|
startpagina
geografische situering
reisroute
de geschiedenis
het Steentijdperk
de Romeinse tijd
de Merovingers
de Karolingers
de Middeleeuwen
het verval (XV-XVIII e.)
de Moderne Tijd
beschrijving van de kapel
de plattegrond
de constructie
de versiering
de H. Verona
de H. Verona-legende
de H. Hubertus-legende
de verering
de Verona-wandeling
de merovingische kunst
het tijdskader
de kenmerken
de bouwkunst
de beeldhouwkunst
de miniaturen
het edelsmeedwerk
de karolingische kunst
het tijdskader
de kenmerken
de bouwkunst
- centraalbouw
- basilica-kerken
- crypten
- kloosters
- profane gebouwen
het edelsmeedwerk
de ivoorsnijkunst
de miniaturen
de muurschilderingen
de romaanse kunst
religieuze aspect
het tijdskader
de bouwkunst
- karakteristieken
- de plattegrond
- de constructie
- de versiering
- scholen in Europa
- ons land
- Maaslandgebied
- kenmerken - voorbeelden
- Scheldegebied
- kenmerken
- voorbeelden
- crypten
- kloosters
- profane gebouwen
de beeldhouwkunst
  - portalen
  - tympanen
  - kapitelen
  - bas-reliëfs
de houtskulptuur
- cultusbeelden
  - kruisbeelden
  - Maria-beelden
de ivoorsnijkunst
het metaalgietwerk
de edelsmeedkunst
  - in het maasland
  - reliekschrijnen
  - liturgie
  - boekbanden
de schilderkunst
- miniaturen
- fresco's
- houtschildering
de glasramen
de weefkunst
woordenschat
links
publicaties
|
|
Volg het trajekt op de volgende subpagina's: 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8
 beukendreef naar het kasteel
Geniet van een rustige wandeling in een mooie dreef, afgeboord met rode beuken, die leidt naar het kasteel van Leefdaal. De dreef is als de zichtbare band die tijdens het Oud Regime de wereldlijke en de geestelijke macht verbond . Het is één van de bewijzen dat de Lambertuskerk oorspronkelijk bij het kasteel hoorde. Het was een "Eigenkerk".
 de Schuttersweide
Na het bruggertje over de Voer zie je links de Schuttersweide. Hier hebben jaarlijks op de twee zondagen na 24 juni, in de voormiddag, gebeurtenissen van uitzonderlijk folkloristisch belang plaats, nl de koningsschietingen van de twee jongmansgilden ("de Jefkes"). Deze tellen, zoals hun naam zegt, uitsluitend vrijgezellen als leden: het zijn de enige in hun soort in ons land en kunnen, in zekere zin, de oudste jeugdverenigingen van België worden genoemd. De jongmansgilde "nummer één" is verbonden met de Philharmonie (Jefkes, Pekes en Mekes), de jongmansgilde "nummer twee" met de Fanfare St.-Lambertus (Jefkes en Mamers).
Die koningsschietingen gaan gepaard met veel ritueel. Na de hoogmis haalt men in stoet de schutterskoning, de gemeenteoverheid en de kasteelheer van Leefdaal af. Samen gaat men naar deze schuttersweide. De koningsvogel wordt secuur op de wip geplaatst. Dan volgen de begroetingen door de ruiters van de personaliteiten en van de wip, en het vlaggenzwaaien. De eigenlijke schieting begint met drie ereschoten van de kasteelheer, van de overheidspersonen en van de koning. Laat de koning de kans voorbijgaan om zijn titel onmiddellijk te verlengen, dan treden alle kandidaten tegelijk in het strijdperk. De nieuwe koning krijgt plechtig de zilveren breuk omhangen en ontvangt de hulde van zijn gezellen. Hij wordt daarna stoetsgewijs naar huis gebracht. De koning die erin slaagt tweemaal zijn titel te hernieuwen promoveert tot keizer.
De basiskledij van de gildenbroeders is typisch 19e eeuws: witte pantalon, gewoon jasje en platte, ronde strooien hoed met band. De dignitarissen dragen een rode sjerp rond de lenden en een rode pluim op de hoed. De kapitein opent de gildenstoet te paard met witte hoedband, pluim en sjerp en een symbolische boog op de rug, samen met de koerier die als taak heeft de aankomst van de stoet aan te kondigen. De bevriende muziekvereniging volgt en de gewone leden sluiten aan op twee rijen. Elke rij wordt voorafgegaan door een deurwachter met wandelstok, die de broeders de toegang tot de herbergen moet beletten (het bier wordt altijd buiten opgediend!). Vier dignitarissen sluiten de stoet: de schrijver, de kassier, de koning en de boetmeester. De gemeenteoverheid volgt, samen met de kasteelheer en zijn familie. Zij gaan de helpers vooraf: de pijlrapers, die een grote, tenen hoed dragen; de knaap met witte voorschoot, en de vogeldrager, die de koningsgaai torst. De laatste jaren wordt soms wat afgeweken van het vaste ritueel. Bijv. leden van de gilden voor gehuwden volgen de stoet van de bevriende jongmansgilde.
|
De Leefdaalse schuttersgilden voor jongmans kennen een belangwekkende geschiedenis. Al in 1668 bestond naast de bestaande St.-Sebastiaansgilde (voor gehuwden), ook een jongmansgilde (voor vrijgezellen). Het pad van de jongmansgilde liep niet over rozen. Sommige pastoor namen aanstoot aan hun heimelijke fuiven en danspartijen. In de 18de eeuw werden de gilden, en met name die van de jongmans, onderworpen aan een stroom van verbodsbepalingen, o.m. van de bisschop. Maar de parochieherder keek in de praktijk vaak lijdzaam toe. Bijgevolg bleef het wipschieten, zoals overal in Brabant, gedurende de hele 18de eeuw een favoriete vrijetijdsbesteding, tot de Oostenrijkse keizer-koster Jozef II, in 1783, en vervolgens de Franse bezetter, in 1798, alle gilden afschaften.
Later, respectievelijk in 1839 en in 1868, werde de jongmans- en de mansgilde St.-Sebastiaan in Leefdaal heropgericht. Langzamerhand zijn beide gilden in het vaarwater gekomen van de plaatselijke Philharmonie. Zij hadden immers nood aan muzikanten, die alleen de muziekvereniging kon leveren. Bovendien behoorden de leidende figuren van de gilden en de harmonie tot dezelfde stand: de burgerij. Wegens allerlei familieveten en een selectieve ledenpolitiek (lidmaatschap was een voorrecht en het lidgeld was hoog) werd in 1875 de concurerende Fanfare St.-Lambertus opgericht. Sindsdien staat deze laatste bekend als "nummer twee"; de philharmonie als "nummer één". De rivaliteit was zo erg (zelfs in de gemeentepolitiek) dat in 1902 zowel de mans- als de jongmansgilde splitsten. Uit een besluit van de gemeenteraad van 1905 blijkt dat er in het dorp vier gilden bestonden: de mansgilden St.-Paulus en St.-Sebastiaan en de jongmansgilden St.-Jan en St.-Lambertus. Bovendien had de philharmonie een "Mekes"-gilde (voor vrouwen) opgericht.
Na Wereldoorlog I (1914-1918) stierven de gilden voor gehuwden een stille dood. De jongmansgilden bloeiden daarentegen als nooit te voren. In 1939 vierde de jongmansgilde nummer één, grondig zoals het past, haar honderste verjaardag. Ter dier gelegenheid kwam de verwante pekesgilde weer tot leven. Na WO II (1940-45) hernam de activiteit van de gilden, zij het op een laag pitje. Van de gebruikelijke drie feestdagen bij de koningsschieting bleef alleen de zondag over. Paradoxaal genoeg heeft de onderlinge wedijver tussen de beide muziekverenigingen de gilden gered en tot nieuwe bloei gebracht, al leden zij een statusverlies. Zij kenden een opflakkering rond 1980. Later verslapte de belangstelling opnieuw enigszins en moesten de jongmansgilden meer en meer een beroep doen op jonge deelnemers. Toch richtte de fanfare Sint-Lambertus nog een mansgilde voor gehuwden op, die vreemd genoeg de naam "Mamers" kreeg ("Mamer" is een verbastering van het Franse "membre": "lid"). Bij de Philarmonie brachten "Mekes", vrouwelijke vrouwengildeleden, vanaf 1979 opnieuw versterking.
De voornaamste bezigheid van de jongmansgilden was de jaarlijkse koningsschieting. In de vroege 20e eeuw duurde het feest 4 dagen! Op zaterdag bracht en de hoge wip in orde; s'anderdaags, in de voormiddag, had de koningsschieting met de handboog plaats, in de namiddag bezocht men de bevriende herbergen en de dag eindigde op de dansvloer. Op maandag werd een schutterswedstrijd gehouden met als prijzen typische rode zakdoeken; op dinsdag nam men afscheid van de wip met een grote rondedans. Dit afscheid belette niet dat de volgende dagen soms verder werd gevierd. Nu bestaan nog alleen de feestelijkheden op de dag van de koningsschieting.
|
Volg het trajekt op de volgende subpagina's: 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8
| © Copyright 2006-2008. Alle rechten voorbehouden. Contact: Wim Wylin
|
|