|
startpagina
geografische situering
reisroute
de geschiedenis
het Steentijdperk
de Romeinse tijd
de Merovingers
de Karolingers
de Middeleeuwen
het verval (XV-XVIII e.)
de Moderne Tijd
beschrijving van de kapel
de plattegrond
de constructie
de versiering
de H. Verona
de H. Verona-legende
de H. Hubertus-legende
de verering
de Verona-wandeling
de merovingische kunst
het tijdskader
de kenmerken
de bouwkunst
de beeldhouwkunst
de miniaturen
het edelsmeedwerk
de karolingische kunst
het tijdskader
de kenmerken
de bouwkunst
- centraalbouw
- basilica-kerken
- crypten
- kloosters
- profane gebouwen
het edelsmeedwerk
de ivoorsnijkunst
de miniaturen
de muurschilderingen
de romaanse kunst
religieuze aspect
het tijdskader
de bouwkunst
- karakteristieken
- de plattegrond
- de constructie
- de versiering
- scholen in Europa
- ons land
- Maaslandgebied
- kenmerken - voorbeelden
- Scheldegebied
- kenmerken
- voorbeelden
- crypten
- kloosters
- profane gebouwen
de beeldhouwkunst
  - portalen
  - tympanen
  - kapitelen
  - bas-reliëfs
de houtskulptuur
- cultusbeelden
  - kruisbeelden
  - Maria-beelden
de ivoorsnijkunst
het metaalgietwerk
de edelsmeedkunst
  - in het maasland
  - reliekschrijnen
  - liturgie
  - boekbanden
de schilderkunst
- miniaturen
- fresco's
- houtschildering
de glasramen
de weefkunst
woordenschat
links
publicaties
|
|
Volg het trajekt op de volgende subpagina's: 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8
Afstand: 6 km.
Vertrek- en eindpunt: de St.-Lambertuskerk in het centrum van Leefdaal.
Parkeerruimte: aan de overzijde van de kerk
De wandeling is uitgestippeld door de Toeristische Federatie van Brabant. Ze wordt uitvoeriger beschreven in de brochure "Wandelen in het Dijleland". Het parcours is op de bijzonderste plaatsen aangegeven met vijfhoekige bordjes of met houten paaltjes met blauwe kop, waarvan de schuining de richting van de wandeling aangeeft.
 algemeen zicht op het dorp Leefdaal
Vooraf wat informatie meegeven over Leefdaal in het algemeen. Leefdaal is een deelgemeente van Bertem met een oppervlakte van ruim 1500 ha. Het is een landelijk dorp langs de weg tussen Tervuren en Leuven, gelegen in de Brabantse vallei van de Voer. Rond dit beekje zijn heel wat bossen. Als je uit het dal komt en de valleiflanken bestijgt kom je in open ruimten van akkers en weilanden met verbluffende vergezichten over het weidse landschap.
Waar komt de naam Leefdaal vandaan? De oudste schriftelijke vermelding luidt "Levendale" (omstreeks 1120), later wordt dat "Levedale" (1148), "Leefdale" (1510), "Leefdaell" (1686), "Leefdael" (nog later) en tenslotte "Leefdaal". Volgens Willy Brumagne betekent het woord "Leefdaal" gewoon "vallei van de Voer", "Voervallei". Enige uitleg is hierbij nodig. Daarbij dient de naam gesplitst in zijn delen: "leef" en "daal".
- De betekenis van het gedeelte "leef" kan afkomstig zijn van het Keltisch, de taal die in onze streken werd gesproken voor de Germaanse Franken er binnendrongen. De beek, die men nu Voer noemt, zou in het Keltisch "labant" of "labent" zijn genoemd. Dat betekende iets als "de glijdende", "de vloeiende" of zelfs "de voer(ende)". Dit Keltische woord "labant" of "labent" zou naderhand in het Germaans afgesleten zijn tot "leef".
- Het gedeelte "daal" of "dal(e)", zoals in oude geschriften veel voorkomt, is duidelijk. Het is een Germaans, zeg maar Nederlands woord, dat een vallei aanduidt.
De twee delen "leef" en "daal" samen vormen dan "Leefdaal", "vallei van de Voer" of kortweg "Voervallei".
 het wapenschild van Leefdaal
Op 5 maart 1954 kende de overheid aan de toen nog autonome gemeente Leefdaal een wapenschapschild toe van goud met een vijfblad van keel, geknopt van lazuur. Het is dezelfde vijfbladige versiering die het zegel blazoeneerde
- van de Leefdaalse schepenbank in 1275 en 1344
- van de schepenen van de heer van Petershem en Leefdaal in 1393
- van Messire de Merode tijdens de 16de eeuw
|
De eerste sporen van bewoning in Leefdaal dateren al uit het steentijdperk. Vondsten uit die tijd zijn gedaan op de Vroenenberg, een kleine heuvel waarop de Maasromaanse St.-Veronakapel staat. Op diezelfde plek zijn scherven van Romeinse vaatwerk aangetroffen. Uit de Merovingisch-Frankische periode dateert een grafveld onder de kapel, blootgelegd in 1951. De kapel zélf, gebouwd rond het jaar 900, was het eerste bedehuis van de hele streek. Vele woonhuizen in de nabijheid van de kapel hebben nog grondvesten of delen van muren, die dagtekenen uit de Middeleeuwen. Het centrum van Leefdaal, waar de St.-Lambertuskerk en het kasteel staan, was vermoedelijk een Karolingisch domein.
Vanaf omstreeks 1270, vormde het grootste gedeelte van het huidige dorp, samen met vrijwel het hele grondgebied van het naburige Vossem, een Heerlijkheid met eigen schepenbank, die door de hertogen van Brabant in leen gegeven werd aan een geslacht van trouwe dienaren. De Heerlijkheid behoorde tijdens het "Ancien Regime" toe aan verschillende heren, o.m. Louis van Levedale (12de eeuw); Hendrik van Levedale (13de eeuw); Rogier van Leefdaal (14de eeuw). In 1448 huwde Beatrijs van Petershem, dame van Leefdaal, met Richard van Merode. Hun oudste zoon Jean van Merode erfde het grootste deel van de goederen.
Leefdaal bleef van de afstammelingen van Merode, tot Maximiliaan van Merode-Deynze in de XVII eeuw, het domein verkocht aan Filips Helman. Die schonk het aan zijn dochter Anne-Françoise bij haar huwelijk met de beroemde Jan van Broekhoven, graaf van Bergeyck (1644-1725). In 1679 bekrachtigde koning Karel II de heerlijkheid van beide echtgenoten met de titel van baron. Nikolaas van Broekhoven, baron van Leefdaal sinds 1718, stond deze heerlijkheid af aan zijn zoon, die alleen maar dochters naliet. Een van hen, Catharina-Françoise, verkreeg de baronie Leefdaal in 1773 en huwde met de graaf van Wonsheim. Haar zuster, Lucie, werd de vrouw van graaf Geraard van Liedekerke, wiens nakomelingen het kasteel van Leefdaal tot op vandaag in bezit hebben.
|
Volg het trajekt op de volgende subpagina's: 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8
| © Copyright 2006-2008. Alle rechten voorbehouden. Contact: Wim Wylin
|
|