur
- cultusbeelden
  - kruisbeelden
  - Maria-beelden
de ivoorsnijkunst
het metaalgietwerk
de edelsmeedkunst
  - in het maasland
  - reliekschrijnen
  - liturgie
  - boekbanden
de schilderkunst
- miniaturen
- fresco's
- houtschildering
de glasramen
de weefkunst
woordenschat
links
publicaties
|
|
| de karolingische bouwkunst |
 ruiterbeeldje van Keizer Karel, een verkleinde weergave van een Romeins standbeeld (einde 9de eeuw, Parijs, Louvre)
Karel de Grote herstelde niet enkel de staatkundige eenheid van Westeuropa, hij bevorderde tegelijk de cultuur in al haar facetten, de zgn "Karolingische renaissance". Hij steunde daarbij op de hulp van de Kerk, die grote delen van zijn H. Roomse Rijk had gekerstend. Zo kwam gedurende de 8ste en 9de eeuw (vooral aan beide zijden van de Maas en de Rijn) de Karolingische kunst tot bloei.
Karel de grote beschouwde zich als de erfgenaam van de eerste christelijke keizers van Rome en als de gelijkberechtigde van de Oostromeinse keizers. Ook de kunstenaars grepen naar oude voorbeelden met christelijke voorstellingen, naar voorwerpen van klein formaat uit Rome, Egypte (3de-5de eeuw) ofwel uit Ravenna
of Byzantium (6de-8ste eeuw). Zo vormde de Karolingische kunst een vrij harmonische samensmelting van laat-klassieke (Romeinse), Oud-Christelijke, Byzantijnse maar ook inheemse Germaanse elementen. Ze vertoonde als typische kenmerken: - meer zin voor monumentaliteit
- meer aandacht voor de menselijke figuur
Deze karakteristieken kwamen tot uiting in enkele zeldzame beeldhouwwerken en - reliefsculpturen, méér nog in edelsmeedwerk, ivoorsnijwerk en brons, maar vooral in miniaturen, die in levendige lijnen en kleuren op perkament werden getekend in tal van bloeiende abdijscriptoria.
Langzamerhand verzaakten de Karolingische artiesten aan de klassieke vormentaal en beeldden ze op eigen wijze hun wereldbeeld uit, waardoor ze de grondslagen legden van de Romaanse kunst (vanaf het midden van de 10de eeuw).
| © Copyright 2006-2008. Alle rechten voorbehouden. Contact: Wim Wylin
|
|