Tijdens de tweede helft van de 10de eeuw kwam Europa de interne versnippering en chaotische verwarring te boven, die was ontstaan na de dood van Karel de Grote.
De invallen van de Noormannen (in het Westen) en van de Hongaren (in het oosten) waren tot staan gebracht. Eerst in West-francia, later ook in de oostelijke gebieden, triomfeerde het feodale systeem: de grote heren, steunend op hun horigen, maken zich zoveel mogelijk onafhankelijk van het centrale gezag en elk vorstendom gaat zijn eigen weg (Dit verklaart voor een deel het bestaan van grote regionale kunstgroepen in de romaanse architecuur en beeldende kunsten).
- Uit de menigte van feodale staatjes In West-Frankenland groeiden machtige vorstendommen, o.m. in Vlaanderen, Normandië, Bourgondië en Aquitanië.
- Tussen Maas en Rijn, het voormalige Lotharingen, vormden zich machtige wereldlijke en geestelijke vorstendommen
- In Oost-Frankenland, werd de eenheid van de vorstedommen onder de leiding van de Saksen hersteld. Het Duitse rijk, heeft dankzij de Saksische keizers, het piolitieke overwicht in Europa.
De eenheid werd bereikt toen Otto I, de koning van het jonge Duitse Rijk, tot keizer van het westen werd gekroond. Herzog der Sachsen, König des Ostfrankenreichs, Kaiser des Heiligen Römischen Reiches
* 23. November 912 in Memleben
† 7. Mai 973 in Memleben
Onder de dubbele leiding van de keizer (het duitse rijk), die politiek overheerst en de paus, die de geestelijke heerschapij uitoefent. Na twee eeuwen lang, als feodale macht, te hebben geleden onder de inmening van de wereldlijke vorsten, wist de kerk in deze periode haar volledige onafhankelijkheid te heroveren (Investituurstrijd, 1075-1122). De rijksmacht komt echter gehavend uit de Investituurstrijd (1075-1122), die het pauselijk gezag verstevigt.
De Kerk, door de opeenvolgende heersers rijkelijk begiftigd, speelde een belangrijke rol in deze primitieve maatschappij, en groeide zelfs uit tot een politieke macht.
- zij was de leermeestereres van het geloof, dat gaandeweg het geloof van alle europese vokeren aan het worden was;
- zij was de band, die met haar organisatie en haar leer de politiek verdeelde wereld samenhield
- ze was de beschermster der zwakken in tijden van feodale wanorde en ruw geweld
- de bewaarster van wetenschap en kunst in die eeuwen van barbaarse onwetendheid.
- eenmaal vrijgevochten, nam ze beslist de leiding in handen van het jonge Europa, dat zij spoedig tot grootse gemeenschappelijke ondernemen zou oproepen, met name de kruistochten. De 'universele' beweging van de kruisvaarten, vanaf 1095, ter herovering van de oudste christelijke gebieden, werkte ook het internationaal verkeer van gedachten en kunststromingen in de hand.
De drukke pelgrimswegen naar Rome en nbog meer naar Santiago de CVompostela in Noordwest-Spanje, berwerkten onderling contact tussen de regionale wereldjes,
bevorderden een ruimere handelsbeweging brachten de nieuwste kunststromingen naar den andere streken over.
Naast paus en keizer was de derde grote macht in die dage de benedictijnerabdij van Cluny en haar hetwerk van 1100 kloosters, die interne hervormingsactie doorvoerde. Bindend in religieus en cultureel opzicht wzerkten de georganiseerde kloosterbewegingen. Trwijl tot dan toe elke abdij op zichzelf was aangewezen, stond sinds 110 de benedictijnerbadij van Cluny (Bourgondië) aan het hoofd van een netwerk van duizendtal dochterabdijen, verspreid in alle streken van westelijk Eeuripa.
Ook de naar meer soberheid strevende cistercienserorde, in 1098 gesticht te Cîteaux, oefende een grote invloed uit op de kunstontwikkeling door haar eenvormig, soberder bouwprogramma.
In de loop van de 12de eeuw groeiden, mede dank zij de steeds toenemende handelsbeweging, de steden uit tot zelfstandige eenheden. Vooral de steden tussen Loire en Noordzee-kust namen een hoge vlucht, en in dat gebied zou de nieuwe gotische stijl gaan opbloeien in de loop van de tweede helft van de13de eeuw.