|
startpagina
geografische situering
reisroute
de geschiedenis
het Steentijdperk
de Romeinse tijd
de Merovingers
de Karolingers
de Middeleeuwen
het verval (XV-XVIII e.)
de Moderne Tijd
beschrijving van de kapel
de plattegrond
de constructie
de versiering
de H. Verona
de H. Verona-legende
de H. Hubertus-legende
de verering
de Verona-wandeling
de merovingische kunst
het tijdskader
de kenmerken
de bouwkunst
de beeldhouwkunst
de miniaturen
het edelsmeedwerk
de karolingische kunst
het tijdskader
de kenmerken
de bouwkunst
- centraalbouw
- basilica-kerken
- crypten
- kloosters
- profane gebouwen
het edelsmeedwerk
de ivoorsnijkunst
de miniaturen
de muurschilderingen
de romaanse kunst
religieuze aspect
het tijdskader
de bouwkunst
- karakteristieken
- de plattegrond
- de constructie
- de versiering
- scholen in Europa
- ons land
- Maaslandgebied
- kenmerken - voorbeelden
- Scheldegebied
- kenmerken
- voorbeelden
- crypten
- kloosters
- profane gebouwen
de beeldhouwkunst
  - portalen
  - tympanen
  - kapitelen
  - bas-reliëfs
de houtskulptuur
- cultusbeelden
  - kruisbeelden
  - Maria-beelden
de ivoorsnijkunst
het metaalgietwerk
de edelsmeedkunst
  - in het maasland
  - reliekschrijnen
  - liturgie
  - boekbanden
de schilderkunst
- miniaturen
- fresco's
- houtschildering
de glasramen
de weefkunst
woordenschat
links
publicaties
|
|
| romaanse benedictijner-kloosters |
Benedictijnen | Cisterciënsers | Norbertijnen | [volgende >>]
 reconstructie-maquette van de benedictijnerabdij van Cluny, die model stond voor honderden andere kloosters in Europa
De ontwikkeling en bloei van de romaanse kunst kwam er vooral onder impuls van de wereldberoemde abdij van Cluny (Boergondië), gesticht in 911, bij wie zich aan het einde van de 11de eeuw een duizendtal kloostergemeenschappen in westelijk Europa had aangesloten. Ook in de Nederlanden deed Cluny zijn invloed gelden, maar even verdienstelijk werk werd verricht door plaatselijke abten, bijv. van Namen en Stavelot.
A. kloosterkerk B. Maria-kapel C. ziekenhuis D. eetzaal (refter) E. voorraadkamers F. portaalpaleis G, H, I. herbergen en stallen K. noviciaat L. grafkapel M. slaapzaal-aanbouw
|
N. kapel van de abt 1. oude kerk 1a. oude voorkerk 2. kapittelzaal 3. spreekzaal 4. monnikenzaal 5.dormitorium boven monnikenzaal 6 en 42. toiletten 8. verwarmingshuis 11. badhuis
|
12. keuken vr monniken 13. keuken vr leken-broeders 14. voorraadkamer 15. vertrek vr armenbroeders 19. kerkhof 32. bakkerij 36. gastenverblijf (vrouwen) 37. gastenverblijf (mannen) 41. stallen en opslagplaats
|
plattegrond van de benedictijnerabdij van Cluny (1150)
Het kloosterwezen is afkomstig uit het Oosten. Naar Oosterse en Romeinse trant werden in de romaanse tijd de kloostergebouwen om een vierkante, open binnenhof gegroepeerd. Het romaanse kloostercomplex omvatte, zoals al in de karolingische tijd, drie groepen gebouwen:
- Het centrum is de kloosterkerk, waarop aan de zuidzijde het kloosterslot met kapittelzaal, refter en slaapzaal aansluit. Rond dit middelpunt van de kerk en het kloosterslot liggen de werkplaatsen, de woongebouwen van de lekenbroeders, het gastenverblijf, de stallen, de opslagplaatsen, het ziekenhuis en de tuinen.
 luchtopname van de kruisgang in het klooster van Montmajour
- het hoofdcomplex bestaat uit de eigenlijke woning van de monniken met als kern een vierkante binnnenkoer met wandelgalerij errond, naar het model van het Romeinse peristylium. Daarrond stonden de kloostergebouwen in stereotiepe orde. Aan de noordkant de kerk. Aan de oostzijde de kapittelzaal met daarboven de slaapzaal (dormitorium) van de monniken. Op de zuid-oostelijke hoek het scriptorium en het calefactorium, met daarboven het appartement van de abt. De zuidzijde werd ingenomen door de eetzaal (refectorium), met daarboven de reservekamer voor stoffen en kleren (vestiarium). Op de zuidwestelijke hoek de grote keuken en aan de westkant het "cellarium" (= voorraadkelders en - kamers voor voedsel en drank).
 klooster van St.-Martin du Canigou (oostelijke Pyreneeën)
- Rondom dit hoofdcomplex stonden, in minder strenge orde en aangepast aan de plaatselijke omstandigheden, de overige dienstgebouwen: novicenhuis, ziekenzaal, school, gastenkamers; vervolgens de bakkerij, de olieslagerij, de wijnpers of brouwerij en de werkhuizen voor allerlei ambachten; tenslotte de gebouwen voor het landbouwbedrijf: stallen, schuren, wagenhuizen, enz.
- Het geheel was omringd door een muur, onderbroken door een of twee poortgebouwen met portiershuis en aalmoezerij.
 zuilengalerij in de kruisgang van de abdij in Moissac
De Benedictijnerkloosters onderscheidden zich door hun rijke architectuur. Vooral de kruisgang, een overdekte galerij rond het binnenhof, was soms een echt prachtstuk, met name in de Zuidfranse abdijen, zoals die van Moissac, Montmajour en Arles.
 zuilengaanderij in het St.-Trophime klooster in Arles
In ons land zijn slechts enkele interessante overblijfsels van laat-romaanse kloostergebouwen bewaard gebleven:
maasland
 de kruisgang van het vroegere romaans klooster bij de O.L.Vrouwbasiliek in Tongeren
 deel van de klooster-kruisgang bij de Collegiale Ste-Gertrude in Nijvel
scheldegebied
 romaanse bogen in de Gentse St.-Baafsabdij
Romaans zijn verder enkele overblijfselen van de St.-Baafsabdij (ca.1180) in Gent. In de indrukwekkende ruïne staan nog de grote eetzaal, enkele stukken van de kapittelzaal en vooral het achtkantig lavatorium (met geribd koepelgewelf) en de St.-Machariuskapel (met drielobbig venster) op de bovenverdieping.
Benedictijnen | Cisterciënsers | Norbertijnen | [volgende >>]
| © Copyright 2006-2008. Alle rechten voorbehouden. Contact: Wim Wylin
|
|