In de 12de eeuw kwam er een bredere triomfboog tussen koor en schip. Het koor zélf werd vernieuwd en tegelijk vergroot. Het was nu smaller, langer en afgeloten door een vlakke muur. In de zuidmuur bevond zich een eenvoudig smal 'paradijspoortje', dat tot op heden bewaard is gebleven. Hierlangs werden de doden vanuit de kerk "in paradisum" (=ten paradijze) naar buiten gebracht naar hun laatste rustplaats.
 het paradijspoortje |
 het graatgewelf. |
 het romaans dakgebinte. |
Het nieuwe koor bestond uit 2 delen, gescheiden door een rondboog.
- Het oostelijk deel kreeg een graatgewelf zoals de toren.
- Boven het westelijk deel, het priesterkoor, bleef een houten zoldering behouden. Dat laatromaans gebinte is nog grotendeels tot op vandaag bewaard gebleven.
In de 13de eeuw werd de primitieve zaalkapel op de Vroeienberg in Leefdaal verder uitgebouwd:
- het schip werd uitgebreid met 2 zijbeuken.
- 3 vierkante pijlers vervingen aan weerszijden de oude zijmuren van het schip.
- de toegang tot de kerk bleef in het zuiden (het wijwatervat tegen de laatste pijler levert het bewijs).
 grondplan kerk Leefdaal, 13de eeuw (R. Lemaire). |
 dwarsdoorsnede (R. Lemaire). |
Zo groeide het gebouw uit tot een kerk, die alle kenmerken vertoont van een basiliek naar Maas-romaanse model:
- een basiliek: een rechthoekige plattegrond met een middenschip hoger dan de zijbeuken. Hierdoor kon hoog in het middenschip aan beide zijden een rij vensters worden gestoken.
- romaans: met aanwending van de zogeheten stapelbouw, zoals met een blokkendoos, in duidelijk onderscheiden delen en met nadruk op de halfronde boog voor de overspaning van openingen (doorgangen, ramen en deuren).
- Maas-romaans: zonder dwarsbeuk (nartex), maar met een soliede westertoren.

16de eeuwse tekening van Maas-romaanse
basiliek. Alleen het koor is niet afgebeeld.
In de Voervallei werden in die tijd heel wat dorpskerken gebouw in maas-romaanse stijl, bijv. in Bertem en Vossem. Ze vormden zo een inham die tot Leuven reikte in een gebied van het Schelde-Romaans, waar de kerken meestal wél een dwarsbeuk hadden en ook een toren op de viering (=kruising) van schip en nartex.

Kerken in Midden-Brabant. De grens tussen de Maas- en Scheldegroep (aangeduid
met - - - -) volgt meestal ongeveer de Dijle en de grens tussen tussen de bisdommen
Luik en Kamerijk (aangeduid met ++++), maar niet in Midden-Brabant. De indeling
blijft wat kunstmatig.
De grens tussen het Maas- en Schelde-romaans in Midden-Brabant volgde ongeveer de Dijle en de grens tussen het bisdom Luik en Kamerijk.
Hoewel Vroeienberg, evenals Bertem, Egenhoven en Leefdaal, behoorde tot het Schelde-romaanse bisdom Kamerijk (het huidige Cambrai), lag de kerk achitectonisch toch binnen de sterke invloedsfeer van het bisdom Luik, waar het Maas-romaans overheerste.