In Vlaanderen, waar slechts weinig romaanse kerken gaaf overgebleven zijn, staat de bouwkunst onder de invloed van Noord-Frankrijk. Het gewoon type hier is dat van de Noordfranse dorpskerk: een kruiskerk met rechthoekig koor en vieringtoren, die meestal boven het dak in een achthoek overgaat.
vb. Afsnee

rekonstructie tekening zijkant van de verdwenen Schelderomaanse dorpskerk in Deerlijk
Grotere kerken hebben, naar frans voorbeeld, galerijen boven de zijbeuken.
zoals de St.-Vincentius in Zennik
Doornik, de kathedraal
de St.-Piatuskerk
Evenals de Maaslandse kerken, zijn die van het Vlaamse land ongewelf. Maar in tegenstelling tot het Maasland, treft men in het Scheldebekken naast de pijlers soms zuilen aan.
Westtorens vindt men, behalve aan éénbeukige kerken, in het oostelijk grensgebied
Landskouter
Moorsel
Hekelgem
Mespelaere
in West-Vlaanderen
Oostkerke,
Ieper, St.-Maarten
Brugge, St.-Salvator
In de vormgeving, die ook hier zeer sober is, streeft men naar uitdrukking van de functies: zo komen bijv. hier en daar gelede pijlers voor, worden de passieve lisenen door actieve steunberen vervangen, en krijgen de dagzijden van de vensters zuiltjes en een waterlijst.
Een belangrijk en wat karakteristiek centrum van romaanse kunst is Doornik.

algemeen zicht op de kathedraal van Doornik
Daar hebben we vooreerst de kathedraal, een enorm bouwwerk met uitgesproken centraliserende neiging (drieconchenplan, centrale torencompositie). Het schip van 1170 (zie foto), met zijn vier verdiepingen van arcaden, galerijen, clerestory en bovenvensters, doet wat statisch aan. Het horizontalisme wordt nog versterkt door de strenge scheiding van de verdiepingen door stenen cordonlijsten. Maar in het transept (1213) wordt het horizontale van de middenbeukverdiepingen door het verticale van de zuilen en schalken opgetrokken en opgelost in een harmonische eenheid, terwijl aan de buitenkant de rijk gestoffeerde vensters aan absissen en schip de muurmassa verlevendigen en de rijzige torens haar stabiliteit en eenheid geven.
Een ander voornaam gebouw, een soort verkleinde replica van de kathedraal, is de St.-Piatuskerk,
De St.-Brixiuskerk biedt het oudste voorbeeld (1225) van een hallenkerk die, met houten zoldering, in onze gewesten veel bijval geniet.
De invloed van Doornik deed zich langs het materiaal om (blauwe graniet) gelden in het hele gebied van Leie en Schelde:
Gent, St.-Jacobs,
St.-Niklaas
St.-Martens
Brugge, O.L.Vrouwkerk
langs de kust aan de kerken van Damme en van Lissewege. In de kuststreek echter werd de Doornikse hardsteen er al vroeg door de baksteen vervangen.
Doornikse eigenaardigheden, die in Scheldestreek bleven voortleven, zijn: knopkapiteel, drielingvensters, hoektorentjes en uitwendige doorgang voor de vensters.