
ruiterbeeldje van Keizer Karel, een verkleinde weergave
van een Romeins standbeeld (einde 9de eeuw, Parijs, Louvre)
Karel de Grote herstelde niet enkel de staatkundige eenheid van Westeuropa, hij bevorderde tegelijk de cultuur in al haar facetten, de zgn "Karolingische renaissance". Hij steunde daarbij op de hulp van de Kerk, die grote delen van zijn H. Roomse Rijk had gekerstend. Zo kwam gedurende de 8ste en 9de eeuw (vooral aan beide zijden van de Maas en de Rijn) de Karolingische kunst tot bloei.
meer zin voor monumentaliteitmeer aandacht voor de menselijke figuur
Deze karakteristieken kwamen tot uiting in enkele zeldzame beeldhouwwerken en - reliefsculpturen, méér nog in edelsmeedwerk, ivoorsnijwerk en brons, maar vooral in miniaturen, die in levendige lijnen en kleuren op perkament werden getekend in tal van bloeiende abdijscriptoria.
Langzamerhand verzaakten de Karolingische artiesten aan de klassieke vormentaal en beeldden ze op eigen wijze hun wereldbeeld uit, waardoor ze de grondslagen legden van de Romaanse kunst (vanaf het midden van de 10de eeuw).