De romaanse St.-Veronakapel
in Leefdaal 


 startpagina
 geografische situering
 reisroute
 de geschiedenis
   • het Steentijdperk
   • de Romeinse tijd
   • de Merovingers
   • de Karolingers
   • de Middeleeuwen
   • het verval (XV-XVIII e.)
   •de Moderne Tijd
 beschrijving van de kapel
   • de plattegrond
   • de constructie
   • de versiering
 de H. Verona
   • de H. Verona-legende
   • de H. Hubertus-legende
   • de verering
 de Verona-wandeling

 de merovingische kunst
   • het tijdskader
  • de kenmerken
  • de bouwkunst
  • de beeldhouwkunst
  • de miniaturen
  • het edelsmeedwerk

 de karolingische kunst
  • het tijdskader
  • de kenmerken
  • de bouwkunst
      - centraalbouw
      - basilica-kerken
      - crypten
      - kloosters
      - profane gebouwen
  • het edelsmeedwerk
  • de ivoorsnijkunst
  • de miniaturen
  • de muurschilderingen

 de romaanse kunst
  • religieuze aspect
  • het tijdskader
  • de bouwkunst
     - karakteristieken
     - de plattegrond
     - de constructie
     - de versiering
     - scholen in Europa
     - ons land
        - Maaslandgebied
           - kenmerken
           - voorbeelden
        - Scheldegebied
           - kenmerken
           - voorbeelden
     - crypten
     - kloosters
     - profane gebouwen
  • de beeldhouwkunst
       - portalen
       - tympanen
       - kapitelen
       - bas-reliëfs
  • de houtskulptuur
       - cultusbeelden
       - kruisbeelden
       - Maria-beelden
  • de ivoorsnijkunst
  • het metaalgietwerk
  • de edelsmeedkunst
       - in het maasland
       - reliekschrijnen
       - liturgie
       - boekbanden
  • de schilderkunst
       - miniaturen
       - fresco's
       - houtschildering
  • de glasramen
  • de weefkunst

 woordenschat
 links
 publicaties

de plattegrond van de kapel


1. zwarte delen: 12de-13de eeuw. 2. schuin gestreepte delen: 1951-53.

De plattegrond van deze kapel is een vereenvoudigde versie van de plattegrond van de eersterangskerken (die werden opgericht door en voor bisschoppen, kloostergemeenschappen of kapittels). Het gaat hier om een kleine driebeukige pijlerbasiliek met drie traveeën, met een rechthoekig koor en met een vierkante westertoren.

  • Het kerkplan is van het basilicale type. Het heeft 3 beuken (een hoofdbeuk en twee zijbeuken) van 3 traveeën.
    1. In een eerste pre-romaanse fase (in de 10de eeuw) was de kapel een gedrongen en niet overwelfde eenbeukige gebedsruimte met een smaller (niet axiaal) koor - zonder pijlers en zijbeuken dus - waaraan later, in de 12de eeuw, een westertoren en een apsis werden toegevoegd. De ingang was aan de zuidkant.
    2. De twee zijbeuken zijn pas later, in de 13de eeuw, erbij gekomen. Ze werden rond 1773 weer afgebroken, en tijdens restauratiewerken in 1951 gereconstueerd in hun oorspronkelijke staat.
  • De kerk bezit géén transept (dwars- of kruisbeuk) noch een crypte onder het oostkoor, zoals in tal van eersterangskerken in het Maasland of in de Schelderomaanse kerkjes.
  • De breedte van de hoofdbeuk en van de twee zijbeuken verhouden zich tot elkaar als 1 : 2 : 1.
  • De middenbeuk en de zijbeuken zijn van elkaar gescheiden door 4 vierkante pijlers. Ronde monumentale zuilen of gemetselde ronde pijlers komen in de Maaslandse kerken vrijwel niet voor, men treft ze wel aan in crypten.
  • De afstand tussen die pijlers is gelijk aan de breedte van de zijbeuken, waardoor er in de zijbeuken 3 vierkante traveeën zijn, met gelijke zijden dus.
  • De zijbeuken zijn aan de oostzijde afgesloten met vlakke muren.
  • In het verlengde van het schip is, aan de oostzijde, een minder hoge éénbeukige ruimte die dienst doet als koor (= presbyterium).
  • De apsis, even breed als het koor en aangebouwd in de 12de eeuw, met een overwelfd travee, is afgesloten met een rechte muur, zoals dat eigenlijk alléén maar in de grote kerken het geval was. In de meeste kleine had de absis een halfronde vorm. Deze vlakke afsluiting van de apsis is dus een zeldzaamheid. Bemerk ook de dubbelarmige hoeksteunberen aan de buitenzijde om de koorsluiting te verstevigen.
  • In de zuidermuur van het presbyterium was er een smal deurtje, het zogeheten paradijspoortje, waarlangs de doden naar het kerkhof werden gedragen.
  • aan de zuidzijde van het koor werd in de vorige eeuw een sacristie bijgebouwd, die vrij goed harmoniëert met het geheel maar die de functie van het paradijspoortje uitschakelt.
  • Karakteristiek voor deze Maas-romaanse kerk is dat het hoofdaccent valt op de westbouw, bestaande uit een westertoren (uit de 11de eeuw) met vierkante plattegrond. Hier ligt het grote verschil met de Schelde-romaanse kerkjes, met een toren op het oostelijke gedeelte (in de regel op de viering, waar middenbeuk en dwarsbeuk mekaar kruisen).
  • De klokkenverdieping van de toren is niet afgewerkt, en dus niet afgedekt met een pyramide-vormig dak, zoals vele kleine Maas-romaanse kerkjes. De huidige torenspits dateert uit de 17de eeuw.
  • De hoofdingang aan de westkant van de toren is van latere datum. In de vroeg-romaanse tijd was er in de toren geen toegang van buiten uit. Hij vormde dus één massief gesloten burchtachtig blok, met zo weinig mogelijk ingangen of lichtopeningen. De ingang van de kerk bevond zich aan de zijkant van het gebouw, namelijk in de muur van de zuidelijke zijbeuk.
  • Het portaal, gelijkvloers onder de westertoren, is klassicistisch getint (18de eeuw) maar heeft zijn oorspronkelijk kruisgewelf op de begane grond bewaard.
  • De westertoren is niet geflankeerd door een of twee wenteltrappen en evenmin is er een trap uitgespaard in een van de binnenmuren, zoals de de grote kerken, om de bovenverdiepingen te bereiken.

© Copyright 2006-2008. Alle rechten voorbehouden. Contact: Wim Wylin